Parlementaire vraag nr. 47 van de heer Carl Devlies d.d. 19.10.2007
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2007-2008, QRVA 52/005 d.d. 10.12.2007, blz. 231
Personenvoertuigen van gehandicapten - Teruggave btw - Toepassing verlaagd btw-tarief - Vrijstelling verkeersbelasting - Koninklijk besluit
VRAAG
Artikel 77, § 2, W.BTW en tabel A, Rubriek XXII, § 1, als bijlage bij koninklijk besluit nr. 2 bepalen respectievelijk een teruggaaf of het verlaagd btw-tarief van 6% met betrekking tot personenvoertuigen die persoonlijk worden gebruikt door:
a) militaire en burgerlijke oorlogsinvaliden, die een invaliditeitspensioen van ten minste 50% genieten;
b) personen die volledig blind zijn, volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of wier bovenste ledematen zijn geamputeerd, en personen met een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50% bedraagt.
Een bijna identieke bepaling vinden we terug in artikel 15 van de algemene Vordering WIGB (koninklijk besluit van 1970) ter uitvoering van artikel 5, § 1, 3°, WIGB.
Bij koninklijk besluit van 8 februari 2006 wordt de wijze nader ingevuld waarop een volledige blindheid, een volledige verlamming van de bovenste ledematen of amputatie van de bovenste ledematen en een blijvende invaliditeit die rechtstreeks is toe te schrijven aan de onderste ledematen en ten minste 50% bedraagt, wordt vastgesteld (Belgisch Staatsblad, 17 februari 2006, tweede uitgave, blz. 8445).
1. Is het gebruikelijk dat ter uitvoering van de fiscale wet, weliswaar met sociale inslag, de minister van Financiën het uitvoeringsbesluit niet meeondertekent?
2. Als de minister van Financiën het koninklijk besluit van 8 februari 2006 zou hebben meeondertekend, zou hij hebben opgemerkt dat in de aanhef van het koninklijk besluit enkel verwezen wordt naar de btw-reglementering en niet naar de de reglementering inzake verkeersbelasting?
3. Heeft het gebrek aan een verwijzing naar een verwijzing naar de verkeersbelasting in de aanhef van voornoemd besluit tot gevolg dat het besluit niet van toepassing is op de verkeersbelasting?
4. Welk besluit regelt dezelfde materie inzake verkeersbelasting?
5. Wat is de temporele werking van het koninklijk besluit van 8 februari 2006 inzake btw?
6. Wat zeggen de adviezen van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een handicap, van de inspecteur van Financiën en van de Raad van State over deze aangelegenheid?
ANTWOORD
(van de vice-eersteminister en minister van Financiën)
Het koninklijk besluit van 8 februari 2006 heeft tot doel de tegenstrijdigheden tussen de conclusies van de medische onderzoeken uitgevoerd door de medische dienst van de directie-generaal Personen met een handicap, en de conclusies van de medische onderzoeken uitgevoerd door de medische experts van de arbeidsrechtbanken, weg te werken, voor zover die tegenstrijdigheden berusten op het gebrek aan duidelijke ijkpunten voor het bepalen van voormelde handicaps.
Bovengenoemd koninklijk besluit beperkt er zich dus toe om de toepassing van de bestaande regelgeving te verduidelijken, niet om te wijzigen.
Deze aangelegenheid behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van mijn collega van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
Sinds 1 januari 2002, behoort het tot de uitsluitende bevoegdheid van de gewesten, overeenkomstig de bijzondere wet van 13 juli 2001, om de aanslagvoet, de heffingsgrondslag en de vrijstellingen inzake de verkeersbelasting op de autovoertuigen te wijzigen. Het zijn bijgevolg de gewestelijke verkozenen die regelgevende initiatieven moeten nemen om de desbetreffende bepalingen, die thans in de fiscale wetgeving zijn opgenomen, aan te passen aan de gewijzigde maatschappelijke noden.
Artikel 5, § 1, 3°, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen bepaalt dat van de verkeersbelasting zijn vrijgesteld «de ziekenauto’s en de voertuigen als persoonlijk vervoermiddel gebruikt door grootoorlogsinvaliden of door gebrekkigen».
Ingevolge artikel 15, § 1, 2°, b), van het koninklijk besluit van 8 juli 1970 houdende de algemene verordening betreffende de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen worden als gebrekkigen aanzien zij die volledig blind zijn, zij wier bovenste ledematen volledig verlamd of geamputeerd zijn of zij die getroffen zijn met een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50% bedraagt.
Volgens dit artikel kunnen de bedoelde gebrekkigen, die in het bezit zijn van een invaliditeits-getuigschrift afgeleverd door de minister van Sociale Voorzorg of zijn gedelegeerde, genieten van de vrijstelling van de verkeersbelasting.
De vaststelling van de aard en de graad van de handicap is een bevoegdheid van de overheid die het invaliditeitsgetuigschrift uitreikt.
Wat ten slotte de belasting over de toegevoegde waarde betreft, wil ik het geachte lid er op wijzen dat België ingevolge een uitzonderingsmaatregel van de Europese Unie de toelating heeft gekregen om de gunstregeling die zij sedert de invoering van de BTW toepast op auto’s voor welbepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten, te behouden (proces-verbaal van de Raad ECOFIN van 19 oktober 1992) maar dat deze gunstregeling niet verder mag worden uitgebreid.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.