Het pleidooi van de staatssecretaris voor een lastenverlaging in het energiedossier · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

55024354C 15 maart 2022

Zoeken

Het pleidooi van de staatssecretaris voor een lastenverlaging in het energiedossier

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/55024354c-pleidooi-staatssecretaris-lastenverlaging-in-energiedossier-9b70

Nummer
55024354C
Datum
15 maart 2022

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

138 paragrafen

Samengevoegde mondelinge parlementaire vragen nr. 55024354C van de heer Wouter Vermeersch, nr. 55025953C van de heer Sander Loones, nr. 55026017C van de heer Steven Matheï, nr. 55026036C van de heer Marco Van Hees...d.d. 15.03.2022

Kamer, Integraal verslag – Commissie voor de Financiën, 2021-2022, CRIV 55 COM 720 d.d. 15.03.2022, blz. 1

Het pleidooi van de staatssecretaris voor een lastenverlaging in het energiedossier

De analyse van de energiefactuur door de staatssecretaris voor Begroting versus de VRT

De kostprijs van het energieakkoord

Verhoogde btw-inkomsten door de verhoogde energieprijzen

De budgettaire kost van het energieakkoord

De prijzen aan de benzinepomp

De energiecrisis en de heropleving van eerder circulerende maatregelen stijgende energieprijzen en de impact op de begroting

De maatregelen naar aanleiding van de extreme energie- en brandstofprijzen

De evolutie van de btw-ontvangsten als gevolg van de exploderende energieprijzen

Wouter Vermeersch: Mevrouw de voorzitster, ik zie nu pas dat mijn vragen, die over verschillende maatregelen gan, in dit actualiteitsdebat op een hoop worden gegooid. Tegelijk was ik op dit moment met veel aandacht aan het luisteren naar de live persconferentie over de energiedeal waarover de regering gisterenavond heeft beslist.

Mevrouw de staatssecretaris, sommige van mijn vragen zijn intussen achterhaald. Ik ga echter ook even in op de actualiteit, aangezien dit brandend actueel is.

U hebt de kat de bel aangebonden door zelf een opiniestuk te schrijven. U bleek aanvankelijk niet gewonnen voor een btw-verlaging op energie in dat opiniestuk op de website van Knack. U pleitte er ook voor om het geld dat naar die verlaging zou gaan te gebruiken om het aanbod te vergroten of om te zorgen voor een socialelastenverlaging. U schreef: "Door de hogere energieprijzen ontvangt de overheid immers ook een hogere btw op energie. (…) Het klopt dat de overheid door de hogere energieprijzen ook hogere btw-inkomsten kan hebben."

Kunt u die hogere inkomsten opsommen? Er worden momenteel allerlei cijfers naar voren geschoven. Zo zou het akkoord dat vandaag ter tafel ligt 1,3 miljard euro kosten. Volgens de regering komt 1 miljard euro uit de meerinkomsten. Uit de cijfers die wij hebben opgevraagd bij de minister van Financiën blijkt dat er alleen al in 2021 een meerinkomst van ruim 2 miljard is. Dan is de Oekraïnecrisis, met de prijsstijgingen als gevolg daarvan, nog niet eens meegerekend. Hoe zit het met de financiering?

Verder stelde u in uw opinie: "Voor alle duidelijkheid, hogere energieprijzen zullen resulteren in hogere inflatie, wat een beetje later op haar beurt zal resulteren in indexatie." Bent u er nog steeds van overtuigd dat de inflatie budgetneutraal is? Die vraag is enigszins achterhaald, want u hebt ondertussen in de commissie al aangevoerd dat dit een negatieve impact zal hebben op de begroting. Hoe groot zal die negatieve impact zijn?

Verschillende pistes lagen ter tafel. Welke van de voorstellen hebben steeds uw voorkeur genoten? Hoe haalbaar en realistisch achtte u deze voorstellen?

Deze regering voert tijdelijke btw-verlagingen door. Het Vlaams Belang is blij dat er een aantal btw-verlagingen komt, maar pleit natuurlijk al meer dan een jaar voor permanente btw-verlagingen. Deze regering sleept zich met horten en stoten van energiedeal naar energiedeal om tijdelijke btw-verlagingen in te voeren. We weten nochtans dat die op termijn leiden tot hogere prijzen. Hoe kunnen we vermijden dat tijdelijke btw-verlagingen zullen leiden tot een blijvende stijging van de gas- en elektriciteitsprijzen? Is een permanente btw- verlaging niet te verkiezen, aangezien elektriciteit en gas toch basisbehoeften zijn?

In de begroting heeft de regering een budget van 208 miljoen euro voor het uitgebreide sociaal tarief voorzien. We weten ondertussen dat het uitgebreide sociaal tarief werd verlengd tot september. U weet dat daarna de wintermaanden weer aanbreken. Het wordt dan weer koud en er zal opnieuw verwarmd moeten worden. Vindt u het niet verstandig om dat sociaal tarief dan weer te verlengen? Mevrouw de staatssecretaris, u was geen voorstander van de btw-verlaging op energie. Uw analyse wordt echter tegengesproken door een analyse van de VRT. Energiespecialist Luc Pauwels heeft de energiefacturen grondig geanalyseerd en stelde al in januari vast dat de kostprijs van elektriciteit en gas voor een gemiddeld Vlaams gezin meer dan verviervoudigd is. Inmiddels is dat zelfs nog meer. Uit de VRT-analyse blijkt ook dat de btw-inkomsten voor de federale begroting gestegen zijn met 595 euro per gezin per jaar. Volgens de huidige prijzen, die intussen meer dan verviervoudigd zijn, zou een btw-verlaging de begroting nog altijd 50 euro per gezin per jaar extra opbrengen.

Wat is uw reactie op de bevindingen van de VRT? Kunt u die analyse van de VRT bevestigen of ontkrachten? Die analyse toont ook aan dat het federale aandeel in de elektriciteitsfactuur voor het eerst in decennia groter is geworden dan het Vlaamse aandeel. Wat is uw reactie op de conclusie van de VRT, met name dat de omzetting van de federale heffingen en tarieven in een accijns nog maar weinig zoden aan de dijk heeft gezet? Merkwaardig genoeg zijn de hervormde accijnzen integendeel mee verantwoordelijk voor de prijsstijging ten opzichte van januari vorig jaar. Kunt u de conclusie van de VRT bevestigen of ontkrachten?

Hebt u als staatssecretaris zicht op het saldo van een btw-verlaging voor de begroting? Wat zijn dus de totale maandelijkse meerinkomsten voor de begroting of, indien die gegevens nog niet beschikbaar zijn, van december 2021 vergeleken met december 2020? Dat had ik graag afgezet gezien tegen de totale maandelijkse inkomstendaling voor de begroting van een btw-verlaging van 21 naar 6 %.

Wat stelt u concreet voor om de energiefactuur structureel en duurzaam te hervormen? De maatregelen die nu worden genomen, zijn immers heel tijdelijk en nemen het onderliggende probleem niet weg. Wat stelt u dus voor om dat onderliggende probleem aan te pakken?

