Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1979-1980 blz. 827
Werk in onroerende staat - Kosteloze hulp bij het bouwen van een woning - Eigen werk - Betekening van het kadastrale inkomen - Onroerend goed - Dienst - Privé-woning
VRAAG
Op een vraag van Volksvertegenwoordiger Willems vorig jaar, in verband met werken in onroerende staat, antwoordde U onder meer: " Voor het werk in onroerende staat dat door de eigenaar zelf en/of met kosteloze hulp van familieleden bij de oprichting van het gebouw wordt verricht en het werk dat betrekking heeft op het nog niet voltooide gedeelte op de datum van betekening van het kadastrale inkomen, is er geen enkele bepaling op grond waarvan een BTW of geldboete zou kunnen verschuldigd zijn ".
ANTWOORD
De administratie schijnt hiervan af te wijken in het geval van familieleden die, bij wijze van kosteloze wederdienst, elkaar hebben geholpen bij respektieve bouwwerken. Sommige plaatselijke administraties schijnen uit het feit van de wederkerigheid van kosteloze dienstverlening onder familieleden, het bestaan van onderhandse handelstransaktie af te leiden, zodat het vermoeden van wederzijdse betaling door dienstverlening bestaat. Op grond hiervan vorderen die administraties aanvullende BTW en de bijhorende geldboete.
Het feit van die wederkerigheid is echter veelal een gevolg van een toevallig samengaan of nabij liggen in de tijd van respektieve bouwwerken. Er mag worden aangenomen dat zonder dit samengaan of bijna-samenvallen in de tijd, de kosteloze hulp nog steeds zou plaatsgehad hebben.
Is U het ermee eens dal uit het louter feit van de wederkerigheid van kosteloze hulp onder familieleden niet het bestaan van een onderhandse handelstransaktie kan worden afgeleid ?
Zo ja, kunnen er dan passende onderrichtingen aan de plaatselijke administraties worden verstrekt ?
Antwoord: De vraag of de onderling tussen twee familieleden bij de oprichting van hun onderscheiden woningen verstrekte diensten, wederkerige prestaties zijn verricht ter uitvoering van een contract onder bezwarende titel, dan wel twee kosteloze prestaties die niet correlatief zijn, is een feitenkwestie die geval per geval moet worden onderzocht.
Hoe dan ook, in geval de onderling verstrekte prestaties in wederzijdse betrekking staan en dus correlatief zijn, is de BTW slechts verschuldigd ten aanzien van die prestaties welke worden verricht door een BTW-belastingplichtige die handelt in het kader van zijn beroepswerkzaamheid.
In geval het gaat om een kosteloze prestatie, is de BTW niet verschuldigd, tenzij het een werk in onroerende staat betreft dat wordt verricht door een BTW-belastingplichtige en dat van dezelfde aard is als het werk dat hij normaal als belastingplichtige verricht. De verschuldigdheid van de BTW vloeit dan voort uit artikel 19, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek, dat elk dergelijk werk dat om niet wordt verricht, aan die belasting onderwerpt.
Daar het geacht Lid blijkbaar een concreet geval beoogt, ben ik natuurlijk bereid, indien hij mij de volledige identiteit van de betrokkenen ter kennis wil brengen, deze zaak door mijn administratie te laten onderzoeken.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.