Gehandicapten. Verkeersbelasting. BTW. Vrijstelling · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

471 10 september 2004

Zoeken

Gehandicapten. Verkeersbelasting. BTW. Vrijstelling

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/471-gehandicapten-verkeersbelasting-btw-vrijstelling-cortois-cc09

Nummer
471
Datum
10 september 2004

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 59, blz. 9347-9349

Gehandicapten - Verkeersbelasting - BTW - Vrijstelling

VRAAG

Gehandicapten die door het ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid een blijvende invaliditeit worden toegekend wegens een ongeschiktheid van tenminste 66% en een vermindering van zelfredzaamheid van tenminste 80% en bovendien een blijvende invaliditeit toe te schrijven aan de onderste ledematen van tenminste 50%, worden voor onbepaalde duur een algemeen attest afgeleverd dat de toegang vergemakkelijkt tot verschillende sociale voordelen.

Daartoe behoort de vrijstelling van de taksen op de motorvoertuigen (BTW-, Verkeer en inschrijving). Om deze voordelen te kunnen verkrijgen dienen de belanghebbenden zich tot hun gemeentebestuur te richten, dat de nodige formulieren kan afleveren.

Voor gehandicapten met verminderde zelfredzaamheid toe te schrijven aan hun onderste ledematen volstaat voor verplaatsingen ver van huis niet altijd een rolstoel. Omgebouwde lichte of personenvoertuigen bestuurd door naaste verwanten blijken echter niet in aanmerking te komen voor de vrijstelling van de taksen op de autovoertuigen. Dit voordeel wordt afgewezen door de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit. Tegen deze administratieve beslissing dient dan een verzoekschrift op tegenspraak te worden ingeleid bij de bevoegde rechtbank van eerste aanleg.

Een dergelijke procedure is niet alleen omslachtig, zij maakt het de zwaar gehandicapten en hun familie moeilijk om van de door het ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid voorziene sociale voordelen te kunnen genieten.

1. Hebben de betrokken ministeries reeds onderling overleg gepleegd om ervoor te zorgen dat deze voordelen geen fictie blijven, maar daadwerkelijk ten goede komen aan de gehandicapten en degenen onder hun verwanten die zich inspannen om hun bestaan draaglijker te maken?

2. Welke bijdragen heeft het departement van Financiën reeds geleverd op dit gebied in het kader van de door de regering aangekondigde administratieve vereenvoudiging?

ANTWOORD

(Vice-eerste minister en minister van Financiën, 24.12.2004)

De vragen van het geachte lid staan blijkbaar in verband met diverse problemen waarmee invaliden en gehandicapten geconfronteerd worden wanneer ze de fiscale en/of sociale voordelen wensen te genieten waarvoor een invaliditeits-getuigschrift vereist is dat wordt uitgereikt door de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid, directie-generaal van de uitkeringen aan personen met een handicap.

Voornoemde fiscale voordelen betreffen de vrijstelling van de verkeersbelasting en de gunstregeling inzake BTW ten voordele van bepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten die een automobiel voor personenvervoer gebruiken. Het geachte lid wijst er in dit verband op dat die fiscale voordelen niet worden verleend wanneer het voertuig gebruikt wordt door de naaste verwanten van de invalide of gehandicapte. Dat is inderdaad in principe het geval wanneer die verwanten het voertuig gebruiken zonder dat de invalide of gehandicapte zich aan boord bevindt.

Een werkgroep bestaande uit een aantal parlementsleden en een vertegenwoordiger van de Regeringscommissaris toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Pensioenen, werd destijds opgericht met het oog op de evaluatie van voornoemde fiscale gunstregelingen. De voorstellen die de werkgroep heeft geformuleerd, hadden onder meer betrekking op een nieuwe tolerantie inzake het gebruik van het voertuig door de wettige vertegenwoordiger van de invalide of gehandicapte die minderjarig is of onder het statuut van verlengde minderjarigheid is geplaatst. In verband met de door de werkgroep geformuleerde besluiten verwijs ik naar de circulaire AINV nr. 3/2004 - AOIF nr. 15/2004 van 10 maart 2004 (zie de website www.fisconet.fgov.be van mijn departement).

Zo wordt voortaan geen kritiek meer geleverd op het gebruik van het voertuig zonder de invalide of gehandicapte die minderjarig is of onder het statuut van verlengde minderjarigheid is geplaatst, voor zover het gaat om een gebruik van het voertuig door de wettige vertegenwoordiger van de invalide of gehandicapte en het ook het enige voertuig van het gezin betreft. Deze versoepeling zal worden gehandhaafd tot op het ogenblik dat de betrokken invalide in aanmerking komt voor hetzij de inkomensvervangende tegemoetkoming, hetzij de integratietegemoetkoming, bedoeld door de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten (Belgisch Staatsblad van 1 april 1987).

De gewestministers, die zich akkoord hebben verklaard met deze circulaire, wensten de versoepeling niet uit te breiden tot het gebruik door de wettelijke echtgenoot of de samenwonende van de invalide of de gehandicapte.

Er is momenteel geen andere uitbreiding van de vrijstelling van verkeersbelasting voor gehandicapten aan de orde. De redenen hiervan werden uiteengezet in mijn antwoord op de parlementaire vragen nr. 1546 van de heer Maertens van 12 september 2001 en nr. 1948 van de heer Barbeaux van 7 maart 2002 (bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, 7 januari 2003, nr. 2-66, blzn. 3716-3720).