Vr. en Antw., Senaat, 2000-2001, nr. 2-25, blz. 1184-1186
Verjaringstermijnen BTW.
VRAAG
Klopt het dat sedert de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen in werking is getreden, de BTW-administratie de BTW kan opeisen wanneer die niet is voldaan voor handelingen waarop zij wel is verschuldigd, en dat de administratie doorvoor 8 jaar kan teruggaan vanaf 1 januari van het jaar waarin het belastbaar feit heeft plaatsgevonden? Klopt het voorts dat de aldus verschuldigde BTW alleen dan aftrekbaar of terug te geven is indien het belastbare feit heeft plaatsgevonden 5 jaar of 3 jaar na dat belastbaar feit?
Wanneer de BTW wordt geïnd over het 6e, het 7e of het 8e jaar volgend op 1 januari van het jaar waarin het belastbaar feit heeft plaatsgehad en de controle op foutief aangegeven invoer slaat, bevat de heffingsgrondslag inzake de BTW op dergelijke invoer dan de douanerechten, de accijnzen en de antidumpingrechten die daarop niet werden geïnd omdat de onderzoektermijnen niet meer bedragen dan 3 of 5 jaar vanaf het tijdstip van de invoer?
ANTWOORD
1. In overeenstemming met de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen, zijn nieuwe regels van toepassing inzake de verjaring van de vorderingen tot voldoening en de vorderingen tot teruggaaf welke zijn ontstaan na 31 december 1998.
Er is aldus, in principe, verjaring voor de vordering tot voldoening na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van de belasting, de intresten en de administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan.
Wat de vervaltermijn van de uitoefening van het recht op aftrek betreft, dient artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de BTW nog te worden aangepast teneinde die termijn in overeenstemming te brengen met de voornoemde termijn van toepassing op de vordering tot voldoening zodoende dat wanneer de formaliteiten waaraan het uitoefenen van het recht of aftrek onderworpen is, niet tijdig worden vervuld en, in het bijzonder, wanneer de in artikel 3, § 1, 1°, bedoelde factuur werd uitgereikt na het verstrijken van de termijn voorgeschreven door artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, dat recht wordt uitgeoefend in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de formaliteiten worden vervuld, op voorwaarde dat het derde kalenderjaar na dat waarin de belasting is opeisbaar geworden niet is verstreken.
In de wet van 15 maart 1999 werd bovendien voorzien in bijzondere termijnen voor de verjaring van de vordering tot voldoending. Die gelden in specifieke omstandigheden welke vreemd blijven aan die inzake het recht op aftrek door de medecontractant van de schuldenaar van de belasting.
Het betreft de volgende omstandigheden :
a) Wanneer een overtreding bedoeld in de artikelen 70 of 71 van het BTW-Wetboek is begaan met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, is er slechts verjaring na het verstrijken van het vijfde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid zich heeft voorgedaan. Indien de administratie voornemens is die verjaringstermijn toe te passen, moet zij, op straffe van nietigheid van de rechtzetting voorafgaandelijk aan de betrokkene schriftelijk en nauwkeurig kennis geven van de vermoedens van belastingontduiking die tegen hem bestaan in de betreffende periode.
b) Er is bovendien verjaring na het verstrijken van het zevende kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid zich heeft voorgedaan wanneer :
1° inlichtingen, onderzoeken, controles, meegedeeld, verzocht of uitgevoerd door een andere lidstaat van de Europese Unie of door een land waarmee België een overeenkomst heeft gesloten tot het vermijden van dubbele belasting, aantonen dat belastbare handelingen niet werden aangegeven in België of dat er onrechtmatige belastingaftrekken werden toegepast;
2° een rechtsvordering aantoont dat, in België, belastbare handelingen niet werden aangegeven of belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de wettelijke en verordeningsbepalingen die erop van toepassing zijn;
3° bewijskrachtige gegevens, waarvan de administratie kennis heeft gekregen, aantonen dat belastbare handelingen niet werden aangegeven in België of dat er belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de wettelijke en verordeningsbepalingen die daarop van toepassing zijn.
2. De vraag gesteld door het geachte lid beoogt waarschijnlijk de situatie waarin invoeren van goederen waarvoor rechten bij invoer, accijnzen en antidumpingrechten zijn verschuldigd doch niet zijn geïnd, het voorwerp uitmaken van een controle van de maatstaf van heffing van de BTW op een tijdstip dat de vordering tot voldoening van die niet geïnde rechten is verjaard.
Overeenkomstig artikel 34, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek, moeten inzonderheid in de maatstaf van heffing van de BTW van de ingevoerde goederen worden opgenomen, de in het buitenland verschuldigde rechten, heffingen en andere belastingen, alsmede die welke ter zake van de invoer verschuldigd zijn, met uitzondering van de te heffen belasting over de toegevoegde waarde.
Maken aldus inzonderheid deel uit van de maatstaf van heffing van de BTW van de ingevoerde goederen, de rechten bij invoer, de agrarische elementen, de accijns, de bijzondere accijns, evenals de voor bepaalde goederen betaalde som als vergunningsrecht, vergunningszegel, rechten, wegens keuring en sanitair onderzoek, bij de invoer aan sommige controleorganisaties verschuldigde vergoeding, de antidumpingrechten, de compenserende en andere rechten die zouden verschuldigd zijn bij de invoer van sommige goederen ter uitvoering van verordeningen van de Europese Gemeenschap.
Die belastingen, rechten, heffingen en andere taksen moeten in de maatstaf van heffing worden opgenomen door het loutere feit dat ze verschuldigd zijn. De omstandigheid dat ze niet werden betaald doet daaraan geen afbreuk.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.