Onnauwkeurige douane-aangiften. BTW. Sancties · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

67 13 april 1972

Zoeken

Onnauwkeurige douane-aangiften. BTW. Sancties

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/67-onnauwkeurige-douane-aangiften-btw-sancties-1941

Nummer
67
Datum
13 april 1972

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

22 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Onnauwkeurige douane-aangiften - BTW - Sancties

VRAAG

Een beroepsvereniging van douane-expediteurs zond mij een dossier, dat de geachte Minister welbekend is vermits zijn voorganger de ontvangst ervan bericht op 25 maart 1971 (zonder referentie) en hijzelf er zijn brief ref. 128, d.d. 4 februari 1972, aan wijdde.

Ik stel tot mijn spijt vast dat de door die beroepsvereniging gestelde vragen onbeantwoord bleven, blijkbaar wegens meningsverschillen, in het Ministerie van Financiën, tussen de afdelingen van het Bestuur van de Douane en van het Bestuur van de BTW, over het bedrag van de boeten.

Ik heb de indruk dat de besturen weer eens een afwachtendshouding aannemen wanneer ze een kiese vraag moeten oplossen.

Kan de Minister mij meedelen

1° waarom zulke zware boeten opgelegd worden aan firma's die douane-aangiften indienen, wanneer materiële vergissingen begaan worden door hun bedienden, meestal bij de omrekening van het bedrag van buitenlandse rekeningen? Die vergissingen zijn meestal te wijten aan de sfeer in de douanekantoren voor wegvervoer. De beambten die de aangiften opstellen, worden afgeleid door telefoontjes en werken meestal in moeilijke en koortsige omstandigheden, terwijl de vrachtvoerders op hun documenten staan te wachten;

2° krachtens welke bepaling een aangifte, waarbij de verkoopfactuur steeds gevoegd is, niet onmiddellijk wordt geweigerd door de ontvangers-kantoren van de douane, wanneer de beambte er een klaarblijkende vergissing vaststelt, b.v. een verkeerde omrekening op de factuur?

3° of hij onderrichtingen zal geven aan het Bestuur van de Douane om door de beambten die de documenten goedkeuren, ook de bij de aangifte gevoegde facturen te laten onderzoeken. Krachtens het BTW-wetboek moet op die facturen de omrekening in Belgisch geld van de waarde in een buitenlandse munt, met de wisselkoers en het BTW-nummer van de geadresseerde. Aldus zou men 90 pct. van de vergissingen die vastgesteld worden en waarvoor buitensporige boeten worden opgelegd, kunnen voorkomen;

4° wanneer, bij een geschil met het Bestuur van de Douane of van de BTW over te hoge belasting, de bepalingen toegepast worden van het BTW-wetboek - hoofdstuk XI -artikel 70, § 3, volgens welke de boete niet opgelegd wordt wanneer de onregelmatigheid zuiver toevallig is? Zoals blijkt uit bovenbedoeld dossier, kunnen de kwestieuze vergissingen beschouwd worden als louter toevallige materiële vergissingen: vermits er geen bedrieglijk opzet is, mag het bestuur zich, overeenkomstig de bedoeling van de wetgever, ter zake inschikkelijk tonen.

ANTWOORD

1° Elke persoon die de verplichting van het aangeven van de ingevoerde goederen of de verplichting de belasting te betalen binnen de termijnen voorgeschreven bij artikel 51 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, overtreedt, loopt een boete op gelijk aan het dubbel van de ontdoken belasting (Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, art. 70, § 1).

Elke persoon die in een invoerdocument onjuiste gegevens verstrekt ten aanzien van de prijs of van het toebehoren van de prijs van de ingevoerde goederen, loopt een boete op gelijk aan het dubbel van de bij de invoer verschuldigde belasting. Die boete is niet verschuldigd wanneer de overtreding als louter toevallig kan worden aangemerkt (ibid.. art. 70. 3).

Indien een persoon wegens een zelfde overtreding zowel de in artikel 70, § 1. als de in artikel 70, § 3, van het Wetboek bepaalde boete oploopt, is alleen de laatste boete verschuldigd (ibid., art. 70, § 3. laatste alinea).

Wanneer een persoon een onjuiste omrekening in Belgische frank verricht van sommen die in een vreemde munteenheid zijn uitgedrukt en die elementen zijn van de grondslag voor de heffing van de belasting over de toegevoegde waarde, overtreedt die persoon zowel de hem opgelegde verplichting de belasting binnen de toegestane termijn te betalen als deze de juiste prijs of toebehoren van de prijs te vermelden op het invoerdocument.

In zulk geval is de in artikel 70, § 3, van het Wetboek bepaalde boete eisbaar. Indien de onregelmatigheid louter toevallig is, is die boete nochtans niet verschudigd, maar is de in artikel 70, § 1, bepaalde boete verschuldigd.

2° en 3° De aangevers zijn, krachtens de wet, gehouden een regelmatige aangifte te doen. Zij zijn door hun aangifte gebonden en zij stellen zich bijgevolg bloot aan de wettelijke sancties wanneer hun aangifte niet juist is.

De overlegging van een factuur werd voorgeschreven, inzonderheid om de ambtenaren die de verificatie van de goederen moeten verrichten, de daartoe nuttige elementen te bezorgen. Het schijnt derhalve niet aangewezen de ambtenaren die de aangiften moeten geldig maken, te belasten met het systematisch vergelijken van de gegevens van de factuur met die van de aangiften. Anders handelen zou trouwens neerkomen op het geven van een premie aan de nalatige aangevers die aldus straffeloos de meest willekeurige aangiften zouden kunnen doen.

4° Wanneer vergissingen worden begaan door de douaneexpediteurs bij de omrekening van vreemde munteenheden in Belgische frank voor het bepalen van de grondslag voor de heffing van de belasting over de toegevoegde waarde, kan moeilijk worden aangenomen dat het om zuiver toevallige fouten gaat wanneer die vergissingen zich herhaaldelijk voordoen. Het betreft hier nochtans een feitelijke kwestie die in het geheel van de omstandigheden van de zaak moet worden beoordeeld.

Maar zelfs in de veronderstelling dat de omstandigheden toelaten de begane vergissing als zuiver toevallig te beschouwen, blijft het niettemin zo dat, zoals gezegd onder nr. 1, de douane-expediteur de in artikel 70, § 1, van het Wetboek bepaalde boete oploopt wegens overtreding van de verplichting het totaal bedrag van de verschuldigde belasting te betalen binnen de voorgeschreven termijn.

Over de verzoeken tot kwijtschelding opgelopen boeten wordt beslist, rekening gehouden met de aard van de vastgestelde onregelmatigheden.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 703 voorkomens
WBTW art. 511 voorkomen