Parlementaire vraag nr. 671 van de heer Steven Matheï d.d. 08.10.2021
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/068 d.d. 04.11.2021, blz. 180
Vraag nr. 671 van De heer volksvertegenwoordiger Steven Matheï van 08 oktober 2021 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:
Btw sporttrainers.
VRAAG
Artikel 4 van het Btw-Wetboek bepaalt wanneer men btw-plichtig is. Hieraan zijn verschillende voorwaarden verbonden. Zo stelt artikel 4 dat elke onderneming die regelmatig en zelfstandig economische activiteiten verricht btw-plichtig is. Ongeacht of er een winstoogmerk is. Daarnaast maakt het ook niet uit of het om een hoofd- of nevenactiviteit gaat.
Met betrekking tot sportleraren gaf u in een antwoord op schriftelijke vraag nr. 136 van 11 december 2020 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2020-2021, nr. 35) aan dat wanneer een sportleraar met een club verbonden is via een arbeidsovereenkomst, hij geen btw-belastingplichtige is aangezien hij niet zelfstandig optreedt en de zin van artikel 4 van het btw-wetboek.
Tevens gaf u aan dat de sportleraar ook geen btw-belastingplichtige is wanneer deze de sportlessen niet in loondienst geeft in een instelling die diensten verstrekt die al dan niet aan btw zijn onderworpen maar er wel een band van ondergeschiktheid bestaat tussen de sportleraar en de club of federatie die beroep doet op zijn diensten. Dat kan ondermeer blijken uit het feit dat de sportleraar al dan niet aan het intern reglement van de club of federatie is onderworpen. De club of federatie moet dan eenzijdig de inhoud van het onderricht, het uurrooster en de bezoldiging of vergoeding van de sportleraar vaststellen.
Vanuit de praktijk vernemen we dat sommige btw-kantoren eisen dat de sporttrainer slechts een band van ondergeschiktheid heeft ter attentie van één sportclub om niet als btw-belastingplichtige aangemerkt te worden.
Een sportleraar die diensten verleend zonder arbeidsovereenkomst en zonder band van ondergeschiktheid zou dan wel btw-belastingplichtige zijn.
Vanuit de praktijk vernemen we dat er heel wat onduidelijkheid bestaat over deze regelgeving.
1. Kunt u bevestigen dat het mogelijk is om niet als btw-belastingplichtige te worden aangemerkt indien men aan alle voorwaarden voldoet en een band van ondergeschiktheid heeft ter attentie van meerdere sportclubs? Of kan er slechts ten opzichte van één sportclub een band van ondergeschiktheid bestaan?
2. Zal er een circulaire worden uitgewerkt om de onduidelijkheid met betrekking tot de btw van sporttrainers uit de wereld de helpen? Zo ja, op welke termijn zal er een circulaire gepubliceerd worden? Zo nee, waarom niet?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 04.11.2021:
1. Krachtens artikel 4 van het Btw-Wetboek is een belastingplichtige eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in het Btw-Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.
Op grond van voornoemd wetsartikel wordt iemand slechts aangemerkt als een belastingplichtige op voorwaarde dat deze persoon bedoelde werkzaamheid zelfstandig uitoefent. Loontrekkenden en andere personen zijn uitgesloten van de belastingheffing voor zover zij met hun werkgever een arbeidsovereenkomst hebben aangegaan of enige andere juridische band hebben waaruit een verhouding van ondergeschiktheid ontstaat ten aanzien van de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden en de verantwoordelijkheid van de werkgever.
Het betreft een feitenkwestie die inzonderheid wordt beoordeeld op basis van de overeenkomst gesloten tussen de sporttrainer en de sportclub. Het feit dat de sporttrainer werkt voor één dan wel voor meerdere sportclubs speelt terzake evenwel geen rol. Indien de sporttrainer werkt voor meerdere clubs dient ten aanzien van elke club te worden onderzocht of hij al dan niet werkt in een band van ondergeschiktheid. Elke relatie met elke sportclub moet derhalve afzonderlijk beoordeeld worden.
2. Uit de gepubliceerde beslissing E.T.79.369 van 4 februari 1994 volgt reeds dat er geen sprake is van btw-belastingplicht wanneer een sporttrainer, anders dan in loondienst, sportlessen geeft in een club, waarbij uit de feitelijke werkomstandigheden die er tussen hen bestaan blijkt dat hij zich ten opzichte van die club in een band van ondergeschiktheid bevindt. Deze beslissing wordt eveneens vermeld in de Btw-Commentaar (Boekwerk I, Hoofdstuk 1, Afdeling 3, titel 5) zoals deze werd bijgewerkt tot 1 april 2021.
Gelet op hetgeen voorafgaat en aangezien het veelal een feitenkwestie betreft is het mijn inziens niet nodig om terzake nog een bijkomende verduidelijking onder vorm van een circulaire te publiceren.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.