Rode Kruis van de Duitstalige Gemeenschap · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

739 25 november 2021

Zoeken

Rode Kruis van de Duitstalige Gemeenschap

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/739-rode-kruis-duitstalige-gemeenschap-kattrin-2cdc

Nummer
739
Datum
25 november 2021

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

21 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 739 van mevrouw Kattrin Jadin d.d. 25.11.2021

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/077 d.d. 11.02.2022, blz. 142

Vraag nr. 739 van Mevrouw de volksvertegenwoordiger Kattrin Jadin van 25 november 2021 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Rode Kruis van de Duitstalige Gemeenschap.

VRAAG

In tegenstelling tot de winkels van het Rode Kruis in Wallonië, die voorraden inkopen in andere winkels, verkopen de tweedehandswinkels van het Rode Kruis in de Duitstalige Gemeenschap enkel kledij en goederen die door privépersonen gedoneerd worden (die door henzelf gewassen, gestreken en hersteld worden), en dat aan sociale prijzen.

Niettemin moeten die winkels, die met vrijwilligers werken, sinds april 2019 eveneens 21 % btw betalen aan de Staat, zonder dat ze evenwel belastingen kunnen aftrekken, onder meer omdat ze geen kledij inkopen en niet investeren.

Hoewel het Waalse Rode Kruis en het Rode Kruis van de Duitstalige Gemeenschap administratief met elkaar verbonden zijn, zijn ze op operationeel en financieel vlak autonoom. In het licht van hun verschillende activiteiten zou het dus logisch zijn dat de belastingregeling daaraan aangepast is.

Met de opbrengsten van de kledingverkoop worden de sociale diensten (zoals de voedsel- en huiswerkhulp) gefinancierd, wat voor kwetsbare gezinnen een aanzienlijke hulp betekent. Het hoeft geen betoog hoezeer het btw-tarief van 21 % een negatieve impact heeft op de inkomsten sinds 2019 en vooral sinds het begin van de gezondheidscrisis.

Zou het btw-tarief niet tot 6 % verlaagd kunnen worden voor de vrijwilligerswinkels van het Rode Kruis van de Duitstalige Gemeenschap zodat de arme gezinnen in ons land maximaal geholpen kunnen worden?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 11.02.2022:

De strijd tegen armoede is een belangrijk thema voor onze samenleving. Deze regering heeft het tot één van haar prioriteiten voor deze legislatuur gemaakt. Het Rode Kruis vervult ontegensprekelijk een belangrijke rol in deze strijd. Daarnaast is ook de ontwikkeling van een sterker uitgebouwde circulaire economie een andere ambitie van deze regering.

De verkoop van kleding door het Rode Kruis, vooral in de Duitstalige afdeling, is inderdaad onderworpen aan het btw-tarief van 21 %.

Vooreerst wil ik benadrukken dat het Rode Kruis, ongeacht de interne organisatie van deze instelling, vanuit het btw-oogpunt slechts één belastingplichtige uitmaakt.

De toepassing van het btw-tarief van 6 % is ter zake enkel voorzien voor "goederen geleverd door instellingen met sociaal oogmerk" die bedoeld zijn in rubriek XXIIIbis, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 tot vaststelling van de btw-tarieven. Deze bepaling heeft betrekking op door een bevoegde overheid erkende instanties die laag of middelmatig geschoolde werkzoekenden die zijn uitgesloten van traditionele werkgelegenheidscircuits of die bijzonder moeilijk te plaatsen zijn, aan het werk proberen te krijgen en voor hen een plaats van tewerkstelling trachten te verzekeren. Het Rode Kruis voldoet momenteel niet aan deze voorwaarden.

Een wijziging van de regelgeving om de toepassing van het verlaagde tarief van 6 % op de verkoop van tweedehandse kleding door organisaties zoals het Rode Kruis mogelijk te maken, zou volgens de Europese wetgeving kunnen worden overwogen.

Hoewel ik het achterliggende doel van uw voorstel zeer lovenswaardig vind, is het duidelijk dat in het kader van een uitbreiding van het verlaagde btw-tarief van 6 % naar de verkopen van tweedehandsgoederen door (de Duitstalige afdeling van) het Rode Kruis, de beginselen van fiscale neutraliteit en non-discriminatie niet uit het oog mogen verloren worden.

Zo kan de btw-verlaging niet enkel beperkt worden tot het Rode Kruis, maar zal deze tariefverlaging ook gelden voor andere sociale actoren. Een dergelijke btw-verlaging zal uiteraard ook een impact hebben op commerciële actoren die in dezelfde sector actief zijn.

Om discriminatie van andere marktdeelnemers in de sector van de kledingverkoop te vermijden, zou men in dat geval evenwel nauwkeurig het kader waarbinnen dit verlaagde tarief van toepassing zou kunnen zijn, moeten vaststellen. De door u gevraagde aanpassing van het koninklijk besluit nr. 20 inzake btw-tarieven vereist dus een nauwkeurig en niet vanzelfsprekend juridisch kader.

In ieder geval moet het Rode Kruis, om te kunnen genieten van de door u voorgestelde btw-verlaging, door de bevoegde overheid als een instelling met sociaal oogmerk worden erkend die zich inzet op het gebied van bijstand en sociale zekerheid in de zin van de btw-richtlijn.

Ik ben bereid, na grondige analyse door de FOD Financiën, uw verzoek binnen de regering te bespreken in het kader van een plan tegen armoede of om circulaire economie te stimuleren, waarbij uiteraard rekening zal moeten gehouden worden met het krappe budgettaire kader waarover we beschikken.

Administratieve doctrine

3

« … voor dergelijke instellingen geldende reglementering maar zonder effectief erkend te zijn, kunnen dus niet in aanmerking komen voor het btw-tarief van 6 % zoals voorzien in de rubriek XXIIIbis. Zie met betrekking tot deze voorwaarde ook het antwoord op de schriftelijke parlementaire vraag nr. 739 van mevrouw Volksvertegenwoordiger Kattrin Jadin van 25.11.2021 . Die parlementaire vraag heeft betrekking op de verkoop van kleding door het Rode Kruis. C. Voorwaarden met betrekking tot de aard van de door de instellingen verrichte handelingen Enkel de goederen die de instelling met sociaal oogmerk gratis aan huis bij … »

Tarieven van de belasting (01.11.2025)Administratieve commentaar12.11.2025

Bekijk de 3 documenten