Maandelijkse teruggaaf van de BTW. Te vervullen voorwaarden · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

660 6 december 1996

Zoeken

Maandelijkse teruggaaf van de BTW. Te vervullen voorwaardenMaandelijkse teruggaaf van de BTW. Te vervullen voorwaarden.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/660-maandelijkse-teruggaaf-btw-vervullen-voorwaarden-906c

Nummer
660
Datum
6 december 1996

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

27 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, nr. 76, 1996-1997, blz. 10296-10299

BTW-Revue nr. 129, blz. 620

Maandelijkse teruggaaf van de BTW - Te vervullen voorwaarden.

VRAAG

De BTW-plichtigen die maandelijks aangifte doen, hebben soms recht op zeer aanzienlijke terug te betalen overschotten. Zij worden echter slechts om de drie maanden terugbetaald. Deze periode is vaak omwille van allerlei vertragingen zelfs nog langer.

1. Is u zich van die problematiek bewust ?

2. Overweegt u maatregelen om een eind te maken aan deze toestand waarbij burgers de Staat op een dure manier extra-financieren ?

ANTWOORD

De belastingtegoeden inzake BTW worden terugbetaald volgens de regels vervat in artikel 76 van het Wetboek van de BTW en het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969, gewijzigd bij artikel 86 van de wet van 28 december 1992.

Overeenkomstig de wettelijke bepalingen vervat in het voornoemde koninklijk besluit, inzonderheid het artikel 8/1, § 3, derde lid, is de Administratie van de BTW, registratie en domeinen ertoe gehouden de teruggave te verrichten uiterlijk de derde maand volgend op het tijdvak waarop de kwartaalaangifte of de aangifte van de laatste maand van dit kwartaal betrekking heeft.

Belastingplichtigen die maandelijks BTW-aangiften indienen en die internationale of daarmee gelijkgestelde handelingen verrichten, kunnen onder bepaalde voorwaarden een vergunning verkrijgen om maandelijks in plaats van driemaandelijks teruggave te bekomen van het BTW-tegoed dat blijkt uit de aangifte.

De basisvoorwaarden om van deze regeling te kunnen genieten zijn tweeërlei : enerzijds moet ten minste 30 % van de totale omzet gerealiseerd worden met vrijstelling van BTW om reden van internationale of daarmee gelijkgestelde verrichtingen, dit zowel buiten de Europese Unie als naar andere lidstaten toe en anderzijds moet er op jaarbasis een belastingoverschot zijn van ten minste 500.000 frank.

Voor dergelijke belastingplichtigen geschiedt de effectieve terugbetaling uiterlijk op het einde van de tweede maand die volgt op het tijdvak waarop de maandaangifte betrekking heeft.

De centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen, ziet nauwlettend toe op de uitvoering van de teruggaafprocedure en ze neemt desnoods alle vereiste maatregelen om de rechten van de belastingplichtige te vrijwaren, inzonderheid wat betreft de termijn van terugbetaling.

Dat de termijn van uitbetaling soms langer is dan normaal is volgens de administratie te wijten aan het feit dat sommige belastingplichtigen nalaten om hun wettelijke verplichtingen stipt na te komen. Zo moeten de volgende voorwaarden tegelijk vervuld zijn om recht op teruggave te hebben :

1° alle aangiften betreffende de openstaande BTW-rekening-courant moeten zijn ingediend. Hierbij dient wel onderscheid gemaakt te worden tussen, enerzijds een bedrag dat verschuldigd is door de Staat na het indienen van de aangifte met betrekking tot het laatste aangiftetijdvak van het kalenderjaar en een BTW-tegoed dat blijkt na indiening van de aangifte met betrekking tot de laatste maand van de eerste drie kalenderkwartalen en, anderzijds, het feit of de belastingplichtige al dan niet in het bezit is van de vergunning inzake maandelijkse teruggave :

a) wat de teruggave betreft na indiening van de aangifte met betrekking tot het laatste aangiftetijdvak van een kalenderjaar (geldend voor maandindieners die geen titularis zijn van een vergunning tot maandelijkse teruggaaf en kwartaalindieners), dienen met name alle aangiften met betrekking tot de handelingen van het kalenderjaar op 20 januari van het volgende jaar ingediend te zijn;

b) wat de teruggave betreft na indiening van de aangiften met betrekking tot de laatste maand van de eerste drie kalenderkwartalen (geldend voor maandindieners die geen titularis zijn van een vergunning tot maandelijkse teruggaaf), moeten met name alle aangiften met betrekking tot de handelingen van het lopende jaar uiterlijk de 20ste van de maand volgend op het aangiftetijdvak ingediend zijn;

c) voor de teruggave aan de maandindieners die titularis zijn van een vergunning tot maandelijkse teruggaaf moeten alle aangiften met betrekking tot de handelingen van het lopende jaar (voor de aangifte met de handelingen voor de maand december valt dit samen met het kalenderjaar) uiterlijk de 20ste van de maand volgend op het aangiftetijdvak ingediend zijn;

2° de belastingplichtige moet om de BTW-tegoeden uit zijn geopende BTW-rekening-courant te kunnen ontvangen, een financiële instelling (Bestuur der Postcheques of een financiële instelling) hiervoor de volmacht geven. Deze volmacht moet door de betrokken financiële instelling overeenkomstig de wettelijke bepalingen inzake dezer, tijdig aan de administratie worden afgegeven. De volmacht moet geldig ingeschreven zijn in de BTW-bestanden;

3° de belastingplichtige moet in de BTW-aangifte, dit bij wijze van het plaatsen van zijn handtekening in het kader ad hoc vooraan op de aangifte, om de teruggaaf van het BTW-tegoed gevraagd hebben;

4° het bedrag verschuldigd door de Staat na indiening van de aangifte moet vatbaar zijn voor teruggaaf, meer bepaald :

a) voor maandindieners die geen titularis zijn van een vergunning tot maandelijkse teruggave moet het belastingoverschot ten minste 10.000 frank bereiken bij het afsluiten van het laatste aangiftetijdvak van het kalenderjaar en ten minste 60.000 frank bereiken bij het afsluiten van elk van de eerste drie kalenderkwartalen;

b) voor maandindieners die titularis zijn van een vergunning tot maandelijkse teruggave moet het belastingoverschot na indiening van de maandaangifte 10.000 frank bereiken;

5° er mag geen verzet, zoals bedoeld in artikel 1690 van het Burgerlijk Wetboek, tegen de teruggave bestaan.

Derhalve acht ik het niet aangewezen terzake nieuwe maatregelen te nemen.

Nochtans, indien het geacht lid concrete gevallen beoogt, zal ik niet nalaten die te onderzoeken voor zover mij de nodige gegevens worden meegedeeld.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 761 voorkomen