Vervolgens wil ik het hebben over de kostprijs van de energieakkoorden, zowel het akkoord dat begin februari werd afgesloten als het akkoord dat vannacht werd beklonken. Het eerste kostte alles bij elkaar 1,1 miljard euro. Vandaag circuleert een prijs van 1,3 miljard euro. Samen maakt dat 2,4 miljard euro. Die uitgaven worden deels opgevangen door de meerinkomsten.

Wat is uiteindelijke de kostprijs voor de begroting van de eenmalige verwarmingspremie van 100 euro, maar ook van de cheque van 400 euro die nu wordt toegekend voor stookolie? Kunt u dat voor beide apart specificeren?

Wat is de kostprijs van de tijdelijke btw-verlaging op elektriciteit enerzijds en de tijdelijke btw-verlaging op gas anderzijds?

Ook aan de verlenging van het uitgebreide sociaal tarief hangt een kostenplaatje. Kunt u die kosten apart specificeren, zowel voor het tweede kwartaal als voor het derde kwartaal?

Over de meerinkomsten door de gestegen energieprijzen circuleren uiteenlopende cijfers. Hoe hoog zijn die meerinkomsten uiteindelijk?

In de begroting werd uiteindelijk een bedrag van 2,8 miljard euro voorzien. Is dat bedrag nog steeds correct begroot? Werden in de berekeningen – ook vanmorgen – van 1 miljard ten opzichte van 1,3 miljard euro de meerinkomsten door de gestegen prijzen aan de pomp, onder andere van diesel en benzine, meegerekend? Als we de volledige cijfers krijgen van de minister van Financiën, blijkt dat namelijk niet het geval te zijn.

Tot slot pik ik in op de actualiteit. Welke maatregelen acht u noodzakelijk en welke impact verwacht u van de extreme energie- en brandstofprijzen op de begroting? Beschikt u dus over een ruwe inschatting van de globale budgettaire impact op het begrotingstekort van de federale overheid?

Sander Loones: Mevrouw de staatssecretaris, er werden al heel wat vragen gesteld. U hebt mijn schriftelijke vragen ook ontvangen, ik zal ze dus niet allemaal overlopen. Ik wil ze wel actualiseren en een paar bijvragen stellen, gelet op het feit dat het hier een actualiteitsdebat betreft.

Ten eerste, hoe was het gisteren aan de tafel? Ik veronderstel dat u op de bijeenkomst van het kernkabinet aanwezig was en alle debatten gevolgd hebt, aangezien het toch over zeer grote budgettaire massa's gaat. Ik ga er ook van uit dat u de debatten begeleid hebt met de nodige cijfers. Hoe was het dus en wat vindt u zelf van het akkoord?

Ik zie eveneens dat alle excellenties ondertussen via de sociale media gecommuniceerd hebben. Ik heb niet onmiddellijk een tweet van u gevonden. Ik zag bijvoorbeeld wel dat Vincent Van Peteghem, de minister van Financiën, opgelucht en tevreden is. Ik kan mij inbeelden dat hij opgelucht is, maar ik kan me minder goed inbeelden dat hij tevreden is. Ik zou dus wel graag willen weten wat u, als Open Vld-politica, maar natuurlijk ook als staatsecretaris van Begroting en Consumentenzaken, ervan vindt. Ook het energieakkoord komt namelijk met een navenante kostprijs voor de begroting.

Welke adviezen hebt u gegeven met het oog op de begroting? Kunt u ons een omvattende tabel bezorgen, idealiter uitgesplitst per maand, waarin staat wat de precieze budgettaire impact is van wat gisterenavond beslist werd? Dus, hoe was het aan tafel? Wat vindt u er zelf van en welke cijfers circuleerden er allemaal?

Dan kom ik aan het tweede deel van mijn vraag. Nu doet de regering het weer. Wij hebben hier vorige week gediscussieerd over het verschil tussen de brutokosten en de nettokosten van een aantal akkoorden. Vorige keer werd er een pakket maatregelen met betrekking tot energie genomen met een budgettaire kostprijs van 1,1 miljard. De regering zei dat het toen eigenlijk slechts 300 miljoen kostte, gezien de meerinkomsten uit accijnzen en btw op de verkoop van brandstoffen. Zij moest dus op zoek naar slechts 300 miljoen.

U zei dat het een foute redenering was. De budgettaire kosten van het toenmalige akkoord bedroegen ongeveer 1 miljard. Die zouden gefinancierd worden door een aantal andere budgetten uit de begroting, wat betekende dat de regering voor een aantal geplande uitgaven extra geld moest zoeken, dan wel dat er extra besparingen zouden moeten komen of dat er extra tekorten zouden worden opgebouwd. Daarover hebben wij vorige week nog ruim gediscussieerd hier in de commissie. We hebben toen een warme oproep gedaan om dat niet meer te doen.

Maar wat zien wij nu? Nu doet de regering het weer. In plaats van gewoon toe te geven dat er beslist is over een pakket met een budgettaire kostprijs van 1,3 miljard euro, wordt er in de nieuwe show gezegd dat het pakket slechts 200 miljoen kost. Vorige keer was het nog 300 miljoen, nu is het 200 miljoen. Er zijn immer 1,1 miljard extra inkomsten, waarvan u reeds herhaaldelijk hier in de commissie hebt gezegd dat dat geld eigenlijk reeds werd uitgegeven aan onder andere hogere uitkeringen, hogere pensioenen en lagere groei. Nu doet uw regering het dus weer.

Hebt u gisteravond aan tafel uw hand opgestoken en gezegd om eindelijk eens eerlijk te communiceren over de cijfers, in plaats van iedereen blaasjes wijs te maken?

Dat komt toch uit, want binnenkort is er een begrotingscontrole en zal dat allemaal in de tabellen verwerkt moeten worden. Waarom gebruikt u die kortetermijncommunicatie en draait u de mensen een rad voor de ogen? Daarbij is niemand gebaat.

Kunt u hier de cijfers geven van het vorige akkoord, maar ook van het nieuwe akkoord? Wat zijn de brutokosten? Wat zijn de nettokosten? Zo kunnen wij de totaliteit van de puzzel zien en weten wij, in alle transparantie, wat de budgettaire impact is.

Mijn derde vraag gaat over gas, elektriciteit en stookolie. Toen ik over het akkoord hoorde, stelde ik mij de vraag of het uw idee was, mevrouw de staatssecretaris, om de btw-verlaging enkel en alleen door te voeren in de zomermaanden, wanneer men eigenlijk geen verwarming moet opzetten. De regering wil in de zomer – wanneer men niets verbruikt – een btw-korting geven op gas en elektriciteit en niet in de winter, wanneer het verbruik hoog ligt. Dat is natuurlijk interessant voor de begroting. Het feit dat er alleen een btw-verlaging is in de zomer, is voor u, als staatssecretaris voor Begroting, goed nieuws, maar voor de mensen is het onverstaanbaar dat men een korting krijgt op een moment dat de verwarming niet aanstaat. Wie is met dat voorstel gekomen? Wie verzint het om het hoge energieverbruik in de winter te compenseren met een btw-korting in de maanden waarin men de verwarming niet moet aanzetten? Was dat uw voorstel, om de budgettaire impact te verkleinen? Van wie aan de tafel komt dat voorstel?

