Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012, nr. 51 van 06.02.2012, blz. 193
Vrijstellingen voor medische en paramedische beroepen
VRAAG
Krachtens artikel 44 , §1, punt 2° van het Btw-wetboek zijn artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, vroedvrouwen, verplegers en verpleegsters, verzorgers en verzorgsters, ziekenoppassers en ziekenoppassters, masseurs en masseuses van wie de diensten van persoonsverzorging zijn opgenomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering vrijgesteld van btw. Heel wat gezondheidszorgberoepen, die vandaag nog niet erkend zijn binnen het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 en geen prestaties verrichten die opgenomen zijn in de nomenclatuur, maar wel maatschappelijk "erkend" zijn, vallen dus wettelijk gezien niet onder deze vrijstelling.
Voorbeelden: klinisch psychologen, psychotherapeuten, osteopaten en andere beoefenaars van de niet-conventionele praktijken, die geen arts of kinesist zijn. Toch blijken chiropractors wel vrijgesteld te zijn van btw.
1. Kan u verduidelijken op basis van welke paragraaf in artikel 44, of andere artikel van het Btw-wetboek, chiropractors wel een vrijstelling kunnen genieten?
2. Geldt dit dan ook voor alle andere vermelde zorgverleners?
ANTWOORD
(van de heer Vanackere, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)
De draagwijdte van de vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek ten aanzien van de beoefenaars van niet-conventionele praktijken in de gezondheidszorg wordt thans opnieuw onderzocht door mijn Administratie. Na beëindiging van dit onderzoek zal een definitief standpunt terzake worden meegedeeld.