Vr. en Antw., Senaat
Dubbele controle van belastingplichtigen
VRAAG
De BTW-plichtigen worden beurteling door het bestuur der belastingen en door het bestuur van de BTW gecontroleerd over de resultaten van twee jaren.
De tweede verificateur in de loop van één jaar, die de in zijn bestuur gebruikte coëfficiënten toepast, vindt het akkoord tussen de belastingplichtigen en de verificateur van het andere bestuur dikwijls ontoereikend.
Het onderzoek van de jaarresultaten van een bedrijf door de twee besturen leidt meestal tot verschillende gevolgtrekkingen.
Steunt men altijd op het hogere resultaat? Zo niet, welk bestuur is het best geplaatst om zijn standpunt te doen overwegen?
Is die toestand definitief?
ANTWOORD
In het kader van de samenwerking tussen de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen en de Administratie van de Directe Belastingen worden de gemeenschappelijke belastingplichtigen volgens een bepaalde wisselbeurt gecontroleerd om kort opeenvolgende verificaties bij een zelfde persoon door ambtenaren van de twee administraties te voorkomen.
In de mate dat de wetgeving eigen aan beide administraties het mogelijk maakt, wordt naar overeenstemming gestreefd, zodanig dat de winstmarge die voor de heffing van de belasting over de toegevoegde waarde in aanmerking wordt genomen dezelfde is als die welke voor de inkomstenbelastingen geldt.
Beide administraties nemen ter zake als principe dat in de regel niet moet worden teruggekomen op het onderzoek van de andere administratie, tenzij er voldoende redenen bestaan om een nieuw onderzoek te rechtvaardigen. Hierbij dienen de particulariteiten en de omstandigheden van elk geval in aanmerking te worden genomen.
Wanneer het geachte Lid van mening is dat in een bepaald geval de ambtenaren van de fiscale administraties de hierboven vermelde stelregels niet hebben gevolgd, kan hij het mij mededelen. Ik zal een onderzoek door de bevoegde administratie laten doen.