Milieubijdrage. Maatstaf van heffing · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

745 5 juli 2001

Zoeken

Milieubijdrage. Maatstaf van heffing

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/745-milieubijdrage-maatstaf-heffing-pieters-recyclagebijdrage-592e

Nummer
745
Datum
5 juli 2001

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

42 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 92, blz. 10544-10548

Milieubijdrage - Maatstaf van heffing

VRAAG

Met ingang van 1 juli 2001 treedt de wettelijke recyclagebijdrage in voege voor de elektrohuishoudtoestellen, consumentenelektronica, kleine huishoudtoestellen en voor de IT-telecommunicatie- en bureauapparatuur.

Vanaf die datum zal de consument immers een bijdrage moeten betalen bij de aankoop van een nieuw elektrisch of elektronisch toestel.

Het doel van deze bijdrage is dat ze de verspilling en de vervuiling zou tegengaan door het recycleren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Die bijdrage zou ingevolge een decreet naar verluidt worden ingevorderd door Recupel, een VZW die instaat voor de organisatie van de recyclage van elektrische en elektronische apparaten.

Zowel uit boekhoudkundig als uit fiscaalrechtelijk oogpunt rijzen zowel voor de fabrikanten als voor de winkeliers meteen de onderstaande algemene praktische vragen.

1. Op welke wijze en onder welke rekeningnummers dienen de verschuldigde bijdragen in de dubbele boekhouding van de fabrikanten en de kleinhandelaars telkens te worden opgenomen?

2. Welke verplichte vermeldingen moeten er terzake telkens op de uitgereikte facturen of kastickets worden vermeld?

3. a) Is er op deze wettelijke bijdrage wel effectief BTW verschuldigd?

b) Zo ja, op grond van welke wettelijke en/of reglementaire bepalingen van het BTW-Wetboek?

c) Zo neen, op grond van welke wettelijke en/of reglementaire bepalingen kan er BTW-vrijstelling worden verleend?

4. a) In welke precieze mate is die BTW respectievelijk geheel of gedeeltelijk aftrekbaar bij en/of verschuldigd door de fabrikanten en/of de kleinhandelszaken?

b) Hoe dient gehandeld wanneer de prijsofferte en/of de verkoopsovereenkomst dateert van voor de datum van inwerkingtreding van dit Vlaams decreet?

5. Aan welk juist BTW-tarief is die bijdrage eventueel telkens onderhevig?

6. a) Op welke grondslag of basis is er eventueel BTW verschuldigd?

b) Of betreft het bijdragen voor een bedrag BTW-inclusief?

7. Hoe dient de belastbare basis en het BTW-bedrag telkens te worden afgerond?

8. In welke precieze mate vormt voor die groot- en kleinhandelaars de betaalde wettelijke recyclagebijdrage een aftrekbare beroepskost in de zin van de artikelen 49, 183 en 185, WIB 1992?

9. In welke mate vormt diezelfde bijdrage zowel inzake directe als inzake indirecte belastingen een belastbaar zakencijfer?

10. a) Kan de verschuldigde BTW worden gerecupereerd op de BTW-administratie wanneer de consument die wettelijke recyclagebijdrage weigert te betalen?

b) Zo ja, wanneer en in welke precieze mate?

11. Kan u, punt per punt, uw "algemene" ziens- en handelwijze meedelen in het licht van de bepalingen van de boekhoudwet, het BTW-Wetboek en het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992?

ANTWOORD

De vraagstelling van het geachte lid heeft betrekking op de milieubijdrage die beoogd wordt in de overeenkomst van 26 januari 2001 betreffende de uitvoering van de Vlarea-aanvaardingsplicht van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Soortgelijke overeenkomsten regelen dit probleem in het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Krachtens artikel 8, § 1, van die overeenkomst moet de producent of invoerder van bepaalde apparaten, bij het op de markt brengen van die apparaten een milieubijdrage voor elk van die apparaten betalen aan een beheersorganisme (in casu Recupel). Hij moet die bijdrage betalen voor de organisatie door dat beheersorganisme van de inzameling en verwerking van de ingeleverde afgedankte toestellen en de informatievoorziening naar alle actoren betrokken bij de uitvoering van deze overeenkomst (artikel 7, § 2, van de overeenkomst).

Inzake BTW vormt genoemde prestatie van het beheersorganisme een dienst in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het BTW-Wetboek.

De producent of invoerder kan de BTW die opeisbaar is over die dienst en die moet geheven worden met toepassing van het normale tarief van 21% volgens de gewone regels in aftrek brengen.

De milieubijdrage vormt dus een kost voor de producent of invoerder ten belope van het bedrag exclusief de aftrekbare BTW. Die kost moet volgens artikel 8, § 4, van voornoemde overeenkomst in elke schakel van de distributieketen - dit wil zeggen bij levering door de producent/invoerder aan de tussenhandelaar en bij levering door de tussenhandelaar aan de detailhandelaar - apart worden vermeld op de verkoopfactuur van het nieuwe toestel. Ze wordt finaal gedragen door de consument.

