Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/069 d.d. 14.04.2016, blz. 343
Btw-vrijstelling.
VRAAG
Sinds de inwerkingtreding van de gewijzigde regeling inzake de btw-vrijstelling op 1 april 2014 werd het grensbedrag voor die regeling opgetrokken van een jaaromzet van 5.580 tot een jaaromzet van 15.000 euro.
De verhoging van dat grensbedrag was afhankelijk van een tijdelijk uitvoeringsbesluit van de Europese Commissie van 22 januari 2015 (Publicatieblad van de Europese Unie, L22, 25 januari 2013).
De thans bij artikel 56bis van het Btw-wetboek en het koninklijk besluit nr. 19 bepaalde regeling biedt kleine ondernemingen met een omzetcijfer van minder dan het aangegeven grensbedrag de mogelijkheid voor een btw vrijstelling te opteren.
Die optionele regeling houdt in dat de vrijgestelde belastingplichtigen geen periodieke btw-aangiftes meer hoeven in te dienen en bij de facturatie van hun leveringen en/of diensten geen btw meer mogen aanrekenen. De btw die hun door hun leveranciers wordt aangerekend, mogen ze ook niet meer aftrekken.
De vrijgestelde belastingplichtigen moeten in voorkomend geval wel nog een opgave van hun intracommunautaire handelingen indienen en een tabel van hun investeringsgoederen bijhouden. De voornaamste btw-verplichting die evenwel voor hen van kracht blijft, is de jaarlijkse indiening van een klantenlisting.
De oude regeling van de btw-vrijstelling werd vooral gebruikt door zelfstandigen in bijberoep en zelfstandigen die hoofdzakelijk over the counter-verkoop realiseren.
Sommige bedrijfstakken kunnen door hun profiel echter geen gebruik maken van die regeling.
Uw wetsontwerp van 4 september 2015 strekt ertoe het grensbedrag per 1 januari 2016 van 15.000 op 25.000 euro te brengen.
1. Hoeveel voor btw-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtigen boekten er tijdens het kalenderjaar 2013 een jaaromzet tussen 5.580 en 15.000 euro?
2. Hoeveel voor btw-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtigen boekten er tijdens het kalenderjaar 2013 een jaaromzet tussen 15.000 en 25.000 euro?
3. Welke jaaromzettotalen werden er voor het kalenderjaar 2013 door de belastingplichtigen onder punt 1 en 2 tegen het respectieve tarief van 6 en 21 procent aangegeven?
4. Welk btw-bedrag werd er in totaal in rooster 71 aangegeven in de periodieke aangiftes die tijdens het kalenderjaar 2013 door de belastingplichtigen onder punt 1 en 2 werden ingediend?
5. Hoeveel belastingplichtigen die vóór 1 april 2014 voor btw-doeleinden waren geïdentificeerd, hebben voor de regeling van de btw-vrijstelling geopteerd?
6. Hoeveel vrijgestelde belastingplichtigen waren er op 1 januari 2014 en 1 januari 2015?
7. Belastingplichtigen kunnen moeilijk staande houden dat ze slechts een jaaromzet van 5.000 of 15.000 euro boeken door niet al hun activiteiten aan te geven. Als het grensbedrag op 25.000 euro wordt gebracht, wordt dat makkelijker. Werden er derhalve specifieke maatregelen genomen om verkoop in het zwart bij die categorie van belastingplichtigen op te sporen en te bestrijden? Zo ja, welke?
8. De toestemming van de Europese Commissie om het grensbedrag voor kleine ondernemingen op te trekken geldt slechts voor een periode die op 31 december 2015 afliep, zoals bepaald bij artikel 2 van het uitvoeringsbesluit van 22 januari 2013. Kunt u bevestigen dat die toestemming ook na die datum geldt? Zo niet, kunt u verduidelijken welke demarches er reeds werden gedaan?
ANTWOORD
van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 05.04.2016,
1. - 4. In antwoord op deze vragen, deel ik u volgende gegevens mede.
Gedurende het begrotingsjaar 2013 hebben 64.349 belastingplichtigen een omzetcijfer tussen 5.580 euro (niet inclusief) en 15.000 euro (inclusief) gerealiseerd.
Vervolgens dient aangestipt dat gedurende datzelfde jaar 49.192 belastingplichtigen een omzetcijfer tussen 15.000 euro (niet inclusief) en 25.000 euro (inclusief) hebben gerealiseerd.
De totale omzet aangegeven tegen het tarief van 6 % en 21 % bedroeg voor de eerstgenoemde groep respectievelijk 93.238.601,96 euro en 457.987.876,53 euro op jaarbasis.
De totale omzet aangegeven tegen het tarief van 6 % en 21 % beliep voor de tweede groep respectievelijk 151.191.034,42 euro en 670.163.954,69 euro op jaarbasis.
