Hoedanigheid van belastingplichtige. Aanvullende werkzaamheid · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

50 28 maart 1972

Zoeken

Hoedanigheid van belastingplichtige. Aanvullende werkzaamheid

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/50-hoedanigheid-belastingplichtige-aanvullende-werkzaamheid-verbist-9136

Nummer
50
Datum
28 maart 1972

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Hoedanigheid van belastingplichtige - Aanvullende werkzaamheid

VRAAG

Niet-toekenning van hoedanigheid van BTW-belastingplichtige voor aanvullende werkzaamheden.

De hoedanigheid van BTW-belastingplichtige wordt onder bepaalde voorwaarden niet toegekend voor aanvullende werkzaamheden, dit overeenkomstig de aanschrijving nr. 19 van 22 januari 1971.

Mag ik van de geachte Minister vernemen of deze regeling ook geldt voor de zaakvoerder van een P.V.B.A. of de beheerder van N.V. die buiten zijn funktie in de vennootschap geen andere bedrijvigheid uitoefent dan de verhuring van roerende goederen aan die vennootschap, welke als BTW-belastingplichtige ingeschreven is?

ANTWOORD

Bij aanschrijvingen van 22 januari 1971, nr. 19, en 20 december 1971, nr. 176, werd aangenomen dat bepaalde personen, zoals loon, of weddetrekkers niet als belastingplichtige hoeven te worden aangemerkt wanneer zij op aanvullende wijze diensten verlenen aan belastingplichtigen die ertoe gehouden zijn een periodieke BTW-aangifte in te dienen, voor zover echter deze belastingplichtigen die diensten niet uitsluitend gebruiken voor het verrichten van handelingen die buiten de werkingssfeer van de BTW blijven of die van de BTW zijn vrijgesteld ingevolge artikel 44 van het Wetboek.

Deze regeling geldt niet voor een zaakvoerder van een personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid of voor de beheerder van een naamloze vennootschap, die roerende goederen aan de vennootschap verhuurt.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 441 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … werkzaamheid aangenomen werd door de aanschrijvingen van 22 januari 1971, nr. 19, en 20 december 1971, nr. 176, niet kan worden ingeroepen door zaakvoerders of beheerders van vennootschappen die aan die vennootschappen diensten verstrekken (zie antwoord op vraag nr. 50 d.d. 28 maart 1972 , bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, 1971-1972, nr. 10, blz. 439-440). Ingeval het daarentegen gaat om een bruiklening heeft de uitlener niet de hoedanigheid van belastingplichtige. Dat neemt niet weg dat de lener, die overeenkomstig artikel 1880 van … »

Aftrek van voorbelastingParlementaire vraag30.08.1972

Bekijk het document