Recht op aftrek. uitgaven Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming voor voorzieningen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

449 25 februari 2010

Zoeken

Recht op aftrek. uitgaven Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming voor voorzieningenrecht op aftrek. uitgaven Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming voor voorzieningen voor werknemers. verschaffen van gemeubeld logies

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/449-recht-aftrek-uitgaven-algemeen-reglement-0e20

Nummer
449
Datum
25 februari 2010

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

21 paragrafen

Recht op aftrek

Uitgaven Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming voor voorzieningen voor werknemers

Verschaffen van gemeubeld logies

VRAAG

1. Verwerpt uw administratie de aftrek van de btw geheven op de aankoop of huur en onderhoud van "mobiele toiletten" die we in het gehele land bij tijdelijke bouwplaatsen door artikel 50 en bijlage III van het koninklijk besluit van 25 januari 2001 verplicht zien staan op grond van de overweging dat "deze kosten betrekking hebben op de privébehoeften van de arbeiders en er geen rechtstreeks verband is met handelingen die onderworpen zijn aan de btw"?

2. Verwerpt uw administratie de aftrek de btw geheven op de kosten met betrekking tot inrichting en onderhoud van kleedkamers, wasplaatsen en toiletten die de werkgevers volgens artikelen 74 tot 87 en 92-96 ARAB (Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming) moeten ter beschikking stellen van hun werknemers op grond van de overweging dat "deze kosten betrekking hebben op de privébehoeften van de werknemers en er geen rechtstreeks verband is met handelingen die onderworpen zijn aan de btw"?

3. Verwerpt uw administratie de aftrek van de btw geheven op de kosten met betrekking tot de inrichting en onderhoud van de refters en verpozingslokalen die de werkgevers volgens artikelen 88 tot 91 ARAB moeten ter beschikking stellen van hun werknemers op grond van de overweging dat "deze kosten betrekking hebben op de privébehoeften van de werknemers en er geen rechtstreeks verband is met handelingen die onderworpen zijn aan de btw"?

4. Verwerpt uw administratie de aftrek van de btw geheven op de kosten met betrekking tot de inrichting en onderhoud van verwarmde plaats, waar zwangere vrouwen en zogende moeders de mogelijkheid hebben in aangepaste omstandigheden in liggende positie te kunnen rusten, die de werkgevers volgens artikel 88 ARAB moeten ter beschikking stellen van hun werknemers op grond van de overweging dat "deze kosten betrekking hebben op de privébehoeften van de werknemers en er geen rechtstreeks verband is met handelingen die onderworpen zijn aan de btw"?

5. Verwerpt uw administratie de aftrek van de btw geheven op de kosten met betrekking tot de uitgaven voor tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders die werkgevers volgens het Vl. Decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers, zoals gewijzigd bij Vlaams Decreet van 6 juni 2008, moeten ter beschikking stellen van werknemers op grond van de overweging dat "deze kosten betrekking hebben op de privébehoeften van de seizoensarbeiders en er geen rechtstreeks verband is met handelingen die onderworpen zijn aan de btw"?

6. Of heeft uw administratie tot op heden de aftrek op de btw geheven van de in vragen 1 tot 5 vermelde kosten steeds aanvaard indien de belastingplichtige handelingen verricht vermeld in artikel 45, § 1 Btw-Wetboek?

7. Volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie dat de aftrek van de btw geheven op voormelde kosten dient beoordeeld te worden in hoofde van de "privébehoefte van de werknemers" of dient zij beoordeeld te worden in hoofde van de btw-plichtige?

8. Veronderstelt de door het Hof van Justitie gestelde voorwaarde dat "de btw slechts aftrekbaar is als er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de in de eerdere stadia verrichte handelingen en de handelingen in een later stadium waarvoor een recht op aftrek bestaat", niet dat "de voor de verwerving ervan gedane uitgaven zijn opgenomen in de prijs van de belaste handelingen in een later stadium waarvoor een recht op aftrek bestaat" (bijvoorbeeld Hof van Justitie 26 mei 2005, nr. C-465/03, Kretztechnik AG, r.o. 35)?

9. Maken de in vragen 1 tot 5 vermelde uitgaven geen deel uit van de algemene kosten van de belastingplichtigen die rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met de bedrijfsactiviteit?

10. Wanneer deze gedane uitgaven zijn opgenomen in de prijs van de belaste handelingen in een later stadium waarvoor een recht op aftrek bestaat, dient uw administratie op grond van deze overwegingen het recht op aftrek van de btw geheven op deze kosten niet toe te staan?

ANTWOORD

In de gevallen bedoeld onder de nummers 1 tot 4 van de door het geachte lid gestelde vraag, betreft het voorzieningen die door de bedrijven (moeten) worden verstrekt met het oog op het creëren van hygiënische en gezonde werkomstandigheden voor alle werknemers.

Deze kosten hebben wel degelijk betrekking op de economische activiteit van de onderneming zodat de over die uitgaven geheven btw volgens de gewone regels, overeenkomstig artikel 45, § 1 van het Btw-Wetboek, aftrekbaar is.

Anderzijds behoort huisvesting tot de privébehoeften van de werknemers, zodat, indien ze door de werkgever wordt verstrekt, ze dient aangemerkt te worden als te zijn verstrekt ter uitvoering van een contract onder bezwarende titel gesloten tussen de werkgever en de werknemer, hetzij omdat deze een prijs betaalt voor deze dienst, hetzij omdat hij een voordeel verkrijgt uit zijn arbeiders- of bediendecontract.

Het feit dat bepaalde diensten in sommige gevallen wettelijk zouden worden opgelegd aan de werkgever is niet van aard om het privékarakter van deze kosten in vraag te stellen.

De terbeschikkingstelling van een gemeubelde kamer is krachtens artikel 44, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek een vrijgestelde handeling.

In dit verband verwijs ik naar nr. 351,3° van de btw-handleiding. Rekening houdend met het rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de door de werkgever gedane uitgaven en een handeling die, in een later stadium, aldus van de btw is vrijgesteld, kan, in overeenstemming met de Europese rechtspraak, de btw geheven van de goederen en diensten met betrekking tot de oprichting en inrichting van die woongelegenheid of onderhouds- en herstellingswerk aan die woongelegenheid, niet in aftrek worden gebracht.

Aangehaalde teksten

3