Vr. en Antw., Kamer
Controle van de onmiddellijke factureringsplicht op groothandelsmarkten
VRAAG
Sedert enkele tijd is de BTW-controle op de groothandelsmarkt te Brussel, gelegen aan de Werkhuizenkaai, aanzienlijk verscherpt. Tot voor kort werd deze controle alleen uitgeoefend bij het verlaten van de terreinen van bedoelde markt.
Er wordt op deze markt door de kopers een bepaalde procedure gevolgd, die nu ingevolge verscherpte controle aanzienlijke problemen oplevert. Nadat de kopers hun produkten besteld hebben, worden deze bij de verschillende leveranciers afgehaald, waarna tenslotte de facturen vereffend worden. Uiteindelijk werden dan bij het verlaten van de markt de documenten op verzoek van de BTW voorgelegd.
Thans eist de BTW-controle, op het ogenblik dat de-goederen afgehaald worden, de onmiddellijke voorlegging van de facturen, zelfs zo het gaat om een aankoop waarbij de goederen niet meteen: in hun geheel kunnen worden opgenomen. Indien bij een gedeeltelijke levering geen factuur of leveringsbon kan worden voorgelegd wordt dit door de BTW-controle als een inbreuk beschouwd en aldus vastgesteld.
Op die manier worden nieuwe bureaucratische en administratieve verplichtingen opgelegd, die een ernstige hinderpaal vormen voor de handel op de Brusselse groothandelsmarkt en die vooral de kleine zelfstandige koper treffen.
Daarom vernam ik graag:
1. In welke mate is het optreden verenigbaar met de geldende administratieve onderrichtingen? Waarom werd van de bestaande procedure afgeweken? Wie heeft eventueel de nieuwe onderrichtingen gegeven in verband met de BTW-controle op de Brusselse groothandelsmarkt?
2. Meent de Minister niet dat het in de huidige omstandigheden zeker niet past aan de zelfstandigen nog meer administratieve en bureaucratische rompslomp op te leggen?
3. Kan bij de BTW-controles geen rekening worden gehouden met de geplogenheden van de markt en wordt door de verscherpte controle geen houding aangenomen die de menselijke factor over het hoofd ziet?
ANTWOORD
Het geacht Lid gelieve hierna het antwoord te vinden op zijn vragen.
1. De Administratie van de BTW, registratie en domeinen, heeft geen kennis van enige wijziging in de frequentie of de wijze van het controleren van de onmiddellijke factureringsplicht op de groothandelsmarkt aan de Werkhuizenkaai te Brussel.
2. Krachtens artikel 1, tweede lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, moet de factuur voor levering van bepaalde goederen, onder meer van vers fruit, van verse groenten en moeskruiden, worden uitgereikt op het tijdstip waarop deze goederen ter beschikking worden gesteld van de verkrijger.
Bijgevolg wordt terecht de voorlegging van de factuur gevraagd op het tijdstip waarop de koper die goederen afhaalt.
Deze bepaling is reeds toepasselijk sedert 10 juni 1971, zodat zeker geen nieuwe formaliteit wordt opgelegd.
3. De administratie evenals de ambtenaren die de controles ter plaatse verrichten zijn zich ten volle bewust van het delicate karakter van deze controleactiviteit. Er wordt dan ook rekening gehouden met de omstandigheden van elke zaak. Dit neemt evenwel niet weg dat het tot de opdracht van de controlerende ambtenaren behoort om na te gaan of door de verkopers op de markt de verplichtingen inzake facturering worden nageleefd, ook al om deloyale concurrentie te bestrijden.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.