Het totale bedrag dat werd ingevuld in vak 71 (aan de Staat verschuldigde belasting) bedroeg voor de eerstgenoemde groep 72.469.761,88 euro. Ter volledigheid, in vak 72 (sommen verschuldigd door de Staat) werd door deze groep 46.273.285,26 euro aangegeven, waardoor het saldo uitkomt op 26.196.476,62 euro.
Het totale bedrag dat werd ingevuld in vak 71 (aan de Staat verschuldigde belasting) beliep voor de tweede groep 99.995.329,45 euro. Ter volledigheid, in vak 72 (sommen verschuldigd door de Staat) werd door deze groep 39.536.278,14 euro aangegeven, waardoor het saldo uitkomt op 60.459.051,31 euro.
De onderstaande tabel biedt een schematisch overzicht van de bovenvermelde gegevens.
Aantal ondernemingen
Bedrag in CODE 01 (6%)
Bedrag in CODE 03 (21%)
Bedrag in CODE 71
Bedrag in CODE 72
SALDO (71-72)
5.580 < OMZET
<= 15.000
64 349
93 238 601.96
457 987 876.53
72 469 761.88
46 273 285.26
26 196 476.62
15.000 < OMZET
<= 25.000
49 192
151 191 034.42
670 163 954.69
99 995 329.45
39 536 278.14
60 459 051.31
5. Wat uw vraag betreft inzake het aantal btw-belastingplichtigen dat vanaf 1 april 2014 is overgestapt naar de vrijstellingsregeling, dient aangestipt dat dit aantal 20.612 bedraagt. Hiervoor werd nagegaan welke ondernemingen tussen 1 januari 2014 (inclusief) en 1 april 2014 (niet inclusief) niet tot één van de vrijstellingsregimes behoorden én tussen 1 april 2014 (inclusief) en 1 januari 2015 (niet inclusief) wel tot één van de vrijstellingsregimes behoorden. In dit verband werden alle vrijstellingsregimes in aanmerking genomen.
6. Het totaal aantal btw-belastingplichtigen dat op 1 januari 2014 en op 1 januari 2015 aan het vrijstellingsregime onderworpen was, bedraagt respectievelijk 78.701 en 97.144.
Er dient daarbij aangestipt dat dit aantal btw-belastingplichtigen, opgenomen in één van de vrijstellingsregimes, uiteraard ook deze belastingplichtigen betreft die een omzet realiseren beneden de 5.580 euro.
Tenslotte dient er opgemerkt dat een gedeelte van de belastingplichtigen die potentieel van de vrijstellingsregeling gebruik kunnen maken dit niet noodzakelijkerwijs ook doen. Het staat de belastingplichtigen immers vrij te opteren voor het indienen van btw-aangiften.
7. De belastingplichtigen die opteren voor de vrijstellingsregeling van belasting ingevoerd door artikel 56bis van het Btw-Wetboek kunnen worden in aanmerking genomen voor een controle in het kader van trimestriële controleacties georganiseerd door de Algemene Administratie van de Fiscaliteit. Deze acties zijn in het bijzonder gericht op de belastingplichtigen die overgaan van een btw-regime met periodieke aangiften naar een btw-regime zonder indiening van periodieke aangiften.
Overigens, in het verleden zijn er reeds controleacties en compliancemaatregelen geweest in hoofde van belastingplichtigen die belastingvrijstelling genieten en waarvoor de Administratie over gegevens beschikt, onder andere uittreksels uit de leverancierslistings die aan het licht brachten dat btw-aangiften moesten worden ingediend of dat de aangegeven inkomsten inzake directe belastingen onvoldoende waren.
Wanneer bovendien uit een controle op het vlak van inkomstenbelastingen blijkt dat het omzetcijfer van de belastingplichtige de drempel van de vrijstellingsregeling heeft overschreden, wordt deze informatie inzake btw, enerzijds, gebruikt om de belastingregeling van de belastingplichtige te wijzigen en zal hij bijgevolg verplicht worden om de normale of forfaitaire belastingregeling beoogd in artikel 56 van het Btw-Wetboek toe te passen, en anderzijds, om de handelingen die hij onder de vrijstellingsregeling van belasting heeft verricht maar die hij aan de btw had moeten onderwerpen, te regulariseren.
De Algemene Administratie van de Fiscaliteit werkt ook mee aan de strijd tegen de sociale fraude en zwartwerk, binnen de grenzen van de artikelen 93bis en 93quater van het Btw-Wetboek.
De administratie zal de impact van de voorziene aanpassing onderzoeken om te evalueren welke maatregelen eventueel in de toekomst moeten worden genomen.
8. Bij Uitvoeringsbesluit 2015/2348/EU van de Raad van 10 december 2015 (PB L 330/51), heeft België de verlenging verkregen tot 31 december 2018, van het Uitvoeringsbesluit 2013/53/EU van de Raad van 22 januari 2013 waarbij België werd gemachtigd om vrijstelling van btw te verlenen aan belastingplichtigen met een jaaromzet van niet meer dan 25.000 euro.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.