Boekhouding. Bewijskracht. Kleinhandel · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

606 21 juni 1993

Zoeken

Boekhouding. Bewijskracht. KleinhandelBTW. Boekhouding. Bewijskracht. Kleinhandel.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/606-boekhouding-bewijskracht-kleinhandel-clippele-boekhouden-9ea5

Nummer
606
Datum
21 juni 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

25 paragrafen

Bull. nr. 740, pag. 1540

Vr. en Antw., Kamer, 1992-1993, nr. 74, blz. 7113-7114

BTW. - Boekhouding. - Bewijskracht. - Kleinhandel.

VRAAG

1. De ideale oplossing om de boekhouding in de detailhandel bewijskracht te verlenen, op voorwaarde dat de verkoopsdaden getrouw geregistreerd worden, lijkt erin te bestaan dat de gedetailleerde gegevens omtrent iedere individuele verkoop worden bewaard met vermelding van:

•de datum van de verkoop;

•de nauwkeurige omschrijving van het produkt en/of de dienstverlening aan de hand van artikelcodes of op enigerlei andere wijze;

•de verkochte hoeveelheden;

•de eenheids- en totaalprijs van de verkoop;

•het totaalbedrag van de verkoop.

Deelt u mijn standpunt?

2. Op te merken valt evenwel dat een dergelijke organisatie vereist:

•dat alle gegevens uiterst minutieus met de hand worden opgetekend;

•of dat een voldoende geavanceerde computerfiguratie en/of geperfectioneerd kasregister wordt gebruikt om elk verkocht artikel zoals boven omschreven exact te identificeren, wat voor een kleine onderneming vaak een al te zware investering is.

Wat is uw mening ter zake?

ANTWOORD

1. Krachtens artikel 14, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de toegevoegde waarde moeten de belastingplichtigen een aan de omvang van hun activiteiten aangepaste boekhouding voeren om de belasting over de toegevoegde waarde te kunnen toepassen en controleren.

De verkopen in het klein waarvoor gebruik wordt gemaakt van de ontheffing van factureringsplicht waarin artikel 1, § 2, van vermeld besluit voorziet, moeten worden ingeschreven in een dagboek van ontvangsten; de inschrijvingen moeten gesteund zijn op verantwoordingsstukken die gedateerd zijn en waarvan, naargelang het geval, een origineel exemplaar of een dubbel dient te worden bewaard (artikel 14, § 2, 3°, en artikel 15, § 2, eerste lid, en § 4, van voormeld besluit).

De vermeldingen op de verantwoordingstukken en het systeem en de middelen waarmee die stukken worden gegenereerd moeten minstens toelaten de BTW op het juiste bedrag van de detailverkopen correct toe te passen, en die toepassing te verantwoorden en te controleren.

De dubbels van kasticketten die aan de klanten worden overhandigd bevatten minstens dezelfde gegevens als op het exemplaar voor de klant.

Gegevens die de belastingplichtige genereert op de verantwoordingsstukken of anderzins maar die hij niet gebruikt ter verantwoording van de inschrijvingen in het dagboek van ontvangsten moeten eveneens worden bewaard en bij controle ter inzage worden voorgelegd (artikel 60 en 61 van het BTW-wetboek).

Wanneer naargelang de detailverkopen plaatsvinden kasstukken worden gegenereerd die niet aan de klant worden overhandigd, dan moeten die stukken worden bewaard en aan de met controle belaste ambtenaren ter inzage worden voorgelegd, zelfs indien die stukken niet als verantwoordingsstukken of als boekingsstukken zijn gebruikt. De bewarings- en voorleggingsplicht strekt zich immers uit tot alle stukken met betrekking tot de beroepswerkzaamheid (artikelen 60 en 61 van het BTW- wetboek).

Bij de beoordeling van de juistheid en de volledigheid van de inschrijving van de verkopen in het klein in de boekhouding, en dus van de bewijskracht ervan, zijn niet alleen de gegevens vermeld op de verantwoordingsstukken betreffende die verkopen van belang, maar ook het systeem en de middelen waarmee de boekhouding van die verkopen wordt gevoerd. Verder wordt de bewijskracht beoordeeld aan de hand van de feitelijke gegevens eigen aan iedere zaak.

2. Niettegenstaande de belastingplichtige wordt verplicht met een gepast systeem en gepaste middelen een samenhangend en nauwkeurig geheel van gegevens te vormen dat moet toelaten de BTW op de detailverkopen correct toe te passen en die toepassing te verantwoorden en te controleren meen ik dat de onder punt 1 van dat antwoord aangeduide bepalingen voldoende ruimte bieden om het openbaar belang - de correcte inning van de verschuldigde belasting - te verzoenen met de middelen waarvan de belastingplichtige zich normaal bedient in het kader van het goed beheer van zijn zaak.

Overigens zal het geacht lid het met mij eens zijn dat de belastingplichtige die zijn ontvangsten getrouw optekent al spontaan maatregelen zal treffen om de BTW correct te kunnen toepassen en om dat te kunnen verantwoorden en te laten controleren en dat het niet voldoende is dat die belastingplichtige louter voorhoudt dat zijn ontvangsten getrouw zijn opgetekend.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 602 voorkomens
WBTW art. 612 voorkomens
KB nr. 1 art. 141 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … als het ticket A te worden gedrukt indien de andere procedure waarvan sprake in de vraag van het geacht lid niet minstens de waarborgen biedt waarvan hierboven sprake. Tenslotte verwijs ik het geacht lid eveneens naar het antwoord dat ik op zijn vraag nr. 606 van 21 juni 1993 verstrekt heb (zie dit bulletin, blz. 7113). »

Inkomstenbelastingen. Boekhouding. Bewijskracht. KleinhandelParlementaire vraag21.06.1993

Bekijk het document