Mondelinge parlementaire vraag nr. 55003516C van de heer Steven Matheï d.d. 03.06.2020
Kamer, Intégraal verslag - Commissie voor de Financiën, 2019-2020, CRIV 55 COM 194 d.d. 03.06.2020, blz. 29
Het optioneel btw-stelsel
Steven Matheï
Mijnheer de minister, sinds 1 januari 2019 is het mogelijk te verhuren met btw, en op die manier de btw van de constructie te recupereren onder bepaalde voorwaarden.
In het verleden kenden wij al soortgelijke constructies, zoals de terbeschikkingstelling van bepaalde ruimtes met btw, waar dan, als er een registratie zou komen, een vast recht van 50 euro verschuldigd zou zijn.
Recentelijk bleek dat de administratie daarop terugkomt. Er heerst nu ongerustheid dat hetzelfde zal gebeuren bij huurcontracten met toepassing van de btw. De vrees bestaat dat daarvoor niet het vast recht van 50 euro maar 0,2 % registratierechten van toepassing zal zijn.
Vandaar dat ik volgende vragen heb voor u.
Onderschrijft u de visie dat de dubbele belasting op dezelfde inkomsten vermeden moet worden, en dat inzake het optioneel stelsel huurcontracten geregistreerd moeten kunnen worden met een vast recht in plaats van met 0,2 % registratierechten?
In bevestigend geval, moet dat niet in de wet geëxpliciteerd worden?
Alexander De Croo (vice-eersteminister en minister van Financiën - Bestrijding van de fiscale fraude - Ontwikkelingssamenwerking,)
Mijnheer Matheï, de wet van 14 oktober 2018 maakt het inderdaad sinds 1 januari van vorig jaar mogelijk de verhuur van een onroerend goed onder bepaalde voorwaarden te belasten met btw.
Behalve de vrijstelling van het evenredig recht voor contracten van onroerende financieringshuur, voorziet het Wetboek der Registratie van Hypotheek- en Griffierechten op dit moment in geen enkele andere vrijstelling van het evenredig registratierecht.
Er kan op dit ogenblik dan ook geen vrijstelling van evenredige registratierechten worden toegestaan voor het verhuren van een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat door de huurder uitsluitend wordt gebruikt voor de economische activiteiten die hem de hoedanigheid van belastingplichtige verleent, daar de verhuurder en de huurder gezamenlijk optreden om die verhuur te belasten.
Een dergelijke algemene vrijstelling kan enkel worden ingevoerd via een aanpassing van het Wetboek der Registratie van Hypotheek- en Griffierechten, waarbij onder meer rekening gehouden zal moeten worden met de budgettaire impact van een dergelijke maatregel.
Ik wil er ook op wijzen dat hier geen sprake is van een dubbele belasting. Het fiscaal principe non bis in idem betekent dat eenzelfde belasting geen twee keer hetzelfde feit tussen dezelfde partijen kan belasten. Dat is hier zeker niet het geval. Het verschuldigd zijn van een directe belasting verhindert nooit het verschuldigd zijn van een indirecte belasting. Hetzelfde geldt voor de samenloop tussen btw en registratierechten. De heffing van registratierechten en btw op dezelfde rechtshandeling maakt bijgevolg geen dubbele belasting uit.
Steven Matheï
Dank u voor dit duidelijke antwoord.
Het incident is gesloten.