Daarover zou ik ook willen weten of er dan geen enkele Nederlandstalige minister op een bepaald moment zijn hand opsteekt en de vraag stelt wat de regering aan het beslissen is. Het is zeer duidelijk dat de Franstalige ministers – de PS – hun hand hebben opgestoken. Minister Dermagne heeft gecommuniceerd met drie tweets en in alle drie staat het woord 'stookolie'. Hij spreekt over een stookoliefonds en een stookoliecheque ter waarde van 200 euro. Wij weten allemaal zeer goed waarom hij communiceert over stookolie en waarom die beslissing is genomen. Dat is omdat in Wallonië nu eenmaal nog door 59 % van de gezinnen wordt verwarmd op basis van stookolie, terwijl dat in Vlaanderen maar 29 % bedraagt. De Franstalige ministers hebben dus hun hand opgestoken. Hebben de Nederlandstalige ministers dat dan niet gedaan gisteravond om te wijzen op het onevenwicht in de prijsstijgingen? Voor alle duidelijkheid, mensen die met stookolie verwarmen verdienen een tegemoetkoming, maar de prijsstijgingen voor stookolie worden op basis van de simulaties die wij zien meer dan gecompenseerd door de cheque, terwijl de mensen die met gas verwarmen totaal niet in dezelfde orde en veel minder zo'n compensatie krijgen. Ik ga ervan uit dat u dat hebt gesimuleerd en dat u die cijfers kent. In elk geval, op de sociale media kende iedereen die cijfers op vijf minuten tijd, dus u zult ze ook wel kennen.

Mijn vierde reeks vragen gaat over benzine en diesel aan de pomp. Ik wil graag weten wie er daaromtrent op de rem is gaan staan. Minister Van Peteghem had, zoals het de gewoonte is in uw regering, in de pers gecommuniceerd. Hij stelde dat de taksen verlaagd moeten worden tot het Europese minimum. Op een tankbeurt van 60 liter betekent dat een korting van 17,50 euro. Het is echter maar een korting van 10 euro geworden. Minister Van Peteghem werd dus duidelijk niet gevolgd. Hij heeft geprobeerd een punt te maken, maar iemand stond op de rem. Mevrouw de staatssecretaris, wie heeft dat afgeblokt? Wie heeft ervoor gezorgd dat die tegemoetkoming veel kleiner is?

Uw impact op het dossier van mijn volgende vraag is kleiner, maar in het algemeen kan ik niet anders dan de vraag aan u stellen. Zal alles juridisch gezien op tijd zijn afgerond? Over vorige maatregelen, onder meer de verlaging van de btw op elektriciteit, werd op 1 februari beslist en ze zijn pas op 1 maart in werking getreden, na het advies van de Raad van State, publicatie in het Belgisch Staatsblad en advies van de diensten van Begroting. Er is dus een maand voor nodig geweest. Nu stelt de regering dat dit nieuwe pakket op twee weken legistiek klaar zal zijn. Bij het vorige gehele proces zijn er van die hele maand maar twee dagen specifiek nodig geweest voor het begrotingsadvies. Op 1 februari werd een akkoord bereikt en op 3 februari was het begrotingsadvies voorhanden. De vertraging ligt dus duidelijk niet bij u. Ik ga er wel van uit dat gisterenavond ook besproken werd of dat wetgevingstechnisch allemaal wel op tijd rond geraakt. Enkele leveranciers melden deze ochtend in de media dat het niet doenbaar is om dat te regelen vóór april. Kunt u daarover meer informatie verstrekken?

Met mijn laatste vraag herneem ik een oproep die ik vorige week al aan u gericht heb, en trouwens ook aan de minister van Financiën. De stijl van de regering is mini. Er is een mini-energieakkoord en een minitaxshift. Na een tijdje stelt de regering vast dat ze meer moet doen, dat ze er eerder een maxi van moet maken, dat er extra inspanningen nodig zijn. Dat geldt voor allerlei zaken waarover de regering beslist, weliswaar allemaal alleen aan de uitgavenkant.

Er is nog een ander mini-akkoord, met name de mini-arbeidsdeal, zo door experts en overigens ook door enkele regeringsleden betiteld. Welnu, heeft niemand gisterenavond tijdens de vergadering van het kernkabinet de vraag gesteld – en ik hoop dat u positief zult antwoorden – hoe we dat allemaal zullen blijven financieren? De logica moet zijn dat elke extra uitgave gepaard gaat met een extra inspanning op het vlak van activeringsmaatregelen, zodat onze economie en koopkracht worden versterkt en de financiering van onze sociale zekerheid gegarandeerd blijft. Dat stellen we echter niet vast. We zien alleen uitgaven om de burgers tegemoet te komen voor de exploderende prijzen, terecht, maar in geen enkel opzicht enige bezorgdheid om de financiering van ons sociaal model veilig te stellen. Is er dan niemand aan de regeringstafel die minister Dermagne erop wijst dat een stookoliefonds wel positief is, maar dat hij er ook voor dient te zorgen dat alle maatregelen gefinancierd worden en hem vraagt wanneer hij nu eindelijk met deftige activeringsmaatregelen komt?

Steven Matheï: Mevrouw de staatssecretaris, in de tweede begrotingsaanpassing werd een deel van de energiedeal verwerkt. Het kernkabinet besliste gisterenavond tot een hele reeks nieuwe maatregelen, onder andere de verlaging van de btw op gas tot 6 %, waar wij reeds lange tijd op aandrongen. Die belangrijke maatregel, die vanochtend nog werd toegelicht, zal in september worden geëvalueerd. Voorts is er nog de tegemoetkoming voor stookolie, die trouwens ook een belangrijke energiebron is en waarvan de gestegen kostprijs invloed heeft op de koopkracht. In Limburg, bijvoorbeeld, verwarmt nog één huishouden op de drie met stookolie. Dat is toch wel een belangrijk aspect voor sommige alleenstaanden, gezinnen en wie het sociaal tarief geniet. Ik kan die maatregelen in het tweede pakket alleen maar toejuichen.

Dat doet uiteraard de vraag naar de financiering rijzen. Ik verwijs hiervoor naar uw uitvoerige opiniestuk in Knack, waarin u stelde dat de stijgende energieprijzen netto leiden tot een negatieve impact op de begroting. U verwees naar de modellen van de Nationale Bank die aantonen dat ook de overheid, zoals de burgers en de bedrijven, lijdt onder de gestegen energieprijzen.

Kunt u wat meer toelichting geven bij de modellen en de effecten ervan?

Gelet op de huidige internationale situatie is de verwachting dat de energieprijzen nog lang hoog zullen blijven. Wat zou het effect daarvan op de begroting zijn?

Marco Van Hees: Het kernkabinet heeft dus een akkoord bereikt om het hoofd te bieden aan de explosieve stijging van de energieprijzen.

