Vr. en Antw., Kamer
Belgische E.E.G.-ambtenaren in Luxemburg - Voertuigen
VRAAG
Een groot aantal Belgen die in Luxemburg een ambt bekleden bij de Europese Gemeenschappen, hebben naast hun wettige woonplaats in België een woning in het Groothertogdom. Zoals alle Europese ambtenaren met standplaats te Luxemburg hebben die lieden een wagen die overeenkomstig de ter zake geldende Luxemburgse wetgeving in dat land is ingeschreven. Die Belgen komen regelmatig naar België, maar de Belgische wetgeving verbiedt hun in België met een voertuig te rijden waarvoor zij hier de BTW niet hebben betaald wanneer zij in ons land hun domicilie hebben.
- Is het normaal dat in België BTW wordt betaald voor een in het Groothertogdom gekocht en ingeschreven voertuig dat in Luxemburg voor beroepsbezigheden wordt gebruikt?
- Zo ja, hoeveel bedraagt dan de BTW? 25% in België, + 10% van de handelswaarde in het Groothertogdom bij verkoop van het voertuig? Met ander woorden, een dubbele BTW?
- Waarom mogen Belgische burgers, in tegenstelling tot de burgers van andere E.E.G.-landen, niet gelijktijdig een wettige woonplaats in hun land en een ambtsverblijf in Luxemburg hebben?
De goede trouw van de Europese ambtenaren met Belgisch staatsburgerschap lijkt mij niet te kunnen worden betwijfeld, want de Europese instellingen zijn sedert ruim 20 jaar te Luxemburg gevestigd en de Belgische administratie noch deze van de Europese Gemeenschappen schijnt de aandacht van de Europese ambtenaren op een mogelijke overtreding van de Belgische wetgeving te hebben gevestigd.
ANTWOORD
Artikel 42, § 3, 3°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, stelt van die belasting vrij de leveringen van goederen en de dienstverrichtingen aan, alsmede de invoer van goederen door internationale instellingen en daaraan verbonden ambtenaren, voor zover in zulke vrijstelling is voorzien door een overeenkomst waarbij België toegetreden - is.
Terzake voorziet het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen van 8 april 1965, goedgekeurd door de wet van 13 mei 1966 ( Belgisch Staatsblad van 8 juli 1967) in sommige vrijstellingen ten voordele van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Gemeenschappen.
Aldus zijn de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, krachtens artikel 12, letter e, van genoemd Protocol, "gerechtigd hun voor persoonlijk gebruik bestemde personenauto, die in het land waar zij het laatst hun verblijfplaats hebben gehad of in het land waarvan zij onderdaan zijn, verkregen is onder de voorwaarden die op de binnenlandse markt van dat land gelden, vrij van rechten in te voeren, en deze vrij van rechten weer uit te voeren, in beide gevallen met inachtneming van de voorwaarden welke de regeling van het betrokken land als noodzakelijk beschouwt."
Dit recht op vrijstelling kan nochtans slechts ingeroepen worden in de Lid-Staat van de Gemeenschappen waar de ambtenaar zijn functies uitoefent.
Uit hetgeen voorafgaat volgt dat de vrijstellingen die, uit hoofde van hun bijzonder statuut, voorzien zijn ten voordele van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die hun functie uitoefenen in het Groothertogdom Luxemburg, beperkt zijn tot het Luxemburgse grondgebied.
Er wordt overigens op gewezen dat het voornoemde Protocol van 8 april 1965 geen enkele bepaling bevat die aan de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen toelaat om vrijstelling van BTW in te roepen voor de levering van goederen of diensten die hen op de Belgische binnenlandse markt worden verstrekt.
Anderzijds is de invoer in België van een voertuig, onder het stelsel, van tijdelijke vrijstelling, slechts mogelijk in functie van de normale verblijfplaats in het buitenland van de belanghebbende, te bepalen volgens de criteria van artikel 25 van het ministerieel besluit van 17 februari 1960 ( Belgisch Staatsblad van 18 februari 1960) tot regeling van de vrijstellingen inzake invoerrecht, toepasselijk gemaakt inzake BTW door de artikelen 19 en 23 van het koninklijk besluit nr. 7 van 27 december 1977 ( Belgisch Staatsblad van 31 december 1977).
Deze reglementering bepaalt met name dat gehuwde personen die hun haardstede in België hebben geacht worden hun normale verblijfplaats in België te hebben en dat zij, bijgevolg, geen recht hebben op de vrijstelling. De invoer in België van een personenwagen door deze personen is derhalve aan de BTW onderworpen tegen het tarief van 25%.