Gemeenschappelijke beleggingsfondsen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

650 15 mei 2000

Zoeken

Gemeenschappelijke beleggingsfondsen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/650-gemeenschappelijke-beleggingsfondsen-clippele-gemeenschappelijk-beleggingsfonds-95b9

Nummer
650
Datum
15 mei 2000

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

26 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, 2000-2001, nr. 2-40, blz. 2012-2014

Gemeenschappelijke beleggingsfondsen

VRAAG

Is de BTW van toepassing op verrichtingen inzake het beheer van beleggingsfondsen?

Bestaat er een onderscheid naargelang het gaat om gemeenschappelijke beleggingsfondsen in België of in een andere lidstaat van de Europese Unie?

Volgens de nieuwsbrief "BTW-Bulletin" van Pricewaterhousecoopers (18 november 1999 en 16 december 1999) zou de BTW-administratie voorts hebben beslist dat de BTW in België verschuldigd is voor adviezen inzake Luxemburgse bevek's.

Kunt u dat bevestigen?

In welk land worden dergelijke prestaties belast wanneer zij geleverd worden voor bevek's buiten het Belgische grondgebied en in andere lidstaten van de Europese Unie dan Luxemburg?

ANTWOORD

De diensten die bestaan in het beheer van instellingen voor collectieve belegging (ICB) kunnen opgedeeld worden in drie categorieën:

- Prestaties inzake het financieel beheer van de ICB's. Het financieel beheer bestaat in de uitoefening van de beslissingsmacht inzake het beleggingsbeleid van de ICB's die in overeenstemming moet zijn met het beginsel van de risicospreiding en met het intern reglement van de ICB's, die hun een beleidslijn oplegt inzake financiële instrumenten, risico's, rendement, enz.

- Prestaties met betrekking tot het administratief beheer van de ICB's. Deze bestaan in het vervullen van de administratieve verplichtingen van de ICB's en omvatten, onder andere, de activiteitsverslagen en het opstellen van statistieken voor de voogdijoverheid, het opstellen van het prospectus bestemd voor het publiek en van het jaarverslag, het houden van het register van de deelnemers, de berekening van de inventariswaarde, het toezicht op de evolutie van de portefeuille en van de reglementaire en statutaire ratio's, het houden van de boekhouding en het opvolgen van beheersverrichtingen evenals de algemene gang van zaken van het fonds.

- Prestaties inzake het materieel beheer van de ICB's. Deze bestaan in het stellen van de materiële daden die voortvloeien uit de activiteit van de ICB's zoals, onder andere, het drukken van effecten, het maken van publiciteit, het plaatsen van advertenties in de kranten voor het bijeenroepen van vergaderingen en de praktische uitvoering ervan, evenals de aankoop, de huur of het beheer van de lokalen.

Overeenkomstig artikel 44, § 3, 11°, van het BTW-Wetboek zijn de prestaties van het beheer van de instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in boek III van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten van de belasting vrijgesteld. De bepalingen van voormeld boek III gelden voor:

•de Belgische instellingen voor collectieve belegging;

•de buitenlandse instellingen voor collectieve belegging waarvan de rechten van deelneming worden verhandeld in België.

De prestaties van beheer die door bedoelde financiële wet en de Commissie voor het bank- en financiewezen (CBF) worden opgelegd aan de instellingen voor collectieve belegging genieten de vrijstelling. Derhalve worden enkel de diensten inzake het financieel beheer en het administratief beheer van de instellingen voor collectieve belegging door de vrijstelling beoogd. De diensten inzake materieel beheer blijven, naar gelang van hun aard, aan hun eigen BTW-regeling onderworpen.

Overigens is het belangrijk erop te wijzen dat om voormelde vrijstelling te genieten, de prestaties van financieel en administratief beheer, globaal genomen, een afzonderlijk geheel moeten vormen dat de kenmerkende en essentiële functies van het beheer van instellingen voor collectieve belegging verricht. De vrijstelling kan derhalve ook van toepassing zijn op prestaties van beheer uitgevoerd in onderaanneming, voor zover die handelingen bovengenoemde kenmerken vertonen.

