Verschil in btw-verplichtingen GKS tussen horeca en anderen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

491 9 juni 2021

Zoeken

Verschil in btw-verplichtingen GKS tussen horeca en anderen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/491-verschil-in-btw-verplichtingen-gks-8ce5

Nummer
491
Datum
9 juni 2021

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 491 van de heer Jef Van den Bergh d.d. 09.06.2021

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/062 d.d. 06.09.2021, blz. 243

Vraag nr. 491 van de heer volksvertegenwoordiger Jef Van den Bergh van 09 juni 2021 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Verschil in btw-verplichtingen GKS tussen horeca en anderen.

VRAAG

Btw-belastingplichtigen die restaurant- en cateringdiensten verrichten en beschikken over een geregistreerd kassasysteem (GKS) zijn niet verplicht om een dagboek van ontvangsten bij te houden.

Btw-belastingplichtigen die andere dan restaurant- en cateringdiensten verrichten en beschikken over een GKS zijn vandaag wel verplicht om een dagboek van ontvangsten bij te houden.

Kunnen winkeliers die vrijwillig een GKS gebruiken ook van dezelfde administratieve vereenvoudiging genieten als de horecasector? Deelt u dit standpunt? Zo ja, bent u bereid uw administratie de opdracht te geven om een wijziging ter zake door te voeren? Zo ja, welke wijzigingen zal u doorvoeren?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 19.08.2021:

Artikel 21bis, § 1, eerste en tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 bepaalt dat de exploitant van een inrichting waar maaltijden worden verbruikt alsmede de traiteur die cateringdiensten verricht, gehouden zijn aan de belastingplichtige of niet-belastingplichtige klant het kasticket uit te reiken bedoeld in het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot het bepalen van de definitie en de voorwaarden waaraan een geregistreerd kassasysteem in de horecasector moet voldoen.

Een ticket moet worden uitgereikt voor alle handelingen die zij in de uitoefening van de economische activiteit verrichten en die verband houden met het verstrekken van maaltijden en dranken, al dan niet verschaft bij de maaltijd, met inbegrip van alle verkopen van spijzen en dranken in voormelde inrichting, wanneer de jaaromzet, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, met betrekking tot de restaurant- en cateringdiensten, met uitsluiting van de diensten die bestaan uit het verschaffen van dranken, meer bedraagt dan 25.000 euro. Wanneer de exploitant beschikt over meerdere inrichtingen waar maaltijden worden verbruikt, worden de voorwaarden bedoeld in het eerste lid per inrichting beoordeeld.

Artikel 2 van voormeld koninklijk besluit van 30 december 2009 bepaalt de minimale technische vereisten waaraan het geregistreerd kassasysteem (GKS) moet voldoen, evenals de waarborgen die het dient te bieden. Er is onder meer bepaald dat de onveranderlijkheid van de ingebrachte gegevens moet gewaarborgd zijn, vanaf het moment van invoer in het kassasysteem tot op het einde van wettelijke bewaartermijnen.

Alle ingebrachte gegevens, moeten gelijktijdig met de aanmaak van het GKS-kasticket in een elektronisch journaal of journaalbestand bewaard worden. Dit bevat tevens elke wijziging van de software of programmaparameters en elk gebruik van specifieke functionaliteiten. Bovendien dient er een dagelijks financieel rapport en een dagelijks gebruikers rapport aangemaakt te worden die de verkopen en het gebruik van de andere functionaliteiten van de kassa tijdens deze openingsperiode samenvatten (Z-rapporten).

Overeenkomstig punt 3.7. van de Circulaire 2017/C/70 van 6 november 2017 betreffende het GKS is de belastingplichtige die gebruik maakt van een GKS en voldoet aan alle daaromtrent opgelegde reglementering, ontheven van de verplichting tot het houden van een dagboek van ontvangsten per bedrijfszetel zoals bedoeld in artikel 14, § 2, 3°, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1. Wel moeten dagelijks de nodige rapporten (het dagelijks financieel rapport en dagelijks gebruikers rapport) met behulp van het geregistreerde kassasysteem worden aangemaakt, zoals bepaald in artikel 2, punt 5, van voornoemd koninklijk besluit van 30 september 2009.

Indien deze belastingplichtige echter verschillende inrichtingen uitbaat, moet hij wel nog steeds het centralisatiedagboek bedoeld in artikel 14, § 2, 3°, vierde lid, van het koninklijk besluit nr. 1, houden. Bij het gebruik van een GKS, moet het centralisatieregister verplicht digitaal worden gehouden. Hetgeen voorafgaat is eveneens van toepassing wanneer een belastingplichtige vrijwillig gebruik maakt van een GKS, zelfs wanneer hij niet in de horecasector actief is.

Voornoemde rapporten zijn hoogst betrouwbaar, gezien het GKS vooraf ter certificatie moet worden voorgelegd aan de administratie. Bovendien moeten alle betrokken onderdelen van het GKS, met name het kassasysteem, de fiscal data module (FDM) en de VAT signing card bij de administratie geregistreerd worden (wet van 30 juli 2013 met betrekking tot de certificatie van een geregistreerd kassasysteem en het koninklijk besluit met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten ten aanzien van een geregistreerd kassasysteem in de horecasector van 1 oktober 2013, de circulaires AAFisc nr. 33/2016 van 8 november 2016 en 2019/C/124 van 27 november 2019).

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de belastingplichtigen die, in sectoren andere dan die van de restaurants en van de catering, rechtmatig gebruik maken van de kassasystemen bedoeld in de beslissing nr. E.T. 103.018 van 2 juni 2003 (en 27 juni 2002) of nr. E.T.103.592 van 2 juni 2003 (laatstgenoemde beslissing slechts nog beperkt mogelijk ingevolge punt 2.3.1.1. van de circulaire 2017/C/ 70) eveneens ontheven zijn van het houden van een afzonderlijk dagboek van ontvangsten, vermits de volgens de bepalingen van die beslissingen aangemaakte financiële rapporten kunnen gelden als dagboek van ontvangsten (systemen die reeds van toepassing waren vóór het gebruik van het GKS).

De aandacht wordt gevestigd op het feit dat onder bepaalde voorwaarden het papieren dagboek van ontvangsten mag worden vervangen door een digitaal gehouden dagboek van ontvangsten (zie nr. 19 van de Circulaire 2020/C/20 van 27 januari 2020 met betrekking tot het digitaal gehouden dagboek van ontvangsten en centralisatieboek). Essentieel is dat de belastingplichtige de integriteit van de inhoud en de leesbaarheid van het dagboek van ontvangsten moet kunnen garanderen vanaf het moment van inschrijving tot het einde van de wettelijke bewaartermijn. Van belang is ook dat er geen specifieke vorm wordt opgelegd aan het digitaal gehouden dagboek van ontvangsten, noch aan de verantwoordingsstukken waarop alle inschrijvingen in het dagboek moeten steunen, maar het moet alle verplichte vermeldingen, voorzien in de nummers 10 tot en met 13 van voornoemde circulaire bevatten.

Wat de toekomst betreft, wordt onderzocht in welke mate de btw-reglementering zal kunnen voorzien dat andere kassasystemen met systematische en onmiddellijke uitreiking van elektronische of papieren kastickets kunnen gelijkgesteld worden met het houden van een dagboek van ontvangsten.

Aangehaalde teksten

2
KB nr. 1 art. 142 voorkomens
KB nr. 1 art. 21 voorkomen