BTW-Revue nr. 146, blz. 242
Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr. 23, blz. 2597
Belasting over de winstmarge - Factuur - Opgeld
VRAAG
Antiquairs en antiquaren vermelden in hun veilingscatalogen dat er een opgeld van bijvoorbeeld 25 % moet betaald worden en dat hierin de BTW inbegrepen is. Op de veiling wordt dan gezegd dat de BTW niet mag in mindering worden gebracht en de BTW wordt ook niet afzonderlijk op de facturen vermeld.
1. Is dit in overeenstemming met de bestaande wetgeving?
2. Dient de BTW op andere facturen (dus niet voor aankopen op veilingen) steeds afzonderlijk vermeld te worden?
ANTWOORD
Overeenkomstig artikel 5, § 1, 8° en 9° van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde dienen enerzijds, per tarief, de maatstaf van heffing en de elementen waaruit hij is samengesteld en anderzijds de tarieven van de verschuldigde belasting, het bedrag van de verschuldigde belasting per tarief en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting afzonderlijk op de factuur te worden vermeld, waarbij de bedragen in eenzelfde munteenheid, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro, worden uitgedrukt.
In afwijking van bovengenoemde bepalingen aanvaardt de Administratie, op basis van de aanschrijving nr. 22 van 4 december 1981, dat de in de prijs begrepen belasting over de toegevoegde waarde evenwel niet apart op de factuur wordt vermeld wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn:
1° de handeling wordt verricht door een uitbater van een inrichting waar gewoonlijk goederen worden geleverd of diensten worden verstrekt aan particulieren die niet voor beroepsbehoeften handelen (winkel, parkeergarage, benzinestation, enz.);
2° het bedrag van de factuur, inclusief BTW, bedraagt niet meer dan 2.500 Belgische frank (61,97 euro);
3° de factuur wordt uitgereikt onmiddellijk bij de levering van het goed of bij de voltooiing van de dienst.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van deze administratieve tolerantie dient op de factuur, benevens het BTW-tarief, de vermelding "Prijs inclusief BTW. Aanschrijving 22/1981 " te worden aangebracht.
Artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek voorziet evenwel in een bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge welke belastingplichtige wederverkopers kunnen toepassen op door hen verrichte leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.
Wanneer een antiquair of een verkoopzaal handelt voor eigen rekening dan wel ingevolge een overeenkomst tot aan- of verkoop in commissie, voor rekening van een derde kan de bijzondere regeling van belas- tingheffing over de winstmarge voor bedoelde leveringen worden toegepast voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden en modaliteiten die voor de toepassing van deze regeling zijn gesteld en welke zijn opge- nomen in het koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994 met betrekking tot de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.
De maatstaf van heffing voor de leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en- antiquiteiten is de winstmarge van de belastingplichtige wederverkoper, verminderd met het bedrag van de BTW die in de winstmarge is begrepen. Deze winstmarge is gelijk aan het verschil tussen de door de belastingplichtige wederverkoper voor het goed gevraagde verkoopprijs en de aankoopprijs.
Overeenkomstig artikel 58, § 4, 8°, van het BTW-Wetboek mag de belastingplichtige wederverkoper de BTW over de leveringen van de goederen waarop hij de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge toepast echter niet afzonderlijk vermelden op de factuur die hij uitreikt, op ieder als zodanig geldend stuk of ieder verbeterend stuk. Op de factuur of op het als zodanig geldend stuk dient tevens de volgende vermelding te worden aangebracht: "Levering onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge, BTW niet aftrekbaar" (artikel 8 van voornoemd koninklijk besluit).
Krachtens artikel 58, § 4, 5°, van hetzelfde wetboek mogen de belastingplichtigen de belasting over de toegevoegde waarde (met inbegrip van deze begrepen in het gevraagde opgeld zoals in het geval aangehaald door het geachte lid) die verschuldigd of voldaan is voor aan hen geleverde of te leveren gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten door een belastingplichtige wederverkoper, niet aftrekken van de belasting die zij verschuldigd zijn, voor zover de levering van deze goederen door de belastingplichtige wederverkoper onderworpen is aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge.
Tenslotte weze aangestipt dat overeenkomstig artikel 58, § 4, 7°, van het BTW-Wetboek voor elke levering die onder de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge valt de belastingplichtige wederverkoper de normale regeling van de BTW kan toepassen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.