Parlementaire vraag nr. 660 van mevrouw Kattrin Jadin d.d. 04.10.2021
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/068 d.d. 04.11.2021, blz. 173
Vraag nr. 660 van Mevrouw de volksvertegenwoordiger Kattrin Jadin van 04 oktober 2021 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:
Btw-verlaging voor de renovatie van oudere huizen.
VRAAG
Wie eigenaar is van een huis dat ouder is dan tien jaar en dat wil renoveren, betaalt het verlaagde btw-tarief van 6 %, in plaats van het gebruikelijke tarief van 21 %. De ouderdom van de woning wordt bepaald door de datum van de eerste ingebruikneming, d.i. de datum waarop de woning voor het eerst bewoond werd.
Deze fiscale stimulans geldt helaas niet voor woningen die nooit bewoond werden, bijvoorbeeld woningen die casco opgeleverd werden maar die om de een of andere reden nooit afgewerkt werden.
Een huis dat gerenoveerd wordt, wordt dus als een nieuwbouw beschouwd. Dat staat enigzins haaks op de prioriteiten van de regering inzake de bouwsector. Het oorspronkelijke doel van de wet met betrekking tot de belastingverminderingen was het bevorderen van het gebruik van oudere gebouwen en het aantrekkelijker maken van deze gebouwen door investeringen en betere energieprestaties.
Voor de renovatie van andere gebouwen, zoals oude stallen en boerderijen, kan men wél gebruikmaken van het verlaagde btw-tarief, terwijl die gebouwen stricto sensu ook niet bewoond werden.
1. Waarom geldt deze fiscale stimulans niet voor oudere woningen die nooit bewoond werden?
2. Zou men niet kunnen overwegen om voor de renovatie van oudere woningen, ongeacht of ze in de voorbije tien jaar bewoond werden, toch het verlaagde btw-tarief van 6 % toe te passen, opdat dergelijke panden aantrekkelijk blijven en niet blijven leegstaan.
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 04.11.2021:
Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6 % voor de verbouwing, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of onderhoud van een woning, verduidelijkt de administratie in haar commentaar dat de effectieve bestemming van het gebouw na uitvoering van deze werken voor bewoning bepalend is voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief en niet het gebruik van dit gebouw vóór aanvang van de werken.
Bij de berekening van de periode van tien jaar moet inderdaad rekening worden gehouden met de datum van de eerste ingebruikneming van het gebouw. In deze context betekent eerste ingebruikneming niet noodzakelijk "eerste bewoning" in de strikte zin van het woord, maar omvat het een ruimere realiteit die bijvoorbeeld verband houdt met het materiële gebruik van het oorspronkelijke gebouw.
Wat het geval in uw vraag betreft, heeft het gebrek aan enige ingebruikneming van een gebouw verschillende btw-gevolgen. In de eerste plaats moeten de werken met betrekking tot de afwerking van een woning waarvan enkel de ruwbouw zou zijn uitgevoerd, beschouwd worden als een voortzetting van de nieuwbouwwerken zodat ze niet gelijkgesteld kunnen worden met renovatiewerken.
Bijgevolg wordt het aldus afgewerkte gebouw overeenkomstig de geldende btw-reglementering als nieuw beschouwd. Het kan derhalve met toepassing van btw worden verkocht door de bouwheer, die in dat kader een recht op aftrek kan uitoefenen van de betaalde voorbelasting op de afwerkingswerken.
Rekening houdend met deze specifieke elementen, is de toepassing van een verlaagd btw-tarief op dergelijke werken volgens de huidige wetgeving niet mogelijk.