Europese btw-fraude · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

55000544C 22 oktober 2019

Zoeken

Europese btw-fraude

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/55000544c-europese-btw-fraude-mondelinge-wouter-86ce

Nummer
55000544C
Datum
22 oktober 2019

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

20 paragrafen

Mondelinge parlementaire vraag nr. 55000544C van de heer Wouter Vermeersch d.d. 22.10.2019

Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën en Begroting, 2019-2020, CRIV 55 COM 037 d.d. 22.10.2019, blz. 25

Europese btw-fraude

Wouter Vermeersch: Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, recent legde het Belgisch gerecht de Europese btw-fraude met containers van Chinese Amazonverkopers bloot. Zij maken gebruik van de douaneregeling CP42. Dit is een regeling die importeurs gebruiken om een btw-vrijstelling te krijgen. Door documentenfraude kan men er uiteindelijk voor zorgen dat er nergens btw betaald wordt en dat de goederen uiteindelijk onder de prijs op de markt worden verkocht. Ik heb daar een viertal vragen over.

Ten eerste, de douane controleert alle elektronische invoeraangiftes automatisch op dit CP42-risico. Welk aandeel van de totale elektronische invoeraangiften vertoonde zo'n risico in 2018 en 2019?

Ten tweede, de douane kan ook een controle uitvoeren als er een CP42-risico aanwezig is. Hoeveel van dergelijke controles werden er effectief uitgevoerd in dezelfde periode en hoeveel fraudegevallen werden er vastgesteld?

Ten derde, de douane kan bij twijfel een borg voor de btw eisen alvorens de goederen vrij te geven. Hoeveel van dergelijke borgen werden geëist in dezelfde jaren? Hoe vaak werd hiertoe bijstand gevraagd aan andere lidstaten?

Ten slotte, in welke mate wordt met andere Europese belastingdiensten grensoverschrijdend samengewerkt om deze fraude effectief aan te pakken?

Minister Alexander De Croo: Mevrouw de voorzitter, in 2018 waren er in totaal 8.990.000 elektronische invoeraangiften, en in 3.095.000 ervan werd melding gemaakt van de douaneregeling 42. Dat komt neer op een aandeel van 34,4 %. Tot 31 augustus van dit jaar waren er in totaal 6.556.000 elektronische invoeraangiften, waarvan er in 2.012.000 melding werd gemaakt van regeling 42. Dit is een aandeel van 30,7 %.

Ik kom tot uw tweede vraag.

In 2018 werden er 15.118 aangiften met een regeling 42 gecontroleerd vanwege een fiscaal risico. In 2019 waren dat er 12.506. In 2018 werden op die 15.118 controles 631 vaststellingen gedaan. In 2019 waren er 690 vaststellingen, op de 12.506 controles. Deze vaststellingen zijn echter niet alleen gerelateerd aan het btw-risico. In de meerderheid van de gevallen wordt het misbruik van regeling 42 in combinatie met andere fiscale en niet-fiscale risico's geviseerd. In principe is de btw bij regeling 42 verschuldigd in het land van de bestemming. Wij hebben hierover dan ook geen gegevens.

Ik kom tot uw derde vraag.

Inzake regeling 42 voorziet richtlijn 2006/112/EG – dat is de basisbtw-richtlijn – in een vrijstelling van btw bij invoer wanneer de goederen bij de douane voor het verbruik worden aangegeven. Op dat

moment kan de douane zich bewijsstukken laten voorleggen waaruit moet blijken dat de ingevoerde goederen bestemd zijn voor een andere lidstaat. Er zijn geen borgen voor btw vereist en er is weinig internationale wederzijdse bijstand op het tijdstip dat de goederen voor het verbruik worden aangegeven met regeling 42. Dit is een btw-regelgeving, waarvoor de douane niet bevoegd is inzake opsporing en navordering.

Tot slot, kom ik tot uw vierde vraag.

De strijd tegen deze mechanismen vraagt een intensieve samenwerking tussen de douane en de fiscale diensten in Europa. Het Europees wettelijk kader voor deze samenwerking is onlangs versterkt. Dankzij deze nieuwe maatregelen hebben douanebeambten toegang tot het register van de btw-identificatienummers en btw-lijsten. Met het oog op de fraudebestrijding zullen gegevens die door de douaneautoriteiten verzameld worden in het kader van de CP42regeling bovendien ter beschikking worden gesteld van de bevoegde belastingautoriteiten in de lidstaat van bestemming van de goederen.

Bij Eurofisc, waarvan de BBI deel uitmaakt en waarin ze actief is, is het activiteitendomein nr. 3 speciaal gewijd aan de detectie van en de strijd tegen deze fraudetypologieën.

In 2018 hebben de lidstaten 5.864 signalementen opgespoord doorheen Europa. Daarvan bleek 16,2 % betrekking te hebben op fraude.

Wouter Vermeersch: Mijnheer de minister, ik schrok dat u in uw antwoord op mijn derde vraag over deze toch wel heel hoge cijfers zei dat er geen borgen en geen bijstand werd gevraagd.

Ik lees tussen de regels van uw antwoord dat er daaromtrent eigenlijk heel weinig samenwerking bestaat tussen de lidstaten. En dan zijn er in dit Parlement nog pleitbezorgers om alles te harmoniseren op Europees vlak. Als wij nu al in de praktijk zien dat al de administraties niet kunnen samenwerken, hoe zouden wij er dan ooit in slagen om alles op Europese schaal te harmoniseren? Men kan zich daarbij toch ernstige vragen stellen.