Onroerende goederen. Terbeschikkingstelling van bedrijfsleider · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

6701 10 mei 2005

Zoeken

Onroerende goederen. Terbeschikkingstelling van bedrijfsleider

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/6701-onroerende-goederen-terbeschikkingstelling-bedrijfsleider-mondelinge-9c30

Nummer
6701
Datum
10 mei 2005

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 598, blz. 18-19

Onroerende goederen - Terbeschikkingstelling van bedrijfsleider

VRAAG

Een handelsvennootschap die een nieuw onroerend goed verwerft om er een aan de BTW onderworpen activiteit in uit te oefenen, kan de BTW die ze bij de aankoop of latere aanpassingswerken betaalt, van de belastingen aftrekken. Maar als een deel van dit goed ter beschikking wordt gesteld van de zaakvoerder of de bestuurder van de vennootschap om er persoonlijk in te wonen, wordt dit als een verhuur beschouwd en valt het niet meer onder de BTW-regeling. De BTW kan bijgevolg in dat geval niet worden afgetrokken.

In zijn arrest van 8 mei 2003 was het Europees van Justitie van de Europese Gemeenschappen echter van oordeel dat een dergelijk gebruik als een dienstverlening moet worden beschouwd.

Welke redenen rechtvaardigen het standpunt van de administratie dat het arrest van 8 mei 2003 enkel geldt voor natuurlijke personen die zelf het goed gebruiken? Klopt het dat zelfs in dat geval, het goed voor zijn totale waarde moet worden geboekt? Op welke juridische grondslag stoelt een en ander? Voegt uw departement geen extra voorwaarden toe die noch in de wet noch in voornoemd arrest worden vermeld?

Voorts bepaalt de circulaire dat het principe dat geldt voor natuurlijke personen niet van toepassing is op de situatie waarbij een onderneming gratis een gebouw ter beschikking stelt van een zaakvoerder, een bestuurder of een vennoot. Klopt dat? Betreft het geen willekeurig standpunt van de administratie? Druisen de argumenten van uw departement niet in tegen het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen? Zal uw administratie haar circulaire herzien?

ANTWOORD

(van de heer Jamar, Staatssecretaris)

Het Seeling-arrest gaat over een BTW-plichtige natuurlijke persoon die een onroerend bedrijfsmiddel zowel voor beroepsdoeleinden als voor private bewoning gebruikt, die dat pand in zijn geheel als bedrijfsvermogen aanmerkt en die de bij de aankoop van dat pand betaalde belasting volledig aftrekt. De administratie oordeelt bijgevolg dat dit arrest geen gevolgen heeft voor een rechtspersoon, aangezien een rechtspersoon de goederen die hij verwerft enkel als bedrijfsgoederen kan aanmerken.

Ik kom tot het boekhoudkundige aspect van de zaak. Zodra aan een goed een professionele bestemming wordt gegeven, moet het volgens de gangbare regels worden geboekt. Wanneer een natuurlijke persoon een deel van een bedrijfsgebouw als privé-woning gebruikt, kan dat gebruik als gratis worden beschouwd. Wanneer een belastingplichtige echter zonder tegenprestatie een onroerend goed ter beschikking van een zaakvoerder, een bestuurder, een vennoot of een personeelslid stelt, houdt die terbeschikkingstelling een voordeel in en moet ze als een verhuring onder bezwarende titel worden beschouwd, waarop de BTW niet van toepassing is.

Het standpunt van de administratie is dus op de termen van het arrest zelf gebaseerd en kan derhalve niet als arbitrair worden beschouwd.