De vlasfabrikanten en de BTW · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

70 4 februari 1971

Zoeken

De vlasfabrikanten en de BTW

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/70-vlasfabrikanten-btw-vansteenkiste-vlasfabrikant-ef79

Nummer
70
Datum
4 februari 1971

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

De vlasfabrikanten en de BTW.

VRAAG

De vlasfabrikanten bevinden zich voor de toepassing van de BTW in een biezondere toestand waarvoor ik de aandacht van de heer Minister van Financiën vraag:

1° De invoer van vlas uit aangrenzende landen (in casu: Frankrijk) gebeurt met het formulier 136 B maar het is nu zo dat ook de tolagenten dadelijke betaling van de taks eisen daar ze het risiko van het sterk toegenomen volume van belastingsverrichtingen niet meer kunnen dragen. Anderdeels kan de juiste waarde van de koopwaar meestal alleen bij de eindafrekening worden bepaald. Daarom rijst de vraag of het A.B.V. niet zoals voorheen bij de inning van de verschuldigde overdrachttaks bemiddelend kan optreden.

2° Voor een aantal fabrikanten is de struktuur van hun bedrijf en hun verrichtingen tegenover de nieuwe wetgeving zo dat ze steeds voor een aanzienlijk bedrag crediteur van de Schatkist zullen zijn, wegens de voorgeschoten taksen die niet door het in rekening brengen of doorrekenen van BTW kunnen worden gekompenseerd.

De onvoorziene kapitaals-behoeften die aldus ontstaan zullen meer bepaald voor een aantal vlasfabrikanten beslist ondraaglijk zijn des te meer daar ze in het ongewisse verkeren over de modaliteiten en de termijn van terugbetaling.

Ik stel er prijs op van de heer Minister van Financiën te vernemen wat hij praktisch en konkreet gaat doen om te voorkomen dat deze mensen ten onder zouden gaan aan een regeling waarvan de onbillijkheid voor de hand ligt.

ANTWOORD

1° Onder het stelsel van de overdrachttaks was vlas onderworpen aan een forfaitaire taks die werd geheven bij de bestemming, zodat wegens invoer door een vlasfabrikant enkel de factuurtaks van 7 p.m. verschuldigd was. De factuurtaks werd in principe voldaan door het plakken van zegels op de uit het buitenland ontvangen factuur, zonder tussenkomst van de douane.

De belasting over de toegevoegde waarde die terzake van de invoer van vlas uit Frankrijk verschuldigd is, dient daarentegen te worden voldaan op het tijdstip waarop het vlas bij de douane ten verbruik wordt aangegeven, door middel van zegeling van een document 45 A, dat aan de douane wordt voorgelegd. Van die regel kan niet worden afgeweken.

Indien de prijs op het tijdstip van de aangifte ten verbruik nog niet is bepaald, kan de belasting niettemin worden berekend over de normale waarde van het vlas. Zodra de juiste prijs is bepaald, dient de geadresseerde van de goederen zo nodig de heffing te herzien, wat kan worden gedaan in de periodieke BTW-aangifte.

2° Artikel 43 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het koninklijk besluit nr. 18, van 20 juli 1970, voorzien in maatregelen die ertoe strekken zoveel mogelijk de voorfinanciering van de belasting te verminderen.

Mits zij van de administratie een vergunning hebben verkregen, kunnen belastingplichtigen die ten minste 50, 75 of 90% van hun omzet uitvoeren, de door hen voor uitvoer bestemde goederen, de grondstoffen en hulpstoffen voor de vervaardiging van die goederen en de diensten met betrekking tot deze vervaardiging, hier te lande afnemen of invoeren met vrijstelling tot beloop van 50, 75 of 90% van het totaalbedrag van de verschuldigde belasting.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 431 voorkomen