Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 80, blz. 7563-7564
BTW. - Leasing. - Vervroegde opzegging.
VRAAG
Tal van bedrijven melden mij dat er een probleem is in geval van vervroegde opzegging van een leasingcontract. Wordt de BTW door die opzegging immers niet opnieuw verschuldigd? Ik geef het voorbeeld van bedrijf A dat bedrijf B een nieuw handelsgoed in leasing geeft. A heeft BTW betaald op de bouwwerken en heeft de BTW teruggevorderd bij zijn afnemers. Er wordt BTW geheven op het leasingcontract. Na twee jaar vraagt B om verbreking van de leasingovereenkomst. A stemt toe en verkoopt de gebouwen met BTW aan C.
Bestaat voor A het gevaar dat hij een gedeelte van de BTW die hij heeft teruggevorderd, moet teruggeven?
ANTWOORD
Wanneer de partijen in een contract van onroerende financieringshuur, zoals bedoeld in de artikels 9, tweede lid, 2° en 44, § 3, 2°, b), van het BTW-wetboek, dat contract vervroegd doen beëindigen, heeft die voortijdige verbreking in principe tot gevolg dat de leasinggever er toe gehouden is om de in aftrek gebrachte BTW geheven van de oprichting van het gebouw, dat het voorwerp heeft uitgemaakt van die financieringshuur, te herzien.
De verbreking van het oorspronkelijk contract geeft in hoofde van de leasinggever evenwel geen aanleiding tot herziening van de aftrek van de BTW geheven van het bedoelde gebouw als dat gebouw door de leasinggever op hetzelfde tijdstip als genoemde verbreking wordt vervreemd met toepassing van de BTW onder de voorwaarden gesteld bij het koninklijk besluit nr. 14 van 3 juni 1970.