Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 83, blz. 7914-7915
BTW. - Gebouwen.
VRAAG
1. Worden watertorens, watertanks, silo's en hoogovens als infrastructuurvoorzieningen, als terreinen, als machines of als gebouwen beschouwd voor de toepassing van de BTW?
2. Dreigen de Belgische industriële bedrijven door een omschrijving als infrastructuur of als terrein niet te worden benadeeld in vergelijking met hun concurrenten in de buurlanden?
3. Is de regering van plan het nodige te doen om maatregelen die inzonderheid de zware industrie benadelen, op te heffen?
ANTWOORD
De machines en toestellen waarmee industriële installaties zijn uitgerust behouden doorgaans hun roerend karakter of worden hoogstens onroerend door bestemming. Dat is zelfs het geval wanneer die uitrustingsgoederen op een voetstuk, onroerend uit zijn aard, worden geplaatst waaraan ze worden verankerd. Derhalve wordt, in principe, de handeling bestaande in de levering met plaatsing van die machines en toestellen niet aangemerkt als een werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, van het BTW-wetboek, maar wel als een levering van uit hun aard roerende goederen.
Nochtans worden sommige industriële uitrustingen onroerende goederen uit hun aard omwille van de wijze van hun plaatsing, hetzij wegens hun inlijving bij de grond of het gebouw, hetzij wegens hun omvang of gewicht. Dat is inzonderheid het geval voor hoogovens, alsmede voor silo's en reservoirs van grote omvang die ter plaatse moeten worden gemonteerd en niet zonder beschadiging kunnen worden verplaatst of weggenomen. De levering met plaatsing van dergelijke uitrusting behelst een werk in onroerende staat in de zijn artikel 19, § 2, van het BTW-wetboek. Bovendien wordt in dat geval die handeling beoogd door de regeling van de verlegging van de heffing ingesteld door artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de BTW.
Wegens de onvoldoende gegevens kan ik mij niet uitspreken over de roerende of onroerende aard van de door het geacht lid beoogde uitrustingen. Om dezelfde reden is het mij niet mogelijk een antwoord te verstrekken op de vragen vermeld onder de punten 2 en 3.
Ik nodig het geacht lid derhalve uit mij alle noodzakelijke inlichtingen daartoe te verschaffen.