Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 85, blz. 8103-8104
BTW. - Restauratie van orgels.
VRAAG
Voor 1 januari 1993 was op de restauratie van orgels een BTW-tarief van 6% van toepassing. Sinds 1 januari 1993 is dat 19,5%. Op die manier wordt een bijzondere arbeidsintensieve en cultureel zeer belangrijke sector getroffen.
1. Waarom werd dat BTW-tarief verhoogd?
2. Heeft u, in uw functie van voorzitter van de Europese Ministerraad, die zaak al aangekaart op de raad?
ANTWOORD
1. Voor 1 januari 1993 was de restauratie van orgels in principe onderworpen aan het normaal BTW-tarief van 19,5%. Wanneer het orgel evenwel kon worden aangemerkt als antiquiteit, was de restauratie ervan onderworpen aan het verlaagd tarief van 6%, overeenkomstig rubriek XXVI, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake BTW-tarieven.
In het licht van de fiscale harmonisatie vanaf 1 januari 1993 heeft de Raad van de Europese Gemeenschappen op 19 oktober 1992 een richtlijn vastgesteld waarbij de goederen en diensten, waarvoor na 1 januari 1993 nog een verlaagd tarief kan worden toegepast worden opgenomen in een limitatieve lijst, namelijk de bijlage H bij de richtlijn 92/77/EEG van de Raad van 19 oktober 1992, tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging van richtlijn 77/388/EEG.
Aangezien restauratiewerken van orgels, ongeacht of ze al dan niet als antiquiteit kunnen worden aangemerkt, niet zijn opgenomen in die limitatieve lijst, is op grond van die EEG-richtlijn de toepassing van het verlaagd tarief uitgesloten.
Derhalve zijn vanaf 1 januari 1993 de restauratiewerken aan orgels, zonder onderscheid, altijd onderworpen aan het normaal BTW-tarief dat thans 19,5% bedraagt.
2. Voornoemde limitatieve lijst van goederen en diensten waarvoor de lidstaten een verlaagd tarief mogen toepassen, is tot stand gekomen na talrijke besprekingen tussen de lidstaten en vormt derhalve een delicaat evenwicht. Aangezien elke wijziging eenparigheid van de lidstaten vergt, betwijfel ik dan ook dat besprekingen op EEG-vlak in de zin zoals het geacht lid wenst, gunstig zouden worden onthaald.