Betreffende kost vormt een deel van de maatstaf van heffing van de levering van het nieuwe toestel bij toepassing van artikel 26 van het BTW-Wetboek. Ze is zodoende onderworpen aan het BTW-tarief dat geldt voor de levering van dit toestel of desgevallend aan het BTW-tarief dat geldt voor de levering met plaatsing van het toestel (in de relatie dan tussen installateur en consument). Dat tarief is in principe het normale BTW-tarief van 21 %. De levering met plaatsing van bepaalde toestellen komt evenwel soms in aanmerking voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6 % of 12 % in de onroerende sector (bijvoorbeeld, onder bepaalde voorwaarden, levering met aanhechting aan een gebouw van de dampkap waarmee de keuken wordt uitgerust).

In elke schakel van de distributieketen is de BTW die wordt berekend over de maatstaf van heffing in de zin van artikel 26 van het BTW-Wetboek, volgens de gewone regels aftrekbaar in hoofde van de afnemer/ belastingplichtige.

Op het vlak van de BTW zijn in dit verband, in elke schakel van de distributieketen, ook de gewone regels van toepassing ten aanzien van:

•de afronding van de maatstaf van heffing voor de berekening van de belasting (voor die berekening moet de maatstaf van heffing niet worden afgerond);

•de afronding van het bedrag van de belasting (zie koninklijk besluit nr. 8 van 12 maart 1970 tot vaststelling van de wijze van afronding van de verschuldigde, de aftrekbare of de voor teruggaaf vatbare BTW);

•de teruggaaf van de BTW wegens gedeeltelijk verlies van de schuldvordering van de prijs ingeval de koper de milieubijdrage weigert te betalen (zie artikel 77, § 1, 7°, van het BTW-Wetboek).

Aangezien de milieubijdrage deel uitmaakt van de maatstaf van heffing van de levering of van de levering met plaatsing van het toestel, maakt ze op het vlak van de BTW deel uit van de belastbare omzet van de producent/invoerder, tussenhandelaar en detailhandelaar of installateur.

De vraag of de milieubijdrage verschuldigd is voor verkoopovereenkomsten of offertes die dateren van voor de inwerkingtreding van voornoemde milieubeleidsovereenkomst, behoort niet tot mijn bevoegdheid. Het is uiteraard slechts in de mate dat de milieubijdrage hier verschuldigd is, dat ze deel uitmaakt van de maatstaf van heffing van de levering of van de levering met plaatsing van het toestel.

De materie in verband met het voeren van een boekhouding overeenkomstig de boekhoudnormen zoals bedoeld door de gemeenrechtelijke bepalingen op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, behoort tot de bevoegdheid van mijn collega, de minister van Economie. (Vraag nr. 220 van 24 september 2001.)

De door de producenten/invoerders, tussenhandelaars en detailhandelaars uit te reiken facturen dienen overeenkomstig artikel 5, § 1, 8°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, onder meer per onderscheiden BTW-tarief de maatstaf van heffing en de elementen waaruit hij is samengesteld te vermelden. Derhalve zal op iedere factuur de betrokken milieubijdrage apart moeten worden vermeld. Wanneer in de relatie tussen de detailhandelaar en zijn klant de contractueel bedongen prijs reeds de milieubijdrage bevat, is een aparte vermelding van deze bijdrage op de factuur evenwel niet noodzakelijk.

In het geval de detailhouder niet gehouden is tot het uitreiken van een factuur (zie artikel 1, § 2, van voormeld koninklijk besluit nr. 1) en hij zich beperkt tot de aanmaak van een kasticket voorziet de BTW-reglementering niet in specifieke vermeldingen voor dit document. Het is evenwel raadzaam om ook in dit geval de milieubijdrage apart op het document te vermelden, tenzij de bedongen prijs reeds deze bijdrage bevat.

Inzake directe belastingen vormen de recyclagebijdragen die fabrikanten moeten betalen bij het op de markt brengen van apparaten of die groot- of kleinhandelaars moeten betalen bij de aanschaffing van apparaten, in hoofde van die ondernemingen in beginsel aftrekbare beroepskosten voor het belastbare tijdperk waarin zij die bijdrage betalen of dragen overeenkomstig artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992).

De recyclagebijdragen die zij ontvangen moeten daarentegen als een belastbare winst in de zin van artikel 24, WIB 1992 worden aangemerkt.

Aangehaalde teksten

5
WBTW art. 262 voorkomens
KB nr. 1 art. 11 voorkomen
KB nr. 1 art. 51 voorkomen
WBTW art. 181 voorkomen
WBTW art. 771 voorkomen

Administratieve doctrine

7

« … van 23.01.1990 en Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Chaussures Bally SA tegen Belgische Staat, zaak C-18/92, van 25.05.1993) de ingevolge de wet op de terugnameplicht van elektrische en elektronische apparaten verschuldigde recyclagetaks ( schriftelijke parlementaire vraag nr. 745 van mevrouw de Volksvertegenwoordiger Trees Pieters van 05.07.2001 ) de bedragen die door notarissen, gerechtsdeurwaarders en advocaten worden gevraagd voor de door hen gedane en aan hun klanten doorgerekende kosten, met inbegrip van de belastingen en de heffingen waarvan zij schuldenaar zijn (vergelijk titel 8, rubriek E, … »

Maatstaf van heffing van de belasting (15.06.2026)Administratieve commentaar15.06.2026

Bekijk de 7 documenten