Verhuur van een voertuig
Europese richtlijnen, verdragen en verordeningen
Contract
VRAAG
Wanneer vanaf 1 januari 2010 een auto wordt gehuurd voor een korte periode (dit wil zeggen voor maximaal 30 dagen), zal het contract dan een of meerdere keren kunnen worden verlengd mét toepassing van de regeling inzake de korte termijnverhuur?
ANTWOORD
Overeenkomstig artikel 56, lid 2 van Richtlijn 2008/8/EG, dient onder "kortdurende verhuur" van een vervoermiddel te worden verstaan, het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten hoogste dertig dagen en ten hoogste negentig dagen voor schepen. Voor een ononderbroken bezit of gebruik dient te worden nagegaan of het bedoelde vervoermiddel werkelijk ter beschikking blijft van de huurder gedurende een ononderbroken periode. De in het contract bepaalde gebruiksduur vormt slechts een weerlegbaar vermoeden en de werkelijke duur van het ononderbroken bezit of gebruik kan worden aangetoond door alle middelen van het gemene recht. Aangezien deze begrippen specifiek werden ontwikkeld om een einde te maken aan de laakbare praktijken die uitsluitend werden opgezet om munt te slaan uit de zwakke plekken in de huidige btw-wetgeving, dienen ze op een strikte wijze te worden geïnterpreteerd om te vermijden dat er nieuwe systemen van belastingontwijking zouden worden opgezet. Het vertrekpunt bij de beoordeling van de diverse mogelijke gevallen is derhalve het werkelijke ononderbroken bezit gedurende een bepaalde periode, los van de mogelijkheden geboden in het contract of wat op juridisch vlak werd bedongen. In voorkomend geval zal het oorspronkelijk toegepaste btw-regime dienen te worden gecorrigeerd als blijkt dat aanvankelijk werd gesteund op een voorstelling van de feiten die nadien niet blijkt overeen te stemmen met de werkelijkheid. Als twee (of meerdere) contracten met betrekking tot hetzelfde vervoermiddel elkaar opvolgen zonder of met een zeer korte onderbreking, zal de duur van het eerste contract (of van de eerste contracten) mee in rekening worden gebracht om te bepalen of het (de) daaropvolgende contract(en) van korte duur is (zijn) of niet. Dit is ook het geval bij een stilzwijgende verlenging van het oorspronkelijke contract. Anderzijds zal de status van een contract van korte duur dat voorafgaat aan een contract dat, gelet op de voorafgaande contracten als langdurend wordt aangemerkt, niet retroactief ter discussie worden gesteld voor zover er geen enkele aanwijzing van misbruik is. Als een contract van korte duur wordt verlengd waardoor de totale duur van het bezit of gebruik de periode van dertig dagen met enkele dagen overschrijdt, dient het contract van korte duur niet te worden geherkwalificeerd voor zover bedoelde verlenging zou te wijten zijn aan omstandigheden buiten de wil van de partijen om (geval van overmacht). Tenslotte wordt bij opeenvolgende contracten van korte duur tussen dezelfde partijen maar met betrekking tot verschillende vervoermiddelen, elk contract afzonderlijk beschouwd tenzij er sprake is van misbruik.