Kunt u meer details geven over de btw op elektriciteit, gas, stookolie en brandstof in 2021 en 2022? Wat is de budgettaire impact van de prijsstijgingen die zich sinds de maanden september en oktober van vorig jaar doen voelen?

Waarom wordt de btw op energie niet permanent tot 6 % verlaagd, aangezien het toch een eerste levensbehoefte betreft?

Waarom blijven de andere maatregelen van het kernkabinet zo beperkt? Waarom worden de brandstofaccijnzen bijvoorbeeld slechts met 17,5 cent verlaagd, terwijl die accijnzen een bedrag van 60 cent per liter vertegenwoordigen?

Naar verluidt kosten de gisteren genomen maatregelen 1,3 miljard euro, maar wordt het grootste gedeelte daarvan – namelijk 1,08 miljard euro – gecompenseerd door extra belastingontvangsten. Bevestigt u dat? Klopt dat bedrag?

Men kan tot slot ontvangsten zoeken op het niveau van de Staat, maar men kan ook de winsten van de energiemultinationals aanspreken (wat de oliemaatschappijen betreft, gaat het over miljarden en miljarden euro!).

Zouden die buitensporige winsten niet aangewend moeten worden en zouden de energiemultinationals niet hun duit in het zakje moeten doen om de belastingverlagingen te financieren waarmee de prijzen voor de consument betaalbaarder kunnen worden?

Christian Leysen: Mevrouw de staatssecretaris, ik ben nog niet zo lang in de politiek, maar politiek wordt gezocht naar een evenwicht tussen de korte en de lange termijn. De korte termijn is inspelen op de actualiteit en is sterk onderhevig aan de emoties van de dag. De lange termijn is het zoeken naar structurele oplossingen. Dat is ook de verantwoordelijkheid ten opzichte van de huidige en de toekomstige generaties. Ik ben blij dat de regering beslist en kan beslissen. Soms neemt zij daarvoor wat meer tijd, maar dan worden de beslissingen ook beter.

Ik hoor de leden hier. Het is leuk om na de feiten altijd zoveel slimmer te zijn. De prijsvorming is echter een moeilijk en technisch dossier. Daarom hebben wij deze namiddag ook een gemeenschappelijke hoorzitting van de commissie voor Financiën met de commissie voor Energie, om meer inzicht te krijgen.

Ik kan er immers niet omheen om nogmaals te stellen dat wij met veel bescheidenheid – ik wijs hiervoor naar alle partijen die de voorbije twintig jaar in de regering hebben gezeten – moeten bekennen dat de impact van ons beleid niet de gewenste resultaten heeft opgeleverd. Er zijn natuurlijk een aantal geopolitieke realiteiten die niet konden worden voorspeld. Waarschijnlijk hebben wij echter ook veel aan wishful thinking gedaan. Wij hebben de geopolitieke risico’s onderschat. Wij hebben de marktwerking onderschat, wanneer het aanbod structureel wordt verminderd in het kader van een energietransitie. Waarschijnlijk hebben wij ook de prijs van die energietransitie onderschat.

Behalve de kortetermijnmaatregelen, die gerechtvaardigd zijn, maar netto ook een budgettaire kostprijs zullen hebben, moeten wij de problemen ten gronde aanpakken. Wij zitten in een soort vicieuze cirkel. Wij subsidiëren energieproducenten. Wij subsidiëren burgers om te isoleren. Wij kampen echter met bijzonder hoge prijzen, die wij op hun beurt corrigeren door een gedeeltelijke tussenkomst van de overheid in de eindgebruikersprijzen, die dan weer een belasting betekenen.

Ik moet bekennen dat ik blij ben dat u tijdelijke maatregelen hebt getroffen. Niks is immers moeilijker dan de toekomst voorspellen. Het is ook handelen met de kennis van de dag en op het moment van de dag. Het is heel mooi om boutades te doen, zoals de uitspraak dat in de zomer de btw wordt verlaagd.

Ik zie ook veel inconsequenties bij een aantal leden, die enerzijds opperen dat de belastingen moeten worden verlaagd en anderzijds toch nog over budgettaire discipline durven praten.

U koos een moeilijke weg, mevrouw de staatssecretaris, en ik wil toch mijn appreciatie uitspreken voor het werk dat u levert in deze coalitie met zeven partijen.

Ik zal mijn vraag beperken tot het volgende: hoe zult u verder de prijsevolutie monitoren? Ik vermoed dat wij vandaag kennisgenomen hebben van deel 1, dat meer op de korte termijn slaat. Ik kijk uit naar de beslissingen inzake deel 2, die ook de minister van Energie aankondigde en die ervoor moeten zorgen dat aanbod en vraag weer in evenwicht komen, want dat is de enige manier om ervoor te zorgen dat er weer redelijke prijzen komen, met redelijke winstmarges voor diegenen die op een redelijke manier de juiste investeringen doen.

Gilles Vanden Burre: Ik ben blij dat de regering noodmaatregelen heeft kunnen nemen ten behoeve van onze medeburgers, want zij worden geconfronteerd met torenhoge energieprijzen en verkeren in financiële nood of dreigen erin te raken.

Het bereikte akkoord is het bewijs dat deze regering krachtdadige beslissingen kan treffen. Het betreft een pakket van meer dan 1,3 miljard euro, via de verlaging van de btw op gas en elektriciteit. Ik ga niet dieper in op alle maatregelen, zoals de stookoliecheque of de verlaging van de accijnzen op diesel.

Ik zou wél de beslissingen met betrekking tot de NMBS willen belichten: er wordt hiervoor 13 miljoen euro uitgetrokken. Er waren maatregelen nodig ter ondersteuning van degenen die vanaf nu vaker de trein of het gewestelijk openbaar vervoer zullen moeten nemen.

Bovendien wil ik de verlenging van het uitgebreide sociaal tarief onderstrepen. Twee miljoen Belgen kunnen gebruikmaken van dat tarief, dat sinds de maand september bestaat. De meest kwetsbaren in onze samenleving worden dus beschermd.

Men heeft gereageerd op de sociale noodsituatie. Een tweede fase is aangebroken waarin er beslist zal worden over een structurelere toekomst van de energievoorziening: investeren in energieonafhankelijkheid (van Rusland met name).

Er moet massaal geïnvesteerd worden in hernieuwbare energiebronnen (wind, water, zon, afval, biomassa, geothermie). Er zal verder gediscussieerd worden over de verschillende energieplannen A en B; men zal op korte termijn de knoop moeten doorhakken.

Mevrouw de staatssecretaris, wat zal de impact op de begroting zijn van de beslissingen die vannacht genomen werden en van de tweede fase van de energietransitie die voor de deur staat?

Marie-Christine Marghem: Ik feliciteer de regering met dit pakket fundamentele beslissingen in het belang van de bevolking.

Toen de crisis uitbrak, moesten er forse maatregelen in verband met het sociale tarief genomen worden. Het heeft echter veel tijd gekost om in te zien dat de middenklasse structureel gesteund moet worden.

