VRAAG
Sportbeoefening, en in het bijzonder sport voor allen, is een doelstelling die ongetwijfeld steun verdient. De jongste decennia is evenwel een vorm van sportbeoefening ontstaan, namelijk de beroepssport, die slechts voor enkelen is weggelegd en tot honderden miljoenen opslorpt, waardoor zij een winstgevende bezigheid wordt die vragen oproept.
1. Welk juridisch statuut hebben de diverse sportclubs, -bonden en - verenigingen ?
2.
a) Aan welke belastingen zijn de sportmanifestaties over het algemeen onderworpen ?
b) Verschilt het stelsel naargelang het gaat om sportmanifestaties die voor amateurs zijn bestemd of om sportevenementen waaraan enkel beroepssporters deelnemen ?
3. Aan welk belastingstelsel zijn de clubs en hun bestuurders onderworpen ?
4. Welk belastingstelsel geldt voor clubs, bestuurders en sporters (amateurs of beroepssporters) met betrekking tot de bedragen die bij de transfers van spelers van de ene club naar de andere worden betaald ?
5. Hoeveel bedraagt de totale belastingopbrengst uit sportactiviteiten in het algemeen, en uit voetbal in het bijzonder ?
ANTWOORD
Het geacht lid gelieve hierna de antwoorden te vinden op de vragen die tot mijn bevoegdheid behoren.
1. De wettelijke, reglementaire of andere bepalingen die de rechtsvorm regelen waaronder sportbonden, sportverenigingen en sportclubs kunnen bestaan, behoren niet tot het domein van de fiscaliteit. Ik kan evenwel verduidelijken dat die instellingen maar als zodanig aan de inkomstenbelasting zijn onderworpen in zover ze rechtspersoonlijkheid bezitten. Daarentegen worden zij als BTW-belastingplichtige beschouwd wanneer zij een economische activiteit uitoefenen onder de voorwaarden van artikel 4 van het BTW-wetboek (zie punt 3 hierna), en dat ongeacht het feit of ze al dan niet rechtspersoonlijkheid bezitten. Wat de feitelijke verenigingen betreft, wordt aangenomen dat, wanneer ze een handelsactiviteit uitoefenen, ze als onregelmatig opgerichte vennootschappen onder firma moeten worden beschouwd, waarvan de vennoten hoofdelijk zijn gehouden tot nakoming van de maatschappelijke verbintenissen.
2.
a) Wanneer sportclubs, -federaties of verenigingen geregeld sportmanifestaties organiseren en bij die gelegenheid inkomgelden vragen, zijn de aldus geïnde bedragen ingevolge de gecombineerde toepassing van de artikelen 2, 4 (punt 3 hierna) en 18, § 1, tweede lid, 12°, van het BTW-wetboek, aan de BTW onderworpen tegen het BTW-tarief van 6 %.
b) Het belastingstelsel van de organisatoren van sportmanifestaties wordt niet bepaald door het statuut waaronder de deelnemers hun sport beoefenen, maar door de activiteiten die door die organisatoren zelf worden uitgeoefend.
3. De clubs die rechtspersoonlijkheid hebben, zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting of aan de rechtspersonenbelasting naargelang ze zich al dan niet bezighouden met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard.
Overigens hebben de clubs, zoals eenieder, overeenkomstig artikel 4 van het BTW-wetboek de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige wanneer ze in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verrichten die in genoemd wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend. Er dient geen enkel onderscheid te worden gemaakt naargelang de verrichte handelingen al dan niet met een winstgevend doel worden verricht.
Indien de bestuurders van de clubs voor het uitoefenen van hun functie worden vergoed, gaat het normaal om beroepsinkomsten die als zodanig belastbaar zijn.
Op het stuk van de BTW hebben die personen aangezien ze normaal gezien niet op zelfstandige wijze optreden niet de hoedanigheid van belastingplichtige voor de taken die zij verrichten binnen hun club, zelfs indien ze hiervoor worden vergoed.
4. Indien een club onderworpen is aan de vennootschapsbelasting, wordt de winst die hij behaalt naar aanleiding van een transfer van een speler beschouwd als een in principe belastbare meerwaarde. Daarentegen levert een dergelijke transfer geen belastbare inkomsten op voor een aan de rechtspersonenbelasting onderworpen club. Of een dergelijke verrichting kan worden gelijkgesteld met een verrichting van winstgevende aard hangt af van de feitelijke omstandigheden eigen aan elk afzonderlijk geval.
Wat de sommen betreft die ter gelegenheid van transfers van spelers aan de sportlieden zelf of aan de bestuurders worden betaald, is het mij niet mogelijk een algemeen geldend antwoord te formuleren, daar de fiscale behandeling ervan wezenlijk kan verschillen naargelang de juridische en feitelijke omstandigheden waarin de betaling gebeurt. Toch kan men er van uitgaan dat het om beroepsinkomsten gaat die bijgevolg in het toepassingsgebied van de personenbelasting vallen.
Op het stuk van de BTW, is de overeenkomst gesloten tussen clubs waarbij, hetzij de rechten op een speler definitief worden overgedragen, hetzij rechten op een speler tijdelijk worden verleend - met andere woorden de definitieve of tijdelijke transfer - een dienst in de zin van het BTW-wetboek.
Om evenwel geen afbreuk te doen aan de lichamelijke en sportieve opvoeding van jongeren en daar bovendien bij transfers van jeugdige spelers de sportieve overwegingen alleszins primeren, aanvaardt de administratie dat transfers van dergelijke spelers niet aan de BTW zijn onderworpen voor zover het om transfers gaat die worden gesloten voor de betrokken speler op 1 augustus volgend op het sluiten van de transfer de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt.
Overigens is de vergoeding, betaald door een speler die zijn club tijdelijk of definitief wenst te verlaten, aan te merken als een schadeloosstelling die niet aan de BTW is onderworpen.
Wanneer ten slotte een speler die zijn club, waarbij hij aangesloten was, heeft verlaten, zich tegen betaling bij een andere club aansluit, handelt die speler niet als belastingplichtige in de zin van artikel 4 van het BTW-wetboek zodat over die handeling geen BTW verschuldigd is.
5. De door de Administratie der directe belastingen en de Administratie van de BTW, registratie en domeinen gehouden statistieken maken het niet mogelijk de gevraagde inlichtingen af te zonderen.
Die zouden slechts kunnen worden geraamd na uitvoerig opzoekingswerk wat evenwel niet kan worden overwogen gelet op de prioritaire opdrachten en de middelen van die administraties.