Verenigingen. Vrijstelling · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

532 8 december 2000

Zoeken

Verenigingen. Vrijstelling

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/532-verenigingen-vrijstelling-schellens-vereniging-efe3

Nummer
532
Datum
8 december 2000

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

28 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 88, blz. 10174-10176

BTW-Revue nr. 152, blz. 619

Verenigingen - Vrijstelling

Zie ook identieke vraag nr. 728 dd. 18.06.2001.

VRAAG

Er wordt regelmatig vastgesteld dat de vrijstellingsregeling in artikel 44 van het BTW-Wetboek voor een vereniging zonder winstoogmerk dewelke zijn activiteiten ontplooit op het domein van seniorenwerking met het accent op onderwijs, cultuur en volksontwikkeling, een activiteit waarvoor zij overigens wordt gesubsidieerd, door de BTW-administratie niet kan worden toegepast.

Wel is er een expliciete vrijstellingsregeling uitgewerkt voor jeugdbewegingen, waarvan kan aangenomen worden dat zij met uitzondering van het leeftijdsaspect op dezelfde wijze activiteiten organiseren.

1. Welke criteria heeft de wetgever gehanteerd om de bovenvermelde activiteiten georganiseerd voor de jeugd, vrij te stellen van BTW?

2. In hoeverre zijn eventuele argumenten, toepasbaar op dezelfde activiteiten, georganiseerd voor senioren?

ANTWOORD

Overeenkomstig artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek, zijn van de belasting vrijgesteld de diensten en de leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk verstrekt door instellingen die de bejaardenzorg tot doel hebben en als zodanig zijn erkend door de bevoegde overheid en die, indien het gaat om privaatrechtelijke instellingen, handelen onder sociale voorwaarden die vergelijkbaar zijn met deze die gelden voor de publiekrechtelijke instellingen; de diensten en de daarmee nauw samenhangende leveringen van goederen in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid verstrekt door kinderbewaarplaatsen en zuigelingentehuizen en door instellingen erkend door de bevoegde overheid die, ingevolge hun statuten, in hoofdzaak tot doel hebben het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding.

Jeugdinstellingen worden uitsluitend beschouwd als erkend ten aanzien van die werkzaamheden die door de bevoegde overheid in aanmerking worden genomen voor de berekening van de subsidies die het uitkeert, alsook ten aanzien van de leveringen van goederen die de jeugdinstelling verricht in het kader zelf van zulke vrijgestelde werkzaamheden.

De erkenning kan van onderscheiden bevoegde overheidsinstanties uitgaan en beoogt onder meer jeugdtehuizen, jeugdclubs, jeugdherbergen, enz.

Hoewel niet specifiek gericht op de seniorenwerking, voorziet het BTW-Wetboek anderzijds in een reeks andere vrijstellingen voor handelingen van sociale of culturele aard.

Onder bepaalde terzake voorziene voorwaarden is dit onder meer het geval ten aanzien van:

•diensten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding (BTW-Wetboek, artikel 44, § 2, 3°);

•diensten inzake onderwijs (BTW-Wetboek, artikel 44, § 2, 4°);

•de verhuur van boeken en tijdschriften, van muziekpartituren, grammofoonplaten, magneetbanden, diapositieven en van andere dergelijke voorwerpen van culturele aard, en de diensten aan de lezers verstrekt door bibliotheken en leeszalen (BTW-Wetboek, artikel 44, § 2, 6°);

•de exploitatie van musea, monumenten, natuurmonumenten, plantentuinen en dierentuinen (BTW-Wetboek, artikel 44, § 2, 7°);

Benevens de eigenlijke vrijstellingsregelingen, dient te worden opgemerkt dat ten aanzien van verenigingen of groeperingen met of zonder rechtspersoonlijkheid zoals bijvoorbeeld liefdadigheidsinstellingen, parochiale verenigingen, ouder- en jeugdverenigingen, vaderlandslievende, politieke, culturele, wetenschappelijke, filosofische, filantropische verenigingen, turnverenigingen en verenigingen voor vrijetijdsbesteding die niet erkend noch gesubsidieerd worden door de overheid, de administratie aanneemt dat zij, mits de hierna volgende voorwaarden samen vervuld zijn, niet voor de BTW moeten geïdentificeerd worden.

Bedoelde verenigingen of groeperingen moeten, zonder dat er daarbij een onderscheid moet worden gemaakt of er al dan niet senioren tot de leden behoren, voldoen aan de volgende voorwaarden:

1° het doel van de vereniging of groepering mag niet bestaan in het verdedigen of het bevorderen van de beroepsbelangen van de leden;

2° de vereniging of groepering mag niet opgericht zijn speciaal met het oog op het organiseren van cursussen en onderricht;

3° de organisatie van cursussen en onderricht met betrekking tot eenzelfde vak of onderwerp mag niet permanent en geregeld plaatsvinden;

4° de vereniging of groepering mag geen winstoogmerk hebben zodat de in voorkomend geval door de leden en eventueel door andere deelnemers betaalde bijdragen uitsluitend worden gebruikt tot dekking van de kosten ervan;

5° de vereniging of groepering mag niet de hoedanigheid van belastingplichtige hebben uit oorzaak van andere handelingen dan de organisatie van culturele of sportieve samenkomsten of vermakelijkheden (BTW-Revue, nr. 110, blz. 1026-1027, nr. 1000).

Om met kennis van zaken uitspraak te doen, is het noodzakelijk de juiste aard van de activiteiten die u beoogt te kennen, evenals de omstandigheden waarin ze worden verricht.

Indien het geachte lid dus een concreet geval beoogt, zal ik niet nalaten dit te doen onderzoeken voor zover mij daartoe de nodige gegevens worden meegedeeld.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 442 voorkomens

Administratieve doctrine

1

« Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 91, blz. 10472-10474 Verenigingen - Vrijstellingen Zie ook identieke vraag nr. 532 dd. 08.12.2000. VRAAG Er wordt regelmatig vastgesteld dat de vrijstellingsregeling in artikel 44 van het BTW-Wetboek voor een vereniging zonder winstoogmerk welke zijn activiteiten ontplooit op het domein van seniorenwerking met het accent op onderwijs, cultuur en … »

Verenigingen. VrijstellingenParlementaire vraag18.06.2001

Bekijk het document