Beknopt verslag 53, Commissie voor de Financiën en de Begroting 298 d.d. 13.07.2011 blz. 6
Belastingplichtige
Vrijstelling
Diensten
VRAAG
(van de heer Schiltz)
Lidgelden van hondenclubs worden aan btw onderworpen, omdat activiteiten van een hondenclub volgens een administratieve beslissing uit 1981 niet als een sport worden beschouwd. Er gelden evenwel andere administratieve richtlijnen voor de duiven- en de paardensport.
Bovendien heeft de administratieve beslissing betrekking op diensten verstrekt door een vzw ter bevordering van de hondensport en ter aanmoediging van het fokken en het houden van honden, dus zelfs niet voor het geheel van de hondenclubactiviteiten.
Is de minister bereid om de discriminatie in het nadeel van de hondensport op te heffen?
ANTWOORD
(van de heer Reynders, Vice-eersteminister en Minister van Financiën en Institutionele Hervormingen
Hondenclubs zijn verenigingen die voornamelijk de opleiding van de hond en de begeleider tot doel hebben en eventueel ook wedstrijden organiseren. Niettegenstaande het feit dat er van de begeleiders een bepaalde fysieke inspanning wordt vereist en zij een opleiding krijgen, primeert steeds de training en opleiding van de honden.
Bij paardenclubs daarentegen wordt in hoofdzaak de lichamelijke ontwikkeling van personen beoogd. Bij duivenclubs bestaan de diensten voornamelijk in het organiseren van prijskampen waarbij de deelnemers inleggelden betalen.
Een hondenclub verricht geen diensten inzake sport in de zin van artikel 44, § 2, 3°, noch onderwijsprestaties zoals bedoeld in artikel 44, § 2, 4°, van het Btw-Wetboek.
De huidige btw-regelgeving staat helaas geen vrijstelling voor de hondenclubs toe.
CONCLUSIE
(van de heer Schiltz)
De parallel met de duivensport vind ik heel sterk. Daarom heb ik die vraag gesteld. Veel duivenclubs zijn uiteraard heel tevreden met de btw-regeling. Om die reden hebben de hondenclubs zich geroerd. Misschien kan een wetgevend initiatief iets veranderen.