Vr. en Antw., Senaat, 1993-1994, nr. 118, blz. 6304
Toepassingsgebied van de BTW - Uitsluitingen - Verhuur van gebouwen - Vervanging van artikel 44, § 3, 2°, W.BTW.
VRAAG
Artikel 44, § 3, 2°, c, van het BTW-Wetboek bepaalt dat de verhuur van een onroerend goed aan een BTW-belastingplichtige voor de behoeften van zijn economische activiteit aan de belasting kan onderworpen zijn wanneer de verhuurder kennis geeft van zijn bedoeling dit te doen.
Tot op heden werd het koninklijk besluit dat de vorm van de keuze bepaalt, de wijze waarop ze moet worden uitgeoefend evenals de voorwaarden waaraan het huurcontract moet voldoen, nog niet gepubliceerd.
Zal dit binnenkort worden bekendgemaakt en waaraan is deze vertraging te wijten ?
Zal dit koninklijk besluit terugwerken tot op 1 januari 1993 ? Zoniet, hoe zal de toestand van de betrokkenen kunnen worden gerealiseerd ?
ANTWOORD
Ik heb de eer het geachte lid mee te delen dat artikel 89 van het wetsontwerp houdende fiscale bepalingen, dat zopas door het Parlement is goedgekeurd, tot doel heeft artikel 44, § 3, 2°, c, van het BTW-Wetboek te wijzigen ten einde de mogelijkheid uit te sluiten om bepaalde verhuur van gebouwen binnen de werkingssfeer van de BTW te laten vallen.
Deze mogelijkheid zou niet alleen een betrekkelijk belangrijke fiscale minder-ontvangst tot gevolg hebben, maar de Commissie van de Europese Unie heeft overigens de problematiek rond de onroerende sector uit het voorstel van de 18e richtlijn bis teruggetrokken, in afwachting dat een globale studie zal worden uitgevoerd op Europees niveau zowel op het vlak van de verkoop als op het vlak van de verhuur van onroerende goederen.
Rekening houdend met wat voorafgaat, is het wenselijk de resultaten van de studie in kwestie af te wachten ten einde de wetgeving die momenteel van toepassing is inzake de verhuur van onroerende goederen, aan te passen in de door de Commissie aanbevolen zin.