Mevrouw de staatssecretaris, welke impact heeft zulke beslissing op de begroting?

De heer Vanden Burre heeft verklaard dat de volgende beslissing niet kan worden uitgesteld. Die heeft immers betrekking op ons energiebeleid voor de komende tientallen jaren. Ze moet volgende vrijdag genomen worden. We moeten het kader vastleggen waarin ze in de toekomst, vooral na 2025, uitgevoerd kan worden.

Natuurlijk zijn de wind en de zon van iedereen maar de zon schijnt niet altijd en de wind waait niet zonder onderbreking. We hebben dus veilige en stabiele productiemiddelen nodig die onze energieonafhankelijkheid waarborgen en voor een lage CO2-uitstoot zorgen.

De regering zal zich over de levensduur van onze kerncentrales buigen en zal moeten nagaan welke behoeften er zijn opdat we de zekerheid zouden hebben gedurende vele jaren over voldoende elektriciteit te beschikken.

Hernieuwbare energie is een integrerend deel van die energiemix. Men moet echter een zekere nucleaire productiecapaciteit behouden om de nieuwe technologieën, die moduleerbaar zullen zijn en een betere aanvulling zullen vormen op de intermitterende hernieuwbare energie, te kunnen implementeren.

Men mag zich bij de berekeningen dus niet beperken tot de twee in het regeerakkoord opgenomen kerncentrales, maar men moet verder gaan om de komende jaren te kunnen voorzien in voldoende CO2-arme elektriciteit voor de bevolking, die met behulp van de beste technologieën en door de beste professionals geproduceerd wordt.

Mevrouw de staatssecretaris, om dat te bewerkstelligen hebben we uw vooruitzichten nodig, in de wetenschap dat hernieuwbare energiebronnen veel subsidies vergen, m.a.w. door de consumenten of door de Staat ondersteund worden. Men zal dus onderhandelingen moeten opstarten met ENGIE Electrabel. Al die aspecten zullen geëvalueerd moeten om de regering zekerheid te verschaffen op het stuk van de financiële haalbaarheid van dat immense proces, dat cruciaal is voor de toekomst van het land.

Gilles Vanden Burre: Voor de middenklasse is de loonindexering het beste beschermingsmechanisme.

Marie-Christine Marghem: Voor zelfstandigen is er geen loonindexering!

Gilles Vanden Burre : Non, c'est vrai, mais c'est tout de même la meilleure protection pour la majorité au sein de cette classe moyenne.

Marie-Christine Marghem: Cela aide, mais cela n'est pas suffisant. 01.14 Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): La dernière fois qu'il y a eu un saut d'index dans ce pays, c'était sous le gouvernement précédent MR – N-VA. Je tiens à le rappeler parce que des concepts sont remis en cause à un moment donné dans ce pays, comme l'indexation. Nous ne l'avons jamais remise en cause. Nous avons déclaré qu'il n'y aurait pas de saut d'index avec des écologistes au gouvernement, ce dont je me réjouis. C'est tout de même la principale mesure de protection de la classe moyenne aussi pour ceux et celles qui sont employés ou qui sont fonctionnaires. Ce n'est effectivement pas le cas pour les indépendants mais c'est pour cela qu'il faut d'autres mesures et c'est pour cela que je me réjouis aussi de l'accord de cette nuit.

Gilles Vanden Burre: De laatste indexsprong werd doorgevoerd onder de vorige regering van MR en N-VA. Wij hebben gezegd dat er deze keer geen indexsprong zou komen. De index is de belangrijkste bescherming van de middenklasse, de werknemers of de ambtenaren.

Gilles Vanden Burre: De verschillen in visie op het energievraagstuk zijn bekend. Ik heb er vertrouwen in dat de regering de beste energiemix zal kunnen uitwerken. Wij geloven dat hernieuwbare energiebronnen de toekomst zijn. Het doel is om tegen 2030 of 2050 volledig over te schakelen op hernieuwbare energie. Tegen het einde van de week zal er een beslissing genomen moeten worden voor de komende tien jaar, om een energiemix samen te stellen die ons in staat zal stellen dat doel te bereiken.

Sander Loones: We hebben in deze commissie de gewoonte om minder in slogans en meer over feiten te praten, mijnheer Vanden Burre. De voorzitter maakt terecht een punt over de impact, de indexering en de zelfstandigen die daar niet van kunnen genieten. De prijzen die aan de pomp moeten worden betaald, worden niet doorgerekend in de index. U verwijst echter naar het indexmechanisme als oplossing voor alles. Ik begrijp wel dat u probeert te doen alsof alles beter is dan vroeger, maar de feiten bevestigen ook dat onder de vorige regering, geleid door de heer Michel, dus de Zweedse regering, de koopkracht is gestegen, in het bijzonder voor de lage en middeninkomens. Blijkbaar spuit u daar graag mist over, maar de feiten zijn nu eenmaal wat ze zijn.

Staatssecretaris Eva De Bleeker: Deze commissievergadering valt op de morgen na de grote beslissing. We hebben ons antwoord dus nog aangepast. Sommige vragen zijn inderdaad enigszins gedateerd, maar ik zal een algemeen antwoord geven waarin de besognes die u hebt uitgedrukt en de vragen die u hebt gesteld worden aangepakt.

Er werden vragen gesteld met betrekking tot de vermeende meerinkomsten voor de overheid door de stijgende energie- en brandstofprijzen, de reeds in januari genomen maatregelen en de eventueel nog te nemen maatregelen. Ondertussen is er een akkoord bekomen. Ik zal ook die vraag en het budgettaire luik ervan toelichten.

Met betrekking tot de meerinkomsten voor de overheid, verwijs ik naar mijn antwoord in de commissie van 8 maart, toen ik al heb toegelicht dat de meerinkomsten voor de overheid door de gestegen energieprijzen in januari geraamd werden op 813 miljoen euro. Aangezien de prijsverwachtingen sindsdien nog zijn gestegen, berekende de FOD Financiën de bijkomende meeropbrengsten ten opzichte van de ramingen die in januari plaatsvonden. Voor gas en elektriciteit gaat het volgens hun berekeningen om 569,6 miljoen euro, voor stookolie om 226,9 miljoen euro, voor benzine om 105,8 miljoen euro en voor diesel om 128,1 miljoen euro.

Dit brengt dus de totaal geraamde meeropbrengsten ten opzichte van de ingeschreven bedragen voor de begrotingsopmaak 2022 voor gas en elektriciteit op 1.090 miljoen euro en voor stookolie op 309 miljoen euro. De minderuitgaven groenestroomcertificaten voor offshore wind bedragen 177 miljoen euro. Dat was nog van het vorige pakket. De repartitiebijdragen voor 2022 belopen 32 miljoen euro, ook uit het vorige pakket. Voor benzine bedraagt de meeropbrengst 105,8 miljoen euro en voor diesel 128,1 miljoen euro. De globale impact van de hoge energieprijzen op de overheidsfinanciën zal vervat zijn in het rapport van het Monitoringcomité dat later deze week zal worden gepubliceerd. Dit rapport zal gebaseerd zijn op de economische vooruitzichten 2022-2027, zoals gepubliceerd door het Planbureau op 24 februari 2022.

