Vr. en Antw., Senaat
Artikel 61, § 6, van het BTW-Wetboek - Hypothecaire volmacht
VRAAG
Artikel 61, § 6, eerste lid van dit Wetboek bepaalt dat iedere belastingplichtige, eigenaar of vruchtgebruiker van het geheel of een deel van een goed waarop een hypotheek kan worden gevestigd, zijn hoedanigheid van belastingplichtige moet meedelen aan de notaris die de akte van vervreemding of hypothecaire aanwending van dat goed moet verlijden, ingevolge het verzoek dat deze hem zendt.
Geldt die bepaling voor de akte van hypothecaire machtiging, waarbij een persoon een kredietmaatschappij machtigt om een goed dat hem toebehoort te hypothekeren?
ANTWOORD
Er dient onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds de volmacht welke de schuldenaar bij authentieke akte geeft aan zijn schuldeiser die in de akte tussenkomt en anderzijds de volmacht die door de schuldenaar aan een ander persoon dan de schuldeiser gegeven wordt.
De volmacht welke de schuldenaar bij authentieke akte aan zijn in de akte tussenkomende schuldeiser geeft om een bepaald onroerend goed ten gunste van die schuldeiser te hypothekeren als waarborg voor de terugbetaling van een welbepaalde schuld van de volmachtgever aan de volmachthebber is in feite een echte hypotheekvestiging.
Die akte stelt inderdaad vast dat de schuldenaar én de schuldeiser het eens zijn om het onroerend goed aan te wenden tot waarborg van de voldoening van de schuld, zoals voorzien in artikel 41 van de wet van 16 december 1851. Dergelijke akte valt dan ook onbetwistbaar binnen het toepassingsgebied van artikel 61, § 6, van het BTW-Wetboek.
Wanneer de volmacht daarentegen door de schuldenaar gegeven wordt aan een andere persoon dan de schuldeiser, vereist de hypotheekstelling een nieuwe handeling van de volmachthebber, zelfs indien die volmachthebber in werkelijkheid een ondergeschikte van de schuldeiser of beheerder is van de vennootschapschuldeiseres.
In principe wordt de akte tot vaststelling van dergelijke volmacht niet bedoeld door artikel 61, § 6, van het BTW-Wetboek.
In geval van hypothecaire volmacht met betrekking tot een door een financiële instelling toegestane lening werd evenwel op het praktische vlak in het belang van alle betrokken partijen beslist dat de akte van hypothecaire volmacht de toestand van de volmachtgever ten opzichte van de BTW-wetgeving moet vermelden evenals, in voorkomend geval, alle inlichtingen die de volmachtgever aan de notaris zou hebben moeten verstrekken door middel van de verklaring bedoeld in artikel 4 van het ministerieel besluit nr. 13 van 17 oktober 1980, indien hij rechtstreeks aan zijn schuldeiser een hypotheek had verleend.
Bovendien moet die akte een clausule bevatten waarin de volmachtgever aan de financiële instelling volmacht geeft om in zijn plaats alle formaliteiten te vervullen die hem zijn opgelegd in het kader van de door de artikelen 93ter en volgende van het BTW-Wetboek ingestelde reglementering.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.