Inkomstenbelasting. Geregistreerde aannemer. Franchisingcontract. BTW · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

708 22 september 1993

Zoeken

Inkomstenbelasting. Geregistreerde aannemer. Franchisingcontract. BTW

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/708-inkomstenbelasting-geregistreerde-aannemer-franchisingcontract-btw-48b1

Nummer
708
Datum
22 september 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 88, blz. 8534

Bull. nr. 737, pag. 1128

Inkomstenbelasting - Geregistreerde aannemer - Franchisingcontract - BTW

VRAAG

1. Moet een onderneming die met een netwerk van franchisenemers werkt en die als tussenpersoon fungeert zoals omschreven in artikel 13 van het BTW-wetboek, bij werk in onroerende staat dat door een bouwondernemer aan franchisenemers wordt geleverd, registratie als aannemer aanvragen bij toepassing van de artikelen 400 tot 408 van het WIB 1992 ?

2. Moet die onderneming te werk gaan conform de procedure van artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde ?

ANTWOORD

1. Het past rekening te houden met de onderlinge banden die, met betrekking tot de uitvoering van werken in onroerende staat, tussen de beoogde onderneming en de onafhankelijke verdelers bestaan.

Indien de onderneming en de verdelers handelen in het kader van een aannemingscontract - wat het geval is wanneer de uitvoering van de werken afhankelijk is van de wil van de verdelers die dan als bouwheren worden beschouwd - verkrijgt de onderneming, in de vermelde situatie, de hoedanigheid van aannemer door de herfacturatie die ze verricht.

Dat is daarentegen niet het geval wanneer alleen de onderneming zeggenschap en het initiatief over de werken heeft, de uitvoering ervan geschiedt dan buiten de wil van de verdelers.

De onderneming kan bijgevolg enkel in de eerste mogelijkheid haar registratie bekomen.

2. Het antwoord luidt bevestigend voor zover de betrokken werken handelingen uitmaken als bedoeld in artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde en de onafhankelijke verdelers BTW-belastingplichtigen zijn, gehouden tot het indienen van een in artikel 53, eerste lid, 3°, van het BTW-wetboek bedoelde aangifte.

Aangehaalde teksten

3
KB nr. 1 art. 202 voorkomens
WBTW art. 131 voorkomen
WBTW art. 531 voorkomen