Exploitatie van een taxibedrijf. Bijkomstig vervoer van kleine voorwerpen. Begrip. Omvang · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

726 28 februari 1991

Zoeken

Exploitatie van een taxibedrijf. Bijkomstig vervoer van kleine voorwerpen. Begrip. OmvangExploitatie van een taxibedrijf. Bijkomstig vervoer van kleine voorwerpen. Begrip. Omvang van het recht op aftrek. Beperking

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/726-exploitatie-taxibedrijf-bijkomstig-vervoer-kleine-03c2

Nummer
726
Datum
28 februari 1991

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Exploitatie van een taxibedrijf - Bijkomstig vervoer van kleine voorwerpen - Begrip - Omvang van het recht op aftrek - Beperking

VRAAG

Volgens artikel 45, § 2, lid 1, van het BTW-Wetboek is de beperking van de aftrekbaarheid van de BTW op de levering en de invoer van personenauto's niet van toepassing op de voertuigen uitsluitend bestemd voor personenvervoer.

Wanneer een taxi-uitbater, onderworpen aan de wet van 24 september 1974 betreffende de taxidiensten, bijkomstig zijn voertuig gebruikt voor bezoldigd vervoer van kleine voorwerpen, is de beperking evenmin van toepassing. Het begrip «bijkomstig» werd tijdens de besprekingen betreffende deze afwijking echter nooit duidelijk geformuleerd en geeft bij de toepassing ervan aanleiding tot misverstanden.

Bij een controle van de BBI werd aan een bepaalde taxi-uitbater een rectificatie aangerekend omdat het vervoer van pakjes 13% van zijn totale activiteit bedroeg. Zowel de BBI als de Centrale administratie waren van oordeel dat 13% niet meer als bijkomstig kan worden beschouwd. Naar verluidt zou een bijkomende activiteit slechts 2% van de hoofdactiviteit mogen bedragen. Deze interpretatie lijkt trouwens etymologisch in strijd met de eigenlijke betekenis van het woord «bijkomstig»: wat komt bij, wat wordt toegevoegd aan...

1. Wat is de juiste interpretatie van de term «bijkomstig»?

2. Volgens welke criteria moet dit worden vastgesteld en welk percentage van de hoofdactiviteit mag deze bijkomstige activiteit desgevallend maximaal bedragen?

ANTWOORD

Er wordt aangenomen dat, wanneer een exploitant van een taxibedrijf wiens exploitatie is onderworpen aan de wet van 27 december 1974 betreffende taxidiensten, zijn voertuig bijkomstig gebruikt voor het vervoer van kleine voorwerpen (pakjes, documenten, enzovoort), deze omstandigheid op zich geen afbreuk doet aan het niet-toepassen van de beperking van het recht op aftrek, beoogd door artikel 45, § 2, eerste lid, van het BTW-Wetboek.

Om te oordelen of het gebruik van het voertuig voor het vervoer van de kleine voorwerpen bijkomstig is, dient rekening te worden gehouden met zowel de afgelegde afstand als met de omzet met betrekking tot het goederenvervoer in verhouding tot de totaal afgelegde afstand en de totale omzet, hetgeen uiteraard een feitenkwestie is die geval per geval moet worden onderzocht.

Indien het geachte Lid een concreet geval beoogt, ben ik bereid het te laten onderzoeken door de bevoegde administratie, wanneer de naam en het adres van de exploitant van het betrokken taxibedrijf mij worden meegedeeld.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 452 voorkomens