FOD Financiën, Bevoegdheidsoverdracht, Invoering van duidelijke administratieve richtlijnen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

591 53 16 oktober 2012

Zoeken

FOD Financiën, Bevoegdheidsoverdracht, Invoering van duidelijke administratieve richtlijnen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/591-fod-financien-bevoegdheidsoverdracht-invoering-duidelijke-b227

Nummer
591
Zittingsperiode
53
Datum
16 oktober 2012

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

27 paragrafen

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 591 - Zittingsperiode : 53

Auteur : Olivier Henry, PS (06329)

Departement : Vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken

Titel : FOD Financiën. - Bevoegdheidsoverdracht. - Invoering van duidelijke administratieve richtlijnen.

Datum indiening : 16/10/2012

Vraag

In een recent artikel in de Revue Générale du Contentieux Fiscal gaan de auteurs Marc Nihoul en Renaud van Melsen dieper in op een aantal problemen waar de belastingadministratie keer op keer mee wordt geconfronteerd inzake de overdracht van bevoegdheid; die problemen komen ook geregeld aan bod in zaken over dwangbevelen voor de Belgische rechtbanken.

In het becommentarieerde arrest van 3 maart 2011 spreekt het Hof van Cassatie zich onder meer uit over de aard en de geldigheid van een dwangbevel in btw-zaken dat werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die zich beriep op een bevoegdheidsoverdracht.

De bevoegdheidsoverdracht inzake het litigieuze dwangbevel zou gegrond geweest zijn op artikel 85, § 1 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, dat als volgt luidt: "[...] door de met de invordering belaste ambtenaar (kan) een dwangbevel (worden) uitgevaardigd; dit wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen of door de door hem aangewezen ambtenaar en, in de gevallen bepaald door de Koning, door de gewestelijke directeur van de administratie der douane en accijnzen, of door de door hem aangewezen ambtenaar."

In dat verband verduidelijkt de btw-omzendbrief nr. 18 van 12 november 1980 (80/018) onder punt vier dat "de wet thans zelf de bevoegde ambtenaar aanwijst, namelijk de gewestelijke directeur of een door hem aangewezen ambtenaar. De gewestelijke directeur is dus gemachtigd om zijn bevoegdheid inzake visum en tenuitvoerlegging van de dwangbevelen over te dragen aan een inspecteur of aan het hoofd van de dienst controle van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingschuldige valt".

Het Hof van Cassatie benadrukt dat de wet de gewestelijke directeur alleen de mogelijkheid biedt om een ambtenaar aan te wijzen om in zijn plaats dwangbevelen te viseren en uitvoerbaar te verklaren. Het bestaan van een dergelijke overdracht moet bijgevolg voor elk geval apart worden bewezen, en anders moet het Hof op zijn minst kunnen nagaan wat de hoedanigheid was van de ambtenaar die een dwangbevel heeft geviseerd en uitvoerbaar verklaard, en of hij daartoe aangewezen werd.

Het Hof wijst er in zijn arrest voorts nog op dat "de aanwijzing in algemene bewoordingen gesteld kan zijn, waarbij niet een welbepaalde ambtenaar maar een categorie van ambtenaren wordt aangewezen", bijvoorbeeld aan de hand van hun graad.

In het geval waarvan sprake zou het bestaan van de bevoegdheidsoverdracht bewezen worden door een door de gewestelijke directeur ondertekende dienstnota van 1981, waarin twee categorieën van ambtenaren worden aangeduid: de "de titelvoerende hoofdcontroleurs" (die graad werd intussen vervangen door die van eerstaanwezend inspecteur van de belastingadministratie) en "de ambtenaren die zijn aangewezen om het ambt ad interim te vervullen".

In die gevallen "volstaat de eenvoudige vermelding van de graad van de ambtenaar en van zijn aanwijzing om te kunnen nagaan of hij wel degelijk bevoegd is om een dwangbevel te viseren en uitvoerbaar te verklaren zonder dat systematisch moet worden verwezen naar de administratiefrechtelijke bepaling waarop die aanwijzing gegrond is".

Het litigieuze dwangbevel bevatte echter zeer weinig elementen tot staving van de gegrondheid en de reële toekenning van de bevoegdheidsoverdracht, aangezien het dwangbevel eerst werd ondertekend door de heer A, eerstaanwezend inspecteur van het btw-ontvangstkantoor te Marche-en-Famenne, op 31 juli 2000, en nadien nog eens, voorafgegaan door de vermelding "geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer B, directeur a.i., te Namen, op 9 augustus 2000.

In het litigieuze dwangbevel werd de werkelijke graad van de ondertekenende ambtenaar niet gepreciseerd. Zijn handtekening werd enkel voorafgegaan door de vermelding van zijn functie van directeur ad interim van de administratie van de btw, registratie en domeinen. Uit geen van de door de administratie neergelegde stukken blijkt dus dat de gewestelijke directeur zijn bevoegdheid om dwangbevelen te viseren en uitvoerbaar te verklaren in haar geheel heeft overgedragen aan een ambtenaar die tijdelijk het ambt van directeur uitoefent; a fortiori blijkt uit geen van die stukken dat er een bijzondere overdracht van die bevoegdheid is geschied aan de instrumenterende ambtenaar.

1. Deze zaak geeft aan dat er een grote onduidelijkheid bestaat over de bestaande mechanismen voor bevoegdheidsoverdracht, alsook over de praktische uitvoering van de overdracht.

a) Doen dergelijke problemen zich naar uw weten nog altijd voor?

b) Werden er maatregelen genomen om die problemen te voorkomen?

c) Kregen de diensten duidelijke informatie hieromtrent?

2. Welke maatregelen worden er overwogen in het kader van die bevoegdheidsoverdrachten? Het is immers bekend dat de werkwijze van onze besturen en de te volgen procedures op tal van vlakken zullen moeten worden geharmoniseerd, meer bepaald op het stuk van de invordering.

Antwoord

Publicatie antwoord : B090 · Publicatiedatum : 26/11/2012

De gewestelijke directeur van de btw heeft inderdaad de mogelijkheid om de hem door artikel 85 van het Btw-Wetboek toegewezen bevoegdheid inzake visum en uitvoerbaarverklaring van het dwangbevel te delegeren. Hij bepaalt zelf de modaliteiten van deze delegatie. Deze delegatie kan algemeen zijn en bepaalde categorieën van ambtenaren beogen.

1. a) Mijn administratie is zich bewust van de bovenbedoelde problematiek. Het aantal ge-vallen waarin ze zich stelt, lijkt evenwel te verminderen.

b) en c) Met het oog op een beperking van het aantal geschillen hieromtrent, werden er destijds reeds een aantal instructies gegeven.

2. De administratie zal binnenkort een aanschrijving met betrekking tot deze materie publiceren.

Vraag en antwoord gepubliceerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Bulletin van vragen en antwoorden · De vraag op de website van de Kamer

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 852 voorkomens