Vr. en Antw., Kamer, nr. 58, 1996-1997, blz. 7763-7764
BTW-Revue nr. 124, blz. 1019
Tarieven - Levende sierplanten - Recipiënten - Bloemstukken.
VRAAG
Bij koninklijk besluit van 27 september 1996 werd de BTW verminderd op de produkten van de sierteelt. In de sector blijft echter onduidelijkheid bestaan over een deel van het aanbod in die sector. Zo is bijvoorbeeld niet duidelijk of de BTW-vermindering ook geldt voor bloemstukjes en voor het toebehoren dat bij de bloemen en de planten wordt verstrekt.
1. Is een vaas of een pot waarin een bloemstuk of een plant worden aangekocht onderworpen aan een apart BTW-tarief ?
2. Zijn kaarsen die in een bloemstuk worden verwerkt onderworpen aan een apart BTW-tarief ? Het lijkt logisch dat terzake een eenvormig tarief zou gelden.
ANTWOORD
Levende sierplanten worden beoogd in rubriek VII, nummer 14 (nieuw) van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake BTW-tarieven, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 september 1996 en zijn derhalve sinds 1 oktober 1996 onderworpen aan het verlaagd tarief van 6 %. De containers (recipiënten) van geringe waarde waarin deze planten worden aangeboden, moeten niet worden beschouwd als van de planten onderscheiden goederen.
Ter vereenvoudiging aanvaardt de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, bij wijze van proef, dat van geringe waarde zijn, de recipiënten (potten, bakken, ... ) waarvan de waarde, exclusief BTW, 10 % van de totale waarde (excl. BTW) van het geheel niet overschrijdt.
Wanneer de planten worden aangeboden in recipiënten die niet kunnen aangemerkt worden als van geringe waarde, moeten de regels die van toepassing zijn op stellen, worden toegepast.
Voor de heffing van de BTW dient derhalve de prijs te worden gesplitst. Gebeurt die splitsing niet, dan is de heffing slechts regelmatig indien het geheel belast wordt tegen het hoogste BTW-tarief met name het normale BTW-tarief dat thans 21 % bedraagt.
Een bloemstuk wordt niet beschouwd als een geheel van onderscheiden goederen maar als één goed dat als zodanig niet beoogd is in voornoemde rubriek VII, nummer 14 (nieuw) van tabel A en aldus in de regel onderworpen is aan het normaal BTW-tarief dat thans 21 % bedraagt.
De administratie van de BTW, Registratie en Domeinen aanvaardt evenwel, bij wijze van proef, dat bloemstukken, bloemmanden, kransen en dergelijke artikelen onderworpen zijn aan het tarief van 6 % wanneer de waarde van de goederen bedoeld in rubriek VII van tabel A van de bijlage bij voornoemd koninklijk besluit, gebruikt bij het maken ervan, ten minste 90 % bedraagt van de totale waarde van alle verwerkte goederen (vb. planten, bloemen en vaas, pot, kaarsen, steentjes, e.d....) De in aanmerking te nemen waarden zijn de aankoopprijzen exclusief BTW van de verschillende goederen.