Ik heb reeds eerder aangegeven dat volgens de modellen van de Nationale Bank hogere energieprijzen vanuit het macro-economische standpunt – het vorige was het micro-economische standpunt – een negatieve impact hebben op de overheidsfinanciën. Ik baseerde me hiervoor op de najaarsprognoses 2021 van de Nationale Bank, gepresenteerd in een webinar van 17 december 2021. Ik verwijs hierbij naar slide 21. Ik heb het secretariaat gevraagd aan om deze slide aan de leden van de commissie uit te delen.

Uit deze prognoses blijkt dat, na een initieel positief effect, de hoge energieprijzen onbetwistbaar een negatief effect sorteren op de openbare financiën. Het positieve effect door een stijging van de btw-ontvangsten wordt na een korte periode meer dan gecompenseerd, doordat enerzijds de ambtenarenlonen en vervangingsinkomens stijgen door de snelle indexering en anderzijds de ontvangsten uit de vennootschapsbelasting afnemen. Wat betreft de federale overheid speelt er ook een negatief effect doordat de dotaties aan de gefedereerde entiteiten mee stijgen met de consumentenprijsindex.

Het zal niemand ontgaan zijn dat de situatie sinds eind februari drastisch is veranderd. Het is belangrijk om zowel de directe impact van de oorlog als de impact van de opgelegde sancties op de Belgische economie te kunnen nagaan. Vandaar dat de regering de Nationale Bank en het Planbureau reeds heeft gevraagd om een eerste analyse te maken van de macro-economische impact van de recente gebeurtenissen.

Een tweede reeks van de vragen behelst de maatregelen die de regering al heeft genomen en de budgettaire impact daarvan. Deze koopkrachtverhogende maatregelen zijn de volgende. Ten eerste, een verwarmingspremie ten belope van 100 euro, die zal worden verrekend op alle residentiële elektriciteitscontracten. De kostprijs van die maatregel werd geschat op 520 miljoen euro, rekening houdend met het aantal residentiële elektriciteitscontracten. Ten tweede, een tijdelijke btw-verlaging van 21 naar 6 % op elektriciteit voor 4 maanden. De kostprijs van die btw-verlaging werd in februari ingeschat op 320 miljoen euro. Ten derde, de verlenging van het uitgebreide sociaal tarief in het tweede kwartaal van 2022. De kostprijs daarvan werd in februari ingeschat op 94 miljoen euro. Daarnaast leidden de sterk verhoogde elektriciteits- en gasprijzen ertoe dat de kostprijs voor de toepassing van het sociaal tarief voor gas en elektriciteit in het eerste kwartaal van 2022 toenam tot 393 miljoen euro, dat wil zeggen 185 miljoen euro meer dan initieel werd geraamd in september 2021.

Samen hebben de maatregelen een budgettaire impact van 1,12 miljard euro.

Daarnaast is, zoals al werd toegelicht bij de besprekingen in het kader van de begrotingsopmaak 2022, bij de omvorming van de federale heffingen naar een accijns, de hoogte van die accijns bevroren op het niveau van de hoogte van de federale heffingen in 2021. Indien de federale uitgaven stijgen, bijvoorbeeld in het kader van het klassieke sociaal tarief, dan loopt de budgettaire impact van deze maatregel op.

Op 14 maart 2022 heeft de regering beslist bijkomende maatregelen te nemen.

Ten eerste komt er een btw-verlaging op elektriciteit van 21 naar 6 %, tot en met 30 september 2022. De geraamde kostprijs daarvan is 297,6 miljoen euro.

Ten tweede, er komt een btw-verlaging op aardgas en warmtenetten naar 6 %, van 1 april tot en met 30 september 2022. De geraamde kosten daarvan zijn 384 miljoen euro.

Ten derde zorgen we voor een eenmalige korting van 200 euro op de factuur voor iedereen die verwarmt op stookolie, propaan en butaan, voor een totaalbedrag van 210 miljoen euro, op voorwaarde dat het om het domicilie van een gezin gaat. Daarnaast wordt voorzien in een eenmalige verhoging van het Sociaal Stookoliefonds ten belope van 17 miljoen euro.

Ten vierde, het uitgebreide sociaal tarief wordt verlengd tot en met het derde kwartaal van 2022. De kostprijs daarvan is geraamd op 94,5 miljoen euro.

Een vijfde maatregel is de verlaging van de bijzondere accijnzen op benzine en diesel met 17 cent of 0,175 euro per liter, inclusief btw, tot en met 30 september 2022. Er wordt een cliquetsysteem gehanteerd, dat voorziet in het opnieuw verhogen van de accijnzen als de maximumprijs onder de 1,7 euro per liter daalt. De kostprijs daarvan wordt geraamd op 288 miljoen euro. Ten zesde, een eenmalige financiering van de NMBS met 13 miljoen euro, zodat de geplande tariefverhoging niet moet plaatsvinden.

Ten slotte, in de periode van 1 april 2022 tot en met 30 juni 2022 wordt tijdelijke werkloosheid mogelijk met dezelfde modaliteiten als de tijdelijke werkloosheid die werd ingevoerd tijdens corona voor bedrijven die door de huidige crisis met Oekraïne zijn geraakt.

De kostprijs daarvan is op 25,3 miljoen euro geraamd. De totale kostprijs van dit pakket bedraagt 1,33 miljard euro.

Alle andere technische vragen en vragen over de timing, de haalbaarheid en de uitvoerbaarheid, richt u best tot de minister van Financiën en de minister van Energie.

Tot daar mijn antwoord. Ik wil daaraan nog iets toevoegen. In mijn vorig leven was ik onderhandelaar. Ik heb daarvoor ook heel veel opleidingen en trainingen gevolgd. Ik heb daar toch enige ervaring in. Als er één ding is wat men niet doet, is dat zeggen wie wanneer zijn vinger heeft opgestoken tijdens een onderhandeling. Dat is niet loyaal. Dat zal toekomstige onderhandelingen ook absoluut niet ten goede komen. Op die vraag zal ik dus niet antwoorden.

Wouter Vermeersch: Mevrouw de staatssecretaris, als we uit de vragen en antwoorden een conclusie mogen trekken, is dat wel dat we in onze commissie toch wat regelmatiger moeten vergaderen over dergelijke zaken, want anders dreigt alles zoals nu op een hoop te worden gegooid.

Ik wil even reageren op wat ik hier heb gehoord en op wat er vannacht is beslist. Het gaat om een verzameling van heel beperkte en vooral kortstondige maatregelen. De regering sleept zich van energieakkoord naar energieakkoord, van energiedeal naar energiedeal. Zo komt ze niet met een structurele en duurzame oplossing voor de energiecrisis, een crisis die in tegenstelling tot de halfslachtige maatregelen van de regering niet snel zal verdwijnen. Uw tijdelijke maatregelen zullen sneller verdwenen zijn dan de crisis op de energiemarkt.

