Beslechting van fiscale geschillen. Bevoegde fiscale kamers · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

453 15 september 2000

Zoeken

Beslechting van fiscale geschillen. Bevoegde fiscale kamersBTW. Beslechting van fiscale geschillen. Bevoegde fiscale kamers

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/453-beslechting-fiscale-geschillen-bevoegde-kamers-4868

Nummer
453
Datum
15 september 2000

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

21 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 88, blz. 10169-10171

BTW-Revue, nr. 152, blz. 616

BTW - Beslechting van fiscale geschillen - Bevoegde fiscale kamers

VRAAG

De wet van 23 maart 1999 betreffende de rechtelijke inrichting in fiscale zaken bepaalt dat voor de beslechting van fiscale geschillen de "fiscale kamer" bevoegd is van de provincie waar het BTW-ontvangkantoor gelegen is, zo onder meer voor geschillen en vorderingen op grond van artikel 89, tweede lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (WBTW).

Artikel 89, tweede lid, WBTW dat bepaalt dat dwangbevelen slechts gestuit kunnen worden door een vordering in rechte, werd gewijzigd bij artikel 59 van de bovengenoemde wet van 23 maart 1999. Artikel 97 van dezelfde wet zou echter bepalen dat artikel 59 slechts van toepassing is op die belastingen, interesten en boeten waarvan de oorzaak van opeisbaarheid zich na 1 januari 1999 situeert. Met andere woorden het oude artikel 89, tweede lid, zou van toepassing zijn op de belastingen, interesten en boeten van voor 1 januari 1999.

Dit zou met zich brengen (artikel 89, derde lid, WBTW) dat niet de nieuwe fiscale kamer bevoegd zou zijn, maar wel de rechtbank waaronder het kantoor van de betrokken ontvanger ressorteert.

1. Is de zienswijze van de administratie correct waar zij oordeelt dat inzake bevoegdheid de oude regels nog van toepassing kunnen zijn op vordering van voor 1 januari 1999, zodat de eenheid van bevoegdheid opnieuw verloren gaat?

2.

a) Heeft u zicht op de toepassing te velde van deze interpretatie?

b) Wordt dit overal op gelijke wijze geïnterpreteerd en toegepast?

ANTWOORD

De wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken is in werking getreden op 6 april 1999, zijnde de 10e dag na de publicatie in het Belgisch Staatsblad op 27 maart 1999.

Vanaf die datum vallen alle geschillen betreffende "de toepassing van een belastingwet" onder de bevoegdheid van de rechtbanken van eerste aanleg (artikel 569, eerste lid, 32°, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals aangevuld bij artikel 4 van de wet van 23 maart 1999) en meer bepaald onder deze van de 12 hiervoor ingestelde fiscale rechtbanken (artikel 632 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 7 van de wet van 23 maart 1999 en uitgevoerd bij koninklijk besluit van 25 maart 1999).

Geschillen betreffende de tenuitvoerlegging van dwangbevelen inzake BTW moeten worden beschouwd als geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet en worden dan ook vanaf 6 april 1999 altijd door de fiscale rechtbanken behandeld.

Deze wettelijke bepalingen zijn niet voor interpretatie vatbaar.

Hangende geschillen zoals omschreven in artikel 11, eerste lid, van de wet van 23 maart 1999 worden behandeld volgens de oude procedureregels. Alle procedures ingeleid vóó r 6 april 1999 worden dus verder op basis van de oude regels behandeld.

De wijzigingen aangebracht bij artikel 59 van de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen (Belgisch Staatsblad van 27 maart 1999) aan artikel 89 van het BTW-Wetboek, hebben op de hiervoor uiteengezette bevoegdheidsregels geen invloed.

Deze wijziging houdt in dat de speciale procedure van verzet met dagvaarding zoals deze bestond onder het oude artikel 89, tweede lid, van het BTW-Wetboek wordt opgeheven en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel in het vervolg zal gestuit worden volgens de regels zoals voorzien in het Gerechtelijk Wetboek.

Overeenkomstig artikel 1385decies van het Gerechtelijk Wetboek is dit bij verzoekschrift op tegenspraak. Overeenkomstig artikel 97 van de wet van 15 maart 1999 is het nieuwe artikel 89 van het BTW-Wetboek slechts van toepassing op de belastingen, interesten en boeten wanneer de oorzaak van eisbaarheid zich heeft voorgedaan ten vroegste op 1 januari 1999.

Het verzet tegen dwangbevelen waarbij belastingen, interesten en boeten worden ingevorderd waarvan de oorzaak van eisbaarheid zich heeft voorgedaan vóór 1 januari 1999 moet dus gebeuren bij dagvaarding voor de fiscale rechtbank waaronder de ambtenaar die het dwangbevel heeft uitgevaardigd ressorteert.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 896 voorkomens