Intracommunautaire financiële leasing · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

514 20 oktober 2004

Zoeken

Intracommunautaire financiële leasing

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/514-intracommunautaire-financiele-leasing-casaer-a467

Nummer
514
Datum
20 oktober 2004

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

17 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 61, blz. 9750-9752

Intracommunautaire financiële leasing

VRAAG

Door middel van een advertentie in het tijdschrift Ad Rem van de Orde van Vlaamse Balies maakte een Nederlandse leasingfirma reclame voor leasecontracten die niet aan de BTW onderworpen zijn. Het gaat daarbij om zogenaamde "Intracommunautaire financiële leasing" (tussen Nederland en België), waarbij een verschil in de interpretatie van de BTW-wetgeving van beide landen leidt tot niet verschuldigdheid van BTW. Overeenkomstig de Nederlandse BTW-wetgeving zou de leasing kwalificeren als een levering van een goed die in België aan de BTW onderworpen zou moeten zijn, terwijl de Belgische BTW-wetgeving de lease kwalificeert als een dienst die in Nederland aan de BTW onderworpen zou zijn. Omwille van dit verschil in de BTW-wetgeving is er nergens BTW verschuldigd over de leasetermijnen en laat de adverteerder zich in haar advertentie zelfs verleiden tot het gebruik van de slogan "Bespaar 10 % extra op de aankoop van uw wagen!". De firma stelt bovendien dat er geen probleem is om de wagen in België in te schrijven mét Belgische nummerplaat én toch van dit stelsel te kunnen gebruikmaken.

Voorts stelt voornoemde firma in haar advertentie, dit ten aanzien van de argwanende advocaat die zoveel lekkers niet wil laten liggen, dat deze formule perfect in overeenstemming is met de Europese wetgevingen in beide landen. Deze BTW-besparing is immers louter te wijten aan een interpretatieverschil van het begrip "leasing" (cf. een levering van een goed of een dienstprestatie). Wel stellen zij terecht de vraag: hoelang zal de fiscus dit nog tolereren? De adverteerder geeft echter in één adem het antwoord: doordat dit systeem mogelijk is voor Duitsland, Nederland en Luxemburg en de Europese fiscale molen tergend traag werkt, is het einde van dit voordelig systeem nog niet voor morgen.

Mijns inziens getuigt deze firma van bijzonder veel overmoed. Bovendien is het duidelijk dat door het toelaten van dergelijke systemen Belgische leasingfirma's oneerlijk beconcurreerd worden.

1. Is de BTW-administratie in kennis van dit systeem?

2. Treedt zij hiertegen op?

3. Is het ook niet raadzaam de consument in te lichten over de risico's die aan dit systeem verbonden zijn?

ANTWOORD

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 13.01.2005)

De problematiek van belastingontwijking door grensoverschrijdende leasing van autovoertuigen is de administratie genoegzaam bekend.

In het verleden heeft de Belgische administratie reeds diverse maatregelen genomen met het oog op het oplossen van het probleem. Ik verwijs het geachte lid in dit verband naar de talrijke parlementaire vragen waarin deze problematiek reeds aan bod is gekomen. Ingevolge Europese rechtspraak was ons land evenwel genoodzaakt deze eenzijdig genomen maatregelen geheel of gedeeltelijk in te trekken.

Momenteel wordt dan ook een oplossing gezocht op Europees niveau. Zo ligt onder meer een voorstel van richtlijn ter tafel van de Raad tot wijziging van de huidige bepalingen van de Zesde BTW-Richtlijn inzake de plaats van dienst voor diensten verstrekt tussen belastingplichtigen. Met betrekking tot de leasing van motorvoertuigen bevat dit voorstel een luik dat er in hoofdzaak op zou neerkomen, dat de plaats van dergelijke dienst gelokaliseerd zou worden daar waar de ontvanger van de dienst is gevestigd.

Ook in verband met een ander voorstel van richtlijn betreffende de grensoverschrijdende aftrek van voorbelasting heeft België steeds benadrukt dat er een oplossing moet worden gevonden voor de grensoverschrijdende leasing die er zou in bestaan het recht op aftrek te onderwerpen aan de beperkingen die gelden in de lidstaat waar de ontvanger van de dienst is gevestigd.

Daarnaast wordt door België een project gesteund om een mechanisme te installeren dat het mogelijk zou moeten maken om in individuele gevallen dubbele belastingheffing en ontstentenis van belastingheffing uit te schakelen.

De administratie ziet er nauwlettend op toe dat ze, wat de vigerende wetgeving ter zake betreft, dezelfde interpretatie toepast voor verhuurondernemingen gevestigd in België als voor verhuurondernemingen gevestigd in het buitenland. Een verschillende behandeling van de diensten inzake financiële leasing verricht door in het buitenland gevestigde belastingplichtigen zou bovendien tegenstrijdig zijn met de bepalingen van het Europees verdrag.

Ten slotte wens ik het geachte lid mee te delen dat de administratie nu reeds alle nodige stappen onderneemt om voor alle gevallen van niet-heffing van de belasting de passende maatregelen te nemen om tot een heffing in één van beide Lidstaten te komen. Hieromtrent werd reeds met de Nederlandse collega's overleg gepleegd. Partijen dienen bij het aangaan van een dergelijke overeenkomst te beseffen dat de BTW in Nederland of België vooralsnog kan worden nagevorderd middels een herkwalificatie van de overeenkomst in één van beide lidstaten.