Parlementaire vraag nr. 464 van de heer Hagen Goyvaerts dd. 12.05.2009
Personenbelasting
Vennootschapsbelasting
Bedrijfsvoorheffing
Uitstel van betaling
Belasting over de toegevoegde waarde
Inning van de BTW
VRAAG
In het kader van het economisch herstelplan, genaamd "Relanceplan: herstel het vertrouwen", heeft de federale regering een aantal fiscale maatregelen genomen teneinde financiële ademruimte te creëren voor bedrijven en ondernemers. Zo is er een regeling gestemd over de mogelijkheid voor bedrijven om de betaling van hun bedrijfsvoorheffing uit te stellen. Naast deze wettelijke regeling zijn ook een aantal gunstmaatregelen op het gebied van de btw en de bedrijfsvoorheffing wettelijk geregeld. Deze gunstmaatregelen hebben vooral betrekking op betalingsfaciliteiten. Deze gunstmaatregelen zullen echter tijdelijk zijn en kunnen worden verleend door de Ontvangers en de Gewestelijke Directeurs. Door de Ontvangers kunnen ze worden verleend inzake uitstel van betaling en door de Gewestelijke Directeurs inzake nalatigheidsintresten bedrijfsvoorheffing en btw en administratieve geldboete wat de btw betreft. De regering heeft deze gunstmaatregelen als volgt verwoord: "Bedrijven in financiële moeilijkheden zullen ook voor de btw en de bedrijfsvoorheffing (...) uitstel van betaling kunnen bekomen zonder dat daarbij boetes worden toegepast. De nalatigheidsintresten zullen in dit geval sterk worden gereduceerd." Over deze formulering blijken een aantal onduidelijkheden te bestaan.
1. Kunt u nader verklaren wat de fiscaal-technische betekenis is van een "bedrijf in financiële moeilijkheden"?
2. Wanneer beschouwen uw diensten dat men een "bedrijf in financiële moeilijkheden" is?
3. Hoe moet een belastingplichtige dat aantonen om voor btw en bedrijfsvoorheffing uitstel van betaling te kunnen bekomen?
4. a) Wat met ondernemingen die vóór de huidige crisis structurele problemen kenden?
b) Komen zij ook in aanmerking voor het bekomen van uitstel van betaling voor btw en bedrijfsvoorheffing?
ANTWOORD
(Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)
1) en 2) Opdat de Ontvangers der directe belastingen en van de BTW en hun respectieve gewestelijk directeurs zouden kunnen bepalen of de verzoekende belastingschuldige een "bedrijf in financiële problemen" is zoals bedoeld in het relanceplan, zijn hen volgende toelichtingen verstrekt waarbij zowel het begrip "bedrijf" als "in financiële moeilijkheden" nader zijn omschreven. Om hierover geen verwarring te laten bestaan, worden de beoogde definities hierna letterlijk overgenomen: "Bedrijf..." De notie "bedrijf" moet worden geïnterpreteerd in de zin van "onderneming/ondernemer", met name éénieder die is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen en vanuit zijn zelfstandige activiteit personeel tewerkstelt (en aldus schuldenaar in de bedrijfsvoorheffing is) en/of BTW verschuldigd is aan de Belgische Staat. Er moet terzake geen enkel onderscheid worden gemaakt naargelang de ondernemer zijn activiteit uitoefent onder de vorm van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid, onder enige andere vorm of zondermeer als zelfstandige natuurlijke persoon. Het feit dat betrokkene zijn zelfstandige activiteit uitoefent als hoofd- of bijkomstige activiteit is evenmin determinerend. In geval van bijkomstige activiteit spreekt het voor zich dat de andere inkomsten en het volledig vermogen mee in de beoordeling zullen moeten worden genomen. "...in financiële moeilijkheden" De aandacht wordt erop gevestigd dat de betreffende maatregelen worden genomen teneinde toe te laten dat de ondernemingen de huidige moeilijke periode kunnen