Mondelinge parlementaire vraag nr. 55042180C van de heer Peter De Roover d.d. 24.04.2024
Kamer, Integraal verslag – Commissie voor de Financiën, 2023-2024, CRIV 55 COM 1330 d.d. 24.04.2024, blz. 8
De btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen
Wim Van der Donckt: Geachte heer minister, ik verwijs naar de vraag van uw partijgenoot Steven Mathei (nr. 55001548C, Integraal Verslag, Kamer, CRIV 55 COM 056) en naar de schriftelijke vraag nr. 0087 (17/11/2020). De nieuwe Europese richtlijn (2020/285) die in werking treedt op 01/01/2025 voorziet dat lidstaten hun nationale drempel voor de toepassing van de btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen vrij kunnen vaststellen tot een maximumbedrag van 85.000 euro. Het optrekken van de drempel zou een grote administratieve vereenvoudiging zijn voor tal van kleine ondernemingen en vzw’s. De budgettaire impact bevindt zich wellicht tussen 280,48 miljoen euro en 560,96 miljoen euro volgens de laatste schriftelijke vraag. Kunnen deze bedragen nog verder verduidelijkt worden? Hoe komt men aan deze cijfers? Bestaan er meer recente becijferingen om een duidelijker beeld te hebben van de budgettaire impact?
Minister Vincent Van Peteghem: De keuze voor de btw-vrijstellingsregeling of het indienen van periodieke btw-aangiften is afhankelijk van verschillende factoren, zoals onder meer de door de belastingplichtige ervaren administratieve last en de mogelijkheid om btw op aankopen in aftrek te nemen. Wanneer alle btw-plichtigen met een omzet tussen 25.000 en 85.000 euro zouden overstappen naar de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, zou dat leiden tot 739,2 miljoen euro aan minderontvangsten inzake netto btw. Wanneer daarentegen enkel belastingplichtigen die btw moeten afdragen aan de Staat zouden overstappen en dus belastingplichtigen die teruggave ontvangen in het huidige systeem zouden blijven, kunnen de jaarlijkse kosten oplopen tot ruim 1 miljard euro.
Het aantal belastingplichtigen dat in december 2022 opteerde voor de vrijstellingsregeling en het aantal belastingplichtigen dat periodieke aangiften indiende ook al bedraagt de jaarlijkse omzet minder dan 25.000 euro, is nagenoeg identiek. Er kon voor de berekeningen enkel gewerkt worden op basis van aantallen belastingplichtigen, omdat sinds 1 juli 2016 bepaalde categorieën kleine ondernemingen, die kozen voor de vrijstellingsregeling, niet langer hun totale jaaromzet hoeven mee te delen.
Op basis van de beschikbare bronnen maakt de studiedienst van de FOD Financiën de inschatting dat het verhogen van de drempel tot 85.000 euro zou kunnen leiden tot een negatieve budgettaire impact tussen 370 miljoen euro en 740 miljoen euro.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.