Bevindingen van de financiële brigade in de strijd tegen het witwassen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

67 24 november 1995

Zoeken

Bevindingen van de financiële brigade in de strijd tegen het witwassen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/67-bevindingen-financiele-brigade-in-strijd-dd9e

Nummer
67
Datum
24 november 1995

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Bevindingen van de financiële brigade in de strijd tegen het witwassen van misdaadgeld en het opzetten van BTW-carrousels

VRAAG

Uit een rapport van de Centrale Dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële delinquentie blijkt dat in 1994 voor 33 miljard frank aan opbrengsten uit criminele activiteiten werd gevonden.

De belangrijkste conclusie van de CDGEFID is dat de economische en financiële misdrijven een duidelijk internationaal karakter hebben. Per onderzochte fraudezaak waren gemiddeld drie landen betrokken. In 44 pct. van de gevallen ging het om landen van de Europese Unie.

Welke initiatieven zal de geachte minister nemen om deze internationale economische criminaliteit efficiënter te kunnen aanpakken? Zal hij er bij de Europese Commissie op aandringen om werk te maken van een soepelere regeling voor grensoverschrijdende gerechtelijke onderzoeken? Zal er een nationale financiële magistraat aangesteld worden die de rogatoire opdrachten moet coördineren? Zal de geachte minister initiatieven nemen om de strafwet te laten aanpassen om deze internationale criminaliteit beter te kunnen aanpakken?

ANTWOORD

Het koninklijk besluit van 6 mei 1997 wijst specifieke taken toe aan de procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Brussel inzake onder meer de financiële, fiscale en economische criminaliteit. Inzake de internationale samenwerking worden door hetzelfde besluit specifieke taken toegewezen aan de procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Gent. Deze toewijzing van specifieke taken vindt plaats in het kader van de uitvoering van de wet van 4 maart 1997 tot instelling van het College van procureurs-generaal en tot instelling van het ambt van nationaal magistraat.

In dezelfde context werd aan het College van de procureurs-generaal een nationale bijstandsmagistraat financiële criminaliteit toegewezen.

Ik verwijs ook naar de inwerkingtreding ten aanzien van België op 1 mei 1998 van de overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990.

De wet van 20 mei 1997 betreffende de internationale samenwerking inzake de tenuitvoerlegging van inbeslagnemingen en verbeurdverklaringen geeft ons land het juridische instrument om de verplichtingen uit de overeenkomst na te leven.