overbruggen die is ontstaan door de felle vermindering van de economische activiteit. De wereldwijde financiële en economische crisis bracht immers de economie uit evenwicht en zorgde voor een algemene vertrouwenscrisis. Vanuit het tijdelijke karakter van deze maatregelen, zullen ze zich dan ook concentreren op de ondernemingen die door de gevolgen van de huidige crisis slechts tijdelijk in moeilijkheden terecht gekomen zijn en die bij het hernemen van het vertrouwen van de consument tegenover een duurzaam herstel kunnen aankijken. De bedoeling van deze maatregelen is tijdelijk "zuurstof aan de ondernemingen" te verschaffen en hun herstel beogen. De Federale regering wil met de maatregelen voor alles een (financieel) offer brengen door de onderneming toe te laten later dan wettelijk bepaald te betalen in combinatie met een verminderde interest, dit om de "liquiditeitsproblemen ten gevolge van de crisis" zoveel als mogelijk te milderen. De betreffende tijdelijke maatregelen kunnen dan ook niet toegepast worden voor ondernemingen die zonder de gevolgen van de huidige recessie reeds structurele problemen kenden. Het gaat immers om maatregelen die ondernemers "financiële ademruimte" moeten geven. Het is en mag niet de bedoeling zijn om een reddeloze situatie door deze maatregelen enkele maanden uit te stellen. De omvang van de belastingschuld betreffende de periode vóór de aanvang van de crisis en het aantal niet spontaan betaalde aangegeven bedragen in het recente verleden inzake zowel de BTW als de bedrijfsvoorheffing zullen terzake absoluut richtinggevend zijn. Merk op dat de "financiële moeilijkheden" inzonderheid het gevolg kunnen zijn van de economische crisis, maar ook van de "bancaire crisis". De regering wil immers in hetzelfde plan specifieke maatregelen treffen om de "toegang tot het krediet" te vergemakkelijken. Het is vanzelfsprekend niet uitgesloten dat belastingplichtigen tijdelijke problemen kennen door tezelfdertijd de gevolgen van de ongunstige economische conjunctuur als door een strenger optreden van de financiële instellingen bij het verlenen van kredieten, zodat er niet langer even gemakkelijk overbruggings- en investeringskredieten worden toegekend. Ook daarmee moet alsdan bij de beoordeling rekening worden gehouden.
3) Belastingplichtige kan dit met alle middelen aantonen. Er gelden terzake geen beperkingen, noch algemene richtlijnen en er zijn evenmin verplicht voor te brengen documenten voorgeschreven. De belastingschuldige of zijn gemachtigde (bijvoorbeeld zijn gemandateerde boekhouder) kan en moet dit bewijs schriftelijk en gemotiveerd in een uitgebreid verzoek aanbrengen, maar kan dit bijvoorbeeld zo nodig nader kracht bijzetten in een mondelinge toelichting ten kantore van de Ontvanger der directe belastingen of van de BTW, die bevoegd is om het uitstel van betaling toe te staan. Het betreft zoals hiervoor gedefinieerd bovendien wel degelijk "ondernemingen" die onderworpen zijn aan de wetgeving op de jaarrekening van de ondernemingen en die derhalve een boekhouding voeren. De bevoegde invorderingsambtenaren kunnen desnoods wel eisen dat een aantal boekhoudkundige stukken worden voorgelegd die het verzoek staven. Wegens het verregaande karakter van de maatregelen en de betrachting om zo weinig als mogelijk "concurrentievervalsend" op te treden lijkt het evident en noodzakelijk dat de verzoekende het bewijs levert te voldoen aan de in onderdelen 1 en 2 hiervoor gestelde voorwaarden.
4) Ik verwijs naar de uitgebreide toelichting terzake opgenomen in het antwoord op de onderdelen 1 en 2 hiervoor.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.