Extra uitzonderingen op de btw-verhoging · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

56012968C 28 januari 2026

Zoeken

Extra uitzonderingen op de btw-verhogingExtra uitzonderingen op de btw-verhoging - De verhoging van de btw op culturele activiteiten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/56012968c-extra-uitzonderingen-btw-verhoging-culturele-8e61

Nummer
56012968C
Datum
28 januari 2026

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

22 paragrafen

Samengestelde parlementaire vraag nr. 56012968C en 56012999C van de heer Vincent Van Quickenborne en mevrouw Sarah Schlitz d.d. 28.01.2026

Kamer, Beknopt verslag – Commissie voor Financiën en Begroting, 2025-2026, CRABV 56 COM 308 d.d. 28.01.2026 blz. 58

Extra uitzonderingen op de btw-verhoging

De verhoging van de btw op culturele activiteiten

VRAAG

Samengevoegde vragen van - Vincent Van Quickenborne aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "Extra uitzonderingen op de btw-verhoging (De Standaard, 26/01/2026)" (56012968C) - Sarah Schlitz aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De verhoging van de btw op culturele activiteiten" (56012999C)

Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): De regering heeft beslist om het btw-tarief te verhogen van 6 % naar 12 % voor bepaalde sport-, culturele en vrijetijdsactiviteiten, zoals pop-, rock- en rapconcerten, festivals of hybride evenementen, maar niet voor straattheater, circus, opera, concerten klassieke muziek en dansvoorstellingen. De gehanteerde definities blijven vaag, evenals de objectieve redenen die een verschil in behandeling tussen culturele events rechtvaardigen, die immers allemaal bijdragen aan de creativiteit, de sociale cohesie en de culturele uitstraling. Het toegepaste tarief hangt af van de datum van verkoop van de tickets, maar sommige tickets werden vóór de inwerkingtreding van de hervorming te koop aangeboden en pas na die inwerkingtreding verkocht.

De maatregel is potentieel discriminerend en disproportioneel, en zou aangevochten kunnen worden op grond van de beginselen van gelijke behandeling, rechtszekerheid en proportionaliteit, met name in het kader van het verwachte advies van de Raad van State.

Welke exacte juridische definities werden er gehanteerd om te bepalen welke disciplines vrijgesteld worden van de btw-verhoging? Op welke objectieve en verifieerbare gronden zijn die gebaseerd?

Wat is de regeling voor ticketverkopers, met name wat de data betreft waarop de tickets enerzijds te koop aangeboden worden en anderzijds daadwerkelijk verkocht worden? Hoe voorkomt u elke vorm van willekeurige discriminatie en rechtsonzekerheid voor de betrokken sectoren?

Vincent Van Quickenborne (Anders.): De btw-verhoging van 6 naar 12 % zou niet gelden voor circus, straattheater, choreografie, opera en klassieke muziek. Volgens De Standaard is dat een trofee van Les Engagés. Klopt dat? Wat is de logica achter die uitzonderingen?

Hoe zal men bepalen wat klassieke muziek is en wat niet? Is een internationale productie zoals Cirque du Soleil ook circus? Hangt het voor een musical af van het soort muziek of die onder 6 of onder 12 % valt? En waarom vallen musea niet onder 6 %?

ANTWOORD:

Minister Jan Jambon (Nederlands): De Standaard noemt dit onterecht een nieuwe maatregel. In het actualiteitsdebat heb ik dat helemaal toegelicht.

(Frans) Die uitzonderingen zijn het resultaat van een compromis dat bereikt werd door de ministerraad op 23 december 2025.

Het ontwerp van koninklijk besluit houdende die maatregelen inzake het btw-tarief zal opnieuw besproken worden op basis van het advies van de Raad van State, dat bepalend zal zijn voor het vermelde punt.

Die beoogde uitzonderingen voor de culturele sector met betrekking tot de btw-verhoging van 6 % tot 12 % voor bepaalde goederen en diensten liggen in het verlengde van de regelgeving die van toepassing is op de taxshelter voor podiumkunsten. Bij gebrek aan nauwkeurige definities in het Btw-Wetboek of andere bepalingen wordt er verwezen naar de definities van de bevoegde diensten van de betrokken gemeenschappen.

(Nederlands) Voor het circus wordt geen onderscheid gemaakt naargelang de rechtsvorm of de omvang van de productie. Een musical is geen theater en valt onder 12 %. Dat geldt ook voor de Night of the Proms, een evenement dat volgens de Europese rechtsspraak niet mag worden opgesplitst om een verlaagd btw-tarief toe te passen.

Mijn diensten werken momenteel aan FAQ’s waarin alle praktijkgevallen zoveel mogelijk worden uitgewerkt. Misschien zullen na het advies van de Raad van State nog aanpassingen nodig zijn. Als het KB in tweede lezing door de ministerraad bekrachtigd wordt, zullen de FAQ’s zo snel mogelijk worden gepubliceerd.

(Frans) De geplande tariefhervormingen zullen ten slotte op 1 maart 2026 in werking treden en zullen gelden voor de verrichtingen waarvoor de belasting vanaf die datum verschuldigd is. Op tickets die vóór die datum worden gereserveerd en betaald, blijft het huidige btw-tarief van 6 % van toepassing, ongeacht de datum van de voorstelling.

Vincent Van Quickenborne (Anders.): We zouden in de politiek moeten zitten om alles eenvoudiger te maken, maar het lijkt alsof deze regering alles complexer maakt. Een aantal dingen zijn uitgeklaard, maar het is toch gekkenwerk om voor elk evenement afzonderlijk het tarief te moeten bepalen. Maak dit akkoord opnieuw eenvoudig, dat is goed voor iedereen. Het is te gek dat het muziekgenre bepaalt hoeveel btw je moet betalen. Terug naar de tekentafel dus.

Het incident is gesloten.