Wat bijvoorbeeld het sociaal tarief betreft, onderzoek van de KU Leuven heeft afgelopen maandag aangetoond dat de middenklasse het zwaarst getroffen wordt door de hogere energieprijzen. Ik heb u niet horen spreken over de middenklasse. De lagere inkomens worden terecht gecompenseerd door het sociaal tarief, maar gezinnen die niet in aanmerking komen voor het sociaal tarief, kreunen evengoed onder de hoge prijzen en vinden in de maatregelen slechts een aalmoes.

Wat de btw-verlaging op gas betreft, zoals ik al zei tonen alle onderzoeken aan dat tijdelijke btw-verlagingen, zoals uw regering doet, uiteindelijk leiden tot permanente prijsstijgingen. Wij betreuren dat de btw-verlaging op elektriciteit en op gas geen permanente verlaging is. De btw-verlaging gaat pas ten vroegste in april in – als dat al lukt voor de meeste energieleveranciers –, als de koudste maanden voorbij zijn, en eindigt in september, wanneer de winter opnieuw voor de deur staat. Dat is niet het stabiele beleid dat de burger nu verwacht en nodig heeft. Het zorgt ook voor extra onzekerheid. Het wordt dus bang afwachten voor heel wat gezinnen wat de komende winter zal brengen. Daarover bestaat vandaag geen enkele duidelijkheid.

Anderzijds gaat het ook niet om de beloofde slimme btw-verlaging. Die zogenaamde slimme btw-verlaging van minister van Financiën Van Peteghem en minister Tinne Van der Straeten zou worden uitgewerkt tegen 1 maart, maar vandaag is daarvan geen spoor terug te vinden. Ik heb daarover nog niets gehoord. Voor het Vlaams Belang is het duidelijk, alle onnodige heffingen in de elektriciteits- en gasfactuur moeten eruit worden gehaald.

Dan kom ik tot de accijnzen op diesel en benzine. Een tank van 60 liter kost vandaag 125 euro. De maximumprijs is momenteel 2,08 euro. Dat geeft dus 125 euro voor een volle tank. Daarop geeft de regering ocharme 10 euro korting. Aanvankelijk werd tot 29 cent korting beloofd. Uiteindelijk bent u geland op 17,5 %. Dat is natuurlijk ruimschoots onvoldoende om de sterk gestegen prijzen voor de burgers en ondernemingen op te vangen. De maatregel is eveneens niet permanent.

Het addertje onder het gras hier is natuurlijk dat vanaf 1,70 euro niet het omgekeerde cliquetsysteem maar het echte cliquetsysteem opnieuw in werking treedt. Het is dus de manifeste en perfide bedoeling van de regering om de accijnstarieven voor de staatskas geleidelijk weer op te trekken en te brengen op het peil van vandaag. Zo zullen wij uiteindelijk opnieuw eindigen waar we begonnen zijn, namelijk bij de vaststelling dat dat de auto de melkkoe is van de staatskas. Daar zijn wij begin deze week begonnen en daar zullen wij uiteindelijk weer eindigen door het cliquetsysteem opnieuw in te voeren.

Wat stookolie betreft, een cheque van 200 euro zal niet volstaan om de stookoliefactuur van de gezinnen, die hun stookoliefactuur met vele honderden euro per maand zien stijgen, te ondervangen. Bovendien zorgen cheques voor een bijkomende administratieve belasting. Het was dus te verkiezen om direct in te grijpen op de prijs.

Tot slot, mevrouw de staatssecretaris, wat de begroting betreft, uw bevoegdheid, wordt er 1,3 miljard euro genoemd. Het zou uiteindelijk 200 miljoen euro kosten. U verzwijgt natuurlijk een belangrijk deel van de meerinkomsten. Ik heb de cijfers van de minister van Financiën gekregen. Voor de coronacrisis bedroegen de inkomsten van alle energieproducten voor de staatskas 31 miljard euro. In 2021 stegen de inkomsten naar 33 miljard euro, onder invloed van de stijgende prijzen in de tweede helft van 2021. Er waren dus vorig jaar al meerinkomsten van 2 miljard euro. Dan hebben we het nog niet eens over de meerinkomsten die naar voren zijn gekomen door de verdere prijsstijgingen als gevolg van de Oekraïnecrisis. Deze cijfers hebben we nog niet, maar het valt natuurlijk binnen de verwachtingen dat het ook over miljarden euro's zal gaan.

U bent bijzonder kort over de compensatie en over de meerinkomsten. Veel partijen maakten ook de belofte dat alle meerinkomsten zouden terugvloeien naar de bevolking. Wat ons betreft wordt deze belofte, met de cijfers die we nu hebben, absoluut niet nagekomen.

Ik dank u voor uw antwoorden en ik kijk ernaar uit om met de regering verder in discussie te gaan over deze maatregelen.

Sander Loones: Ik wil graag kort inpikken op een aantal punten die aangehaald werden en repliceren op het antwoord van de staatssecretaris.

Ten eerste is het altijd interessant om te zien wat de dynamiek is binnen een regeringsploeg die tot akkoorden komt. U vindt het niet loyaal om te onthullen hoe de onderhandelingen zijn verlopen. Ik begrijp natuurlijk waarom u beslist om deze transparantie niet te geven. But you can't blame the opposition for trying.

Misschien moeten we dan ook het debat eens voeren over hoe loyaal het is om minister per minister, voor de onderhandelingen plaatsvinden, krantenartikels te vullen om toch maar in de schijnwerpers te staan. Trouwens, op basis van de communicatie vooraf en die van vandaag op de sociale media, kunnen we wel vrij goed achterhalen wat er aan de tafel is gebeurd.

Ten tweede, ik dank u dat u de woorden 'totale kostprijs' hebt gebruikt. U hebt de budgetten opgesomd voor de energiepakketten die al beslist zijn en u hebt daar duidelijk de term totale kostprijs voor gebruikt. Het is belangrijk dat men inziet dat men zoveel als men wil kan goochelen met de cijfers, maar dat uiteindelijk voor de begroting maar één iets telt, met name de totale kostprijs. Ik dank u daarvoor.

Wij kijken uit naar het rapport van het Monitoringcomité dat eind deze week zal komen en dat stevig belooft te worden. Voor de energiepakketten zitten wij al aan 2,4 miljard euro – 1,1 miljard euro plus 1,3 miljard euro. Daarnaast zijn er ook al twee begrotingsaanpassingen gebeurd. Een stuk daarvan is de verwerking van de energiepakketten, maar men zit dus al aan vele miljarden euro's boven op een begroting die al vrij donkerrood was en het is nog maar de maand maart.

