Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1977-1978 blz. 630
Vliegtuigbiljet - Treinbiljet - Maatstaf van heffing - Reisbureau - Reiziger - Tussenpersoon - Vervoerbiljet - Personenvervoer - Dienstprestatie
ANTWOORD
Graag vernam ik welke andere Europese staten dit ook toepassen ?
Deze BTW zou niet geheven worden op "gewone" sporen vliegtuigbiljetten. Enkel wanneer een hotelbespreking geboekt wordt zou dit gelden: wat is hiervoor de reden ?
Antwoord: Ingevolge artikel 26 van de zesde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen, van 17 mei 1977, wordt een bijzondere regeling ingevoerd, waarbij de door reisbureaus verleende diensten in de regel belast worden in de Lidstaat waar ze zijn gevestigd en dit over een maatstaf van heffing die gelijk is aan hun brutowinstmarge.
Daar evenwel artikel 28, 3, g, van de hierbovengenoemde zesde richtlijn, de invoering van deze bijzondere regeling facultatief is, is het mij tot op heden niet bekend welke Lid-staten van de Europese Gemeenschap dit stelsel op 1 januari 1978 zullen toepassen, dan wel hun huidige regeling zullen handhaven.
De regeling die ten aanzien van de in België gevestigde reisbureaus bij de wet van 29 november 1977 (Belgisch Staatsblad van 2 december 1977) werd ingevoerd geeft aan de Koning de mogelijkheid om de maatstaf van heffing op een vast percentage te berekenen (art. 3 van die wet).
Inmiddels werd ter uitvoering van bovengenoemde bepaling op 12 december 1977 een koninklijk besluit genomen (Belgisch Staatsblad van 16 december 1977) waarin de, in overleg met de betrokken beroepsfederaties vastgestelde vaste winstmarges worden bepaald.
Zo wordt, ingevolge artikel 1, 1°, van laatstgenoemd koninklijk besluit, de vaste winstmarge bepaald op 18 % van de prijs waartegen het reisbureau de prestaties aan de reizigers aanbiedt, ten aanzien van het organiseren door één in België gelegen reisbureau, tegen een globale prijs, van een geheel van gecombineerde prestaties bestaande uit vervoer, verblijf onderscheiden van vervoer of andere desbetreffende diensten, voor zover dit geheel van prestaties, hetzij uitsluitend door bemiddeling van andere reisbureaus, hetzij zowel door bemiddeling van andere reisbureaus als rechtstreeks aan de reizigers wordt verstrekt. De belasting die over deze maatstaf van heffing wordt berekend, wordt slechts eenmaal geheven, door het eerste in België gelegen reisbureau dat zich tot het verstrekken van bovengenoemde prestaties verbindt.
Ten aanzien echter van de verkoop van spoor- en vliegtuigbiljetten geldt uitsluitend de oude regeling. Reisbureaus die tussenkomst verlenen bij de verkoop van vervoerbiljetten voor geregelde diensten van gemeenschappelijk vervoer handelen immers als makelaar, waarvan de prestaties uitdrukkelijk van de nieuwe regeling worden uitgesloten.