De taksen op pesticiden en meststoffen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

56014550C 9 juni 2026

Zoeken

De taksen op pesticiden en meststoffen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/56014550c-taksen-pesticiden-meststoffen-mondelinge-sandro-c3aa

Nummer
56014550C
Datum
9 juni 2026

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

23 paragrafen

Mondelinge parlementaire vraag nr. 56014550C van de heer Sandro Di Nunzio d.d. 09.06.2026

Kamer, Integraal verslag - Commissie voor Financiën en Begroting, 2025‑2026, CRIV 56 COM 383 d.d. 09.06.2026, blz. 21

De taksen op pesticiden en meststoffen

VRAAG

Onze landen tuinbouwondernemers vormen een beroepsgroep die in dit Parlement niet altijd even sterk belicht wordt. Als voormalig Vlaams minister‑president weet u dat zij het zwaar te verduren hebben door alsmaar complexere regels op het vlak van omgevingsrecht en milieu, alsook de verplichtingen bij het gebruik van pesticiden en meststoffen. Die complexiteit en regelgeving zorgen voor extra lasten en kosten, waardoor die beroepsgroep zwaar onder druk staat.

Daarbovenop krijgen zij nu een btw‑verhoging. De btw op pesticiden stijgt immers tot 21 %. Ik had ook gelezen dat de btw op meststoffen van 6 % naar 21 % zou stijgen, maar ik moet mij op dat punt corrigeren ten aanzien van mijn ingediende vraag, want de btw op zuivere meststoffen zou op 6 % blijven, als ik het goed heb begrepen. Gemengde producten waarin ook pesticiden zijn verwerkt – dus meststoffen met pesticiden – zouden echter eveneens onder het tarief van 21 % vallen. Die ondernemers moeten dus aan de slag gaan met die belastingverhoging.

Daarover heb ik een aantal vragen. Kunt u in de eerste plaats nog eens duidelijk toelichten voor welke producten de btw‑verhoging naar 21 % uiteindelijk geldt? Ik neem aan dat die niet van toepassing is op zuivere meststoffen, maar wel op gemengde meststoffen. Klopt dat?

Ten tweede, waarom wordt die maatregel ingevoerd? Land‑ en tuinbouwers hebben immers geen alternatieven, waardoor zij die platte belastingverhoging noodgedwongen moeten betalen.

Ten derde, hebt u een inschatting gemaakt van de impact van die btw‑verhoging op de winstmarges? Die kosten zullen immers op een bepaald moment worden doorgerekend. We zullen ze uiteindelijk moeten betalen in onze winkelkar of in de sierteeltwinkel als we bloemen aankopen. Hebt u over die btw-verhoging vooraf overleg gepleegd met de sector? Zijn er overgangsbepalingen besproken? Hebt u in dat verband ook mogelijke compensatiemaatregelen overwogen?

Ten slotte heb ik mij laten vertellen dat sommige land- en tuinbouwers voor bepaalde producten of omdat zij onder het forfaitair stelsel vallen, de btw niet kunnen recupereren. In die gevallen gaat het argument niet op dat de kosten kunnen worden teruggevorderd, maar moeten zij die effectief uit eigen zak betalen.

Ik kijk uit naar uw antwoorden.

ANTWOORD

(van Jan Jambon, vice‑eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen)

Iedereen kent ondertussen de budgettaire toestand van ons land. De regering neemt maatregelen om de begroting onder controle te krijgen. Iedere keer wanneer er begrotingscijfers zijn, komt er vooral uit uw fractie veel kritiek. Dan klinkt het dat we de zaak niet onder controle krijgen en wordt elke maatregel die we nemen... Dat is natuurlijk het spel van de oppositie. Ik heb dat ook gekend, want ik ben zelf jarenlang oppositieleider geweest.

De specifieke maatregel inzake de verhoging van de btw op pesticiden werd voorzien in het kader van een akkoord over de begroting dat in december vorig jaar werd bereikt. De beleidscel heeft regelmatig contact met tal van middenveldorganisaties en ook met bijvoorbeeld de Boerenbond.

Landbouwondernemers kunnen de bijzondere landbouwregeling genieten, zoals bedoeld in artikel 57 van het Btw‑Wetboek, die hen vrijstelt van de verplichtingen inzake facturatie, aangifte en betaling van die belasting. Landbouwers die onder de landbouwregeling vallen, recupereren de voorbelasting via de forfaitaire compensatie van 6 % op de prijs, exclusief belasting, van hun leveringen van landbouwproducten en landbouwdiensten, zoals bedoeld in artikel 57, paragraaf 2, tweede lid, 1°, 2° en 3° van het Btw‑Wetboek. Die forfaitaire compensatiepercentages worden bepaald aan de hand van de macro-economische gegevens over de laatste drie jaar van uitsluitend de landbouwondernemers die onderworpen zijn aan de forfaitaire landbouwregeling.

Het is materieel niet mogelijk om het aantal landbouwers te bepalen dat pesticiden en meststoffen gebruikt die onderworpen zijn aan 21 % btw. Ter informatie kan ik wel meegeven dat momenteel 16.169 landbouwondernemers de bijzondere landbouwregeling genieten en dat 23.287 landbouwondernemers onderworpen zijn aan de normale btw‑regeling.

CONCLUSIE

(van Sandro Di Nunzio)

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord, dat ik wel zal moeten nalezen, want het klonk vrij technisch. Het voelde een klein beetje aan als de vis verdrinken in technisch jargon, na mijn heldere vragen.

Ik hoorde u in uw aanhef zeggen dat we op zoek moeten naar maatregelen om onze begroting te herstellen en dat wij onze rol spelen als oppositie, iets wat u vroeger ook gedaan zou hebben. Dat klopt voor een stuk. Wat vooral belangrijk is, is dat we vaststellen dat deze regering – en we kaarten dat keer op keer aan – onvoldoende inzet op het effectief doorvoeren van hervormingen die op lange termijn renderen, maar wel continu taks na taks na taks invoert.

Als we willen bloeien als land en als we ervoor willen zorgen dat we een economische groei kennen die bovendien meer opbrengt voor onze staatskas, dan moeten we eerst snoeien en hervormen om te kunnen bloeien, als ik in de beeldspraak van de sierteelt mag blijven, mijnheer de minister.

De realiteit is dat, ondanks het forfaitaire systeem dat bestaat voor 1.600 landbouwers, een btw‑verhoging geldt van 6 % naar 21 % voor pesticiden en gemengde meststoffen. Niet alle landbouwers kunnen die btw recupereren. Ze zullen dus zelf opdraaien voor de kosten. In de mate waarin ze er zelf voor opdraaien, zullen die kosten doorgerekend worden in de keten en effectief terechtkomen in de prijzen die de consumenten zullen moeten betalen in de winkel.

In de streek waarvan ik afkomstig ben, zal de Gentse azalea dus duurder worden aangekocht. Ik vind dat ongelooflijk betreurenswaardig. Daarmee stimuleert u de groei niet, maar belast u hem extra, zonder dat daar een filosofie achter zit, want de land‑ en tuinbouwers hebben die producten nodig om hun planten te kunnen kweken. Dat zijn dus geen luxeproducten, maar noodzakelijke stoffen.

Kortom, hier is sprake van een platte belastingverhoging en dat betreuren we.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 572 voorkomens