Elia-heffing · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

5189 1 februari 2005

Zoeken

Elia-heffing

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/5189-elia-heffing-mondelinge-goyvaerts-fde2

Nummer
5189
Datum
1 februari 2005

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 479, blz. 2-3

Elia-heffing

VRAAG

Ik heb minister Reynders al in juni 2004 ondervraagd over de BTW-heffing op de federale energiebijdrage. Nu blijkt dat ook de Vlaamse regering een aantal vragen heeft. Vlaams Minister Kris Peeters sprak over een belasting op een belasting en vice-minister-president Moerman verklaarde zelfs dat de federale regering de BTW op de Elia-heffing moest laten vallen of de volledige opbrengst terugstorten aan Vlaanderen.

Wat is de fiscale grond om BTW te innen op de Elia-heffing? Is er vrijstelling van BTW mogelijk en is dit een optie voor de federale regering? Wat vindt de minister van het voorstel om de BTW-heffing door te storten naar het Vlaams Gewest? Zijn er andere mogelijkheden om tegemoet te komen aan de Vlaamse verzuchtingen betreffende de Elia-heffing?

ANTWOORD

(van de heer Jamar, Staatssecretaris)

Volgens artikel 26 van het BTW-wetboek wordt belasting berekend op alles wat de leverancier van een goed of dienst als tegenprestatie verkrijgt. Belastingen, rechten en heffingen moeten in de berekening worden opgenomen, maar voorschotten niet.

De federale bijdrage waarvan sprake is echter geen voorschot omdat er geen rechtstreekse schuldenaar van de bijdrage wordt aangeduid. Deze bijdrage moet dus wel opgenomen worden in de berekening. De Belgische wetgeving is terzake conform de Europese wetgeving en er is dan ook geen afwijking mogelijk.

WEDERVRAAG (van de heer Goyvaerts)

De minister bevestigt dat de fiscale grond van de Elia-heffing correct is, maar het blijft onduidelijk of het de bedoeling is om de opbrengst door te storten naar het Vlaams Gewest.

WEDERANTWOORD (van de heer Jamar)

De Europese richtlijn bestaat nu eenmaal en moet worden toegepast. Als het ene Gewest hierbij sneller te werk gaat dan het andere, zullen we de uitvoering op een aantal punten moeten bijschaven en hierover overleg plegen. Maar ik kan niet voorspellen wat dat overleg zal opleveren.

CONCLUSIE

(van de heer Goyvaerts)

We zullen afwachten of er een overheveling naar het Vlaamse Gewest zal gebeuren.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 261 voorkomen