Ten derde, mevrouw de staatssecretaris, u geeft aan dat u niet zult zeggen wie aan tafel heeft gevochten voor de stookoliecheque van 200 euro. Er zijn inderdaad ook in Vlaanderen heel wat mensen die hun huis verwarmen met stookolie, mijnheer Matheï, trouwens ook in West-Vlaanderen, net zoals in Limburg. Ik vind het niet meer dan logisch dat er maatregelen worden genomen en ik vind het trouwens ook niet meer dan logisch dat er in Wallonië meer met stookolie wordt verwarmd, voor alle duidelijkheid. Dat is gewoon de simpele vaststelling van een geografische context. Het is nu eenmaal makkelijker om in Vlaanderen, in dichtbevolkt gebied, gasaansluitingen te hebben, terwijl dat in Wallonië geografisch moeilijker is. Dat is de discussie niet, maar de discussie is wel of iedereen gelijk behandeld wordt in de steun. Daar kan men toch niet anders dan vaststellen dat dat niet het geval is. Mensen die verwarmen met stookolie krijgen een cheque van 200 euro, mensen die verwarmen op gas zullen een tegemoetkoming krijgen van ongeveer 90 euro. Dat is een navenant verschil: de ene krijgt 200 euro, de andere krijgt ongeveer 90 euro. Daar kan wat wishy-washy over gedaan worden, maar eigenlijk is het gewoon niet eerlijk. Dat punt wil ik maken.

Op wat collega Vanden Burre zei over de btw-verlaging, heb ik al geantwoord.

Mijn laatste punt gaat over fundamentele, structurele oplossingen. Er is nu een pakket aan maatregelen goedgekeurd, waarbij tegemoetkomingen op korte termijn zorgen voor een verlaging van de facturen, maar er zijn geen structurele politieke beslissingen genomen. Er wordt nu een sfeer gecreëerd, ook door collega Leysen, alsof een structurele oplossing ligt in de beslissing over het dossier van de kerncentrales. Dat is natuurlijk een fundamenteel belangrijk dossier voor de energiebevoorrading, maar budgettair gezien is dat uiteraard geen oplossing. Integendeel, de levensduurverlenging van de kerncentrales zal voor u als staatssecretaris de facturen enkel verhogen, in elk geval in de meerjarenbegroting.

Als we echt willen nagaan of alles betaalbaar blijft, zullen we toch moeten handelen om het evenwicht te herstellen, maar op die vraag hebt u niet geantwoord. Daartoe roep ik nogmaals op. Ik hoop dat de heer Leysen kan bevestigen dat hij het met die logica eens is. In het verleden stond hij ook op de lijn dat de logica van de shift gevolgd moet worden. Als er meer investeringen en dus meer uitgaven gebeuren, dan moet er aan de andere kant ook gewerkt worden aan een meer structurele financiering van onze sociale zekerheid, aan het betaalbaar houden van ons sociaal model, wat betekent dat er meer mensen aan de slag moeten. De kerncentrales kunnen al dan niet langer openblijven, ik hoop van wel, maar daarin ligt niet de oplossing voor dit probleem. De oplossing is meer mensen aan de slag. Ik hoop dat toch iemand dat gisteren heeft opgemerkt aan de regeringstafel. Minister Dermagne moet beseffen dat hij zijn huiswerk opnieuw moet maken. Dat zullen we verder opvolgen.

Steven Matheï: Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor de antwoorden en voor het overzicht van de budgettaire effecten. Er wordt toch 1,3 miljard extra geïnvesteerd via verschillende maatregelen die verschillende lagen van de bevolking afdekken en op die manier heel belangrijk zijn om de prijsstijging te temperen, zowel aan de pomp als wat de energiefactuur betreft. Als ik sommigen hoor, lijkt het alsof het allemaal maar peanuts is, maar 1,3 miljard is niet niks.

In september volgt een evaluatie om te bekijken wat er dan nog moet of kan gebeuren. Ik denk dat dit belangrijk is. Het is ook belangrijk dat die zaken geloofwaardig worden onderbouwd. In dat opzicht vinden wij het goed dat er wordt verwezen naar studies van de Nationale Bank. Wij kijken samen met u uit naar het rapport van het Monitoringcomité om te zien hoe de huidige situatie de komende maanden zal evolueren, zowel wat energie betreft als wat alle andere ontwikkelingen betreft. Dat is immers iets dat we zeker in de gaten moeten houden.

Marco Van Hees: Mevrouw de staatssecretaris, u zegt dat men rekening moet houden met de indexering van de ambtenarenwedden, maar rept met geen woord over de indexering van de lonen in de privésector, die een impact heeft op de bedrijfsvoorheffing en de belastingen die op die lonen geïnd worden.

De cosmetische ingrepen waarover de regering het gisteren eens raakte, komen te laat en zijn ontoereikend en van tijdelijke aard. Het is niet te geloven dat we zo lang hebben moeten wachten vooraleer er een eerste keer actie ondernomen werd om de prijsstijgingen waarmee we sinds september en oktober geconfronteerd worden te ondervangen. Men stelde destijds dat het onmogelijk was om de btw op gas te verlagen omdat dan de mensen die met stookolie verwarmen gediscrimineerd zouden worden. Nu de toestand rampzalig geworden is, kan die 6 % btw op gas plots toch.

Ook het dossier inzake de accijnzen gaat ieders begrip te boven. De brandstofaccijnzen worden met 0,175 euro verlaagd, terwijl ze 67 cent per liter bedragen. In een crisis- en noodsituatie moet het mogelijk zijn om de Europese regels terzijde te schuiven. Bovendien kan men, zelfs als men die regels in acht zou nemen, de accijnzen met 29 cent verlagen.

Dat men zo lang gewacht heeft en een cliquetsysteem toepast op torenhoge prijzen is ook niet te geloven. Het omgekeerd cliquetsysteem werd al toegepast in 2005, 2006 en 2008 op basis van een prijs van 1,50 euro. Nu wordt er een omgekeerde logica gehanteerd: men zegt dat wanneer de prijzen weer tot 1,70 euro gedaald zijn, de accijnzen opnieuw verhoogd worden via een positief cliquetsysteem. Deze regering neemt de bevolking niet serieus!

Ik herinner de heer Vanden Burre er voorts aan dat de brandstoffen niet opgenomen zijn in de gezondheidsindex, die de basis vormt voor de loonindexering.

Laten we geld uit de staatskas putten, maar ook andere mogelijkheden bekijken. Het is niet normaal dat de bevolking het zo zwaar te verduren heeft en dat energiereuzen recordwinsten boeken!

Gilles Vanden Burre: De index is een mechanisme ter bescherming van de middenklasse, waardoor de koopkracht van de werknemers en de ambtenaren aangepast kan worden aan de prijsstijgingen. Dat is echter niet voldoende en daarom nemen wij ook nog maatregelen, met name met betrekking tot de brandstoffen.

Gilles Vanden Burre: Ik weet wel dat de brandstoffen niet in de indexberekening zijn opgenomen. Dankzij de indexering zien de werknemers echter een verschil op hun loonfiche met betrekking tot hun koopkracht, en wij blijven strijden voor het behoud van de index. In het verleden vonden anderen dat het mogelijk was om indexsprongen te realiseren, maar volgens ons is dat geen oplossing en blijft de indexering een maatregel om de middenklasse te beschermen.

Marco Van Hees: Ik maak hieruit op dat de heer Vanden Burre geen voorstander is van het opnemen van brandstoffen in de indexberekening.