Wanneer de voorwaarden voor de vrijstelling niet voldaan zijn, zijn de bovengenoemde prestaties aan de belasting onderworpen als ze in België plaatsvinden. In dit opzicht vinden die handelingen in principe in België plaats wanneer, overeenkomstig artikel 21, § 2, van het BTW-Wetboek, de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft van waaruit hij de diensten verricht of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats in het land heeft gevestigd.

De diensten inzake financieel beheer en administratief beheer, respectievelijk beoogd in artikel 21, § 3, 7°, e) en d), van het wetboek, vinden evenwel plaats waar de ontvanger van de diensten de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor die diensten zijn verricht of, bij gebreke, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats, wanneer die diensten worden verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aan een belastingplichtige die in de Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor de doeleinden van zijn economische activiteit.

Wat de derde door het geachte lid gestelde vraag betreft wordt vooraf verduidelijkt dat de diensten inzake adviesverlening die betrekking hebben op het financieel of administratief beheer van ICB's de vrijstelling waarin artikel 44, § 3, 11°, van het wetboek voorziet niet kunnen genieten, tenzij die adviesverlening gebeurt door de beheerder en aansluit bij de overeenkomst van het vrijgestelde beheer op een zodanige wijze dat dit advies inherent en onmisbaar is voor dat vrijgestelde beheer.

De diensten inzake adviesverlening zijn derhalve in principe aan de Belgische BTW onderworpen wanneer ze in België plaatsvinden. De plaats van die handelingen wordt in beginsel bepaald door voormeld artikel 21, § 2, van het BTW-Wetboek.

Aangezien het evenwel gaat om diensten van intellectuele aard die behoren tot de geregelde werkzaamheden van juridische of andere adviseurs, accountants, ingenieurs, adviesbureaus of andere soortgelijke dienstverrichters, gebeurt de plaatsbepaling van die handelingen overeenkomstig artikel 21, § 3, 7°, d), van het BTW-Wetboek wanneer de voorwaarden waarin die bepaling voorziet voldaan zijn.

De diensten van intellectuele aard beoogd in artikel 21, § 3, 7°, d), van het BTW-Wetboek die worden verricht door een in België gevestigde dienstverrichter aan in het buitenland gevestigde bevek's vinden derhalve, in principe, in het buitenland plaats aangezien die instellingen voor collectieve belegging als belastingplichtigen dienen te worden aangemerkt.

In de mate dat de Luxemburgse fiscale wetgeving de bevek's in het economische verkeer niet beschouwt als BTW-belastingplichtigen en daar het niet toebehoort aan de lidstaat waar de dienstverrichter is gevestigd om in de plaats van de lidstaat van de ontvanger de hoedanigheid van belastingplichtige van laatstgenoemde te beoordelen, zou, teneinde gevallen van niet-heffing van de belasting te vermijden, de plaats van die diensten overeenkomstig artikel 21, § 2, van dat wetboek moeten bepaald worden op de plaats waar de dienstverrichter is gevestigd. Ik bevestig derhalve de in de brief verspreide informatie waarnaar het geachte lid verwijst.

Wanneer dergelijke diensten worden verricht door een in België gevestigde dienstverrichter voor bevek's gevestigd in andere lidstaten van de Europese Unie dan België en Luxemburg, vinden die diensten in principe plaats waar de ontvanger van de diensten is gevestigd, tenzij, welteverstaan, deze bevek's worden beschouwd als niet-BTW-belastingplichtigen in de lidstaat waar ze gevestigd zijn.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 216 voorkomens
WBTW art. 442 voorkomens

Administratieve doctrine

8

« … werden verhandeld, konden de btw-vrijstelling van artikel 44, § 3, 11° (oud), van het Btw-Wetboek bijgevolg niet genieten, aangezien deze niet bedoeld werden in boek III van de wet van 04.12.1990 op de financiële transacties en de financiële markten (zie ook schriftelijke parlementaire vraag nr. 650 van de heer Senator Olivier De Clippele van 15.05.2000 ). Sindsdien heeft artikel 44, § 3, 11°, van het Btw-Wetboek, meerdere wetswijzigingen ondergaan. Zo werd onder meer middels een wetswijziging doorgevoerd in 2016 (BS 16.08.2016) het toepassingsgebied van betreffende vrijstelling voor het beheer van … »

Handelingen verricht door collectieve beleggingsinstellingen (01.03.2026)Administratieve commentaar01.03.2026

Bekijk de 8 documenten