Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1977 blz. 397
Voorschot - Faillissement - Curator - Niet-belastingplichtige - Gemengde belastingplichtige - Teruggaaf van BTW - Aannemer - Teniet gaan van de schuldvordering - Recht op teruggaaf - Creditnota - Vereffenaar - Verklaring van schuldvordering
VRAAG
In bouwondernemingen is het de gewoonte dat een aannemer van bouwwerken bij de bestelling een voorschot van 20 % op de aannemingsprijs vraagt. Volgens de BTW-wetgeving is op dit voorschot BTW aan te rekenen. Een BTW-belastingplichtige kan deze BTW onmiddellijk recupereren in zijn volgende aangifte (uitgezonderd 5 % niet aftrekbaar ingevolge art. 100).
ANTWOORD
Gaat de leverancier echter failliet voor men met de werken een aanvang genomen had, dan verliest de opdrachtgever niet alleen zijn voorschot, maar ook de BTW hierop. Hij is verplicht een nieuwe leverancier te zoeken, waaraan hij een nieuw voorschot dient te betalen.
Naar mijn mening ontstaat hierbij een onrechtvaardigheid tussen een belastingplichtige en een niet of gemengde belastingplichtige. Deze laatste verliest niet alleen zijn voorschot, maar eveneens de BTW hierop. De Staat ontvangt dus tweemaal het BTW-bedrag voor een zelfde handeling.
Kan de Minister van Financiën mij hieromtrent het volgende meedelen:
Is het in dergelijke aangelegenheden niet mogelijk dat iedere belastingplichtige door voorlegging van de nodige bewijsstukken (brief van de curator) de niet gerecupereerde BTW op het eerste voorschot kan recupereren van de Staat:
- voor een belastingplichtige: de 5 % ingevolge artikel 100;
- voor een gemengde belastingplichtige: het niet gerecupereerde gedeelte;
- voor een niet-belastingplichtige: het volledige BTW - bedrag ?
Antwoord: In het door het geacht Lid beoogde geval kan teruggaaf van BTW worden verleend krachtens artikel 77, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek.
Overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 4, van 29 december 1969, genomen ter uitvoering van artikel 80 van het hogergenoemde Wetboek, kan die teruggaaf van BTW in de regel slechts worden verleend aan degene die de belasting aan de Staat heeft betaald.
Bijgevolg zal die teruggaaf slechts kunnen worden verleend aan de curator van de gefailleerde aannemer en niet aan de opdrachtgever. In tegenstelling met de mening van het geacht Lid, ontvangt de Staat bijgevolg geen tweemaal de BTW wegens een zelfde handeling.
Aangezien de opdrachtgever de BTW aan de aannemer heeft betaald, kan hij, ter vrijwaring van zijn rechten, het bedrag van de op het betaalde voorschot betrekking hebbende BTW, samen met het bedrag van dat voorschot, opnemen in de overeenkomstig de artikelen 496, 498 en 499 van de wet van 18 april 1851 op de faillissementen in te dienen verklaring van schuldvordering.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.