Btw-tarief afbraak en wederopbouw van een woning · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

444 22 oktober 2025

Zoeken

Btw-tarief afbraak en wederopbouw van een woning

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/444-btw-tarief-afbraak-wederopbouw-woning-8da6

Nummer
444
Datum
22 oktober 2025

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

21 paragrafen

Kamer, Schriftelijke vragen en antwoorden, 2025-2026, QRVA 56 COM 028 d.d. 22.10.2025 blz. 172

Btw-tarief afbraak en wederopbouw van een woning. - Voorwaarde verhinderend bezit in hoofde van bouwheer-natuurlijke persoon. - 32 stadsgebieden. - Verklaring nr. 111/4.

VRAAG

nr. 444 van Mevrouw de volksvertegenwoordiger Charlotte Verkeyn van 11 september 2025 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen:

Onder de oude permanente maatregel voor de 32 stadsgebieden gold tot 31 december 2023 en tijdens de overgangsperiode tot 30 juni 2025 geen voorwaarde van verhinderend bezit in hoofde van de bouwheer-natuurlijke persoon voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 % voor de afbraak en wederopbouw van een woning.

Door de vertraging tijdens de parlementaire behandeling van de programmawet van 18 juli 2025 geldt voor de facturen vanaf 1 juli 2025 in beginsel de voorwaarde van verhinderend bezit waarbij een andere woning, zelfs gedeeltelijk in blote eigendom, de volledige toepassing uitsluit van het verlaagd btw-tarief. Op 29 juli 2025, de datum van publicatie van de programmawet in het Belgisch Staatsblad, treedt de nieuwe bepaling van rubriek XXXVII, § 8 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 in werking waardoor het verhinderend bezit dient te worden beoordeeld naar verhouding van de eigendomsrechten van de bouwheren.

Indien de omgevingsvergunning werd ingediend vóór 1 januari 2024 en op het tijdstip van de eerste ingebruikneming of eerste inbezitneming van de woning na 29 juli 2025 de enige woning is in hoofde van één bouwheer maar niet in hoofde van de andere omdat hij sinds het indienen van de omgevingsvergunning mede-eigenaar is geworden (in blote eigendom) van een woning rijst de vraag welk btw-tarief van toepassing is voor de gefactureerde werken, waarbij de toepassing van het btw-tarief van 21 % voor de uitgezonderde werken in rubriek XXXVII, § 1, vierde lid van tabel A in de vraagstelling hieronder wordt verondersteld

1.Bent u het eens dat bij de beoordeling van de voorwaarde van verhinderend bezit rekening dient te worden gehouden met de feiten in hoofde van elke bouwheer zoals ze zich voordoen op het tijdstip van de eerste ingebruikneming of eerste inbezitneming ongeacht de feitelijke toestand vóór dit tijdstip zodat een verhinderend bezit van de niet-eigen woning eventueel nog kan worden vervreemd?

2. Volgt uit het verbod op terugwerkende kracht voor voltrokken belastbare feiten en het feit dat het belastbaar feit in de btw met betrekking tot werk in onroerend staat zich voltrekt op het tijdstip dat de btw opeisbaar wordt, zijnde het tijdstip waarop de factuur wordt uitgereikt en ten laatste de vijftiende dag van de maand volgend op de maand waarin de dienst werd verricht indien geen factuur werd uitgereikt vóór deze datum of wanneer de prijs of een deel ervan wordt ontvangen vóór het tijdstip waarop de dienst is verricht, op het tijdstip waarop de betaling werd ontvangen:

a) dat de voorwaarde van verhinderend bezit niet geldt voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 % voor de btw die opeisbaar wordt vóór 1 juli 2025;

b) dat de voorwaarde van verhinderend bezit in hoofde van de andere bouwheer het verlaagd btw-tarief van 6 % in principe volledig uitsluit voor de btw die opeisbaar wordt vanaf 1 juli tot 28 juli 2025 maar door de administratieve tolerantie in circulaire 2025/C/48, punt 4.3. de voorwaarde van enige woning afzonderlijk mag geëvalueerd worden per bouwheer vanaf 1 juli 2025?

3. Sluit de toepassing van de administratieve tolerantie met betrekking tot de voorwaarde van enige woning vanaf 1 juli 2025 de toepassing van het btw-tarief van 21 % voor de installatie voor centrale verwarming die werkt op fossiele brandstoffen vanaf 29 juli 2025, de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad van de programmawet, uit?

4. Indien na het versturen van de verklaring nr. 111/4- 2024 van de bouwheer-natuurlijke persoon aan de administratie het verkrijgen of vervreemden van een (in onverdeeldheid blote) eigendom van een andere woning tijdens de heropbouw van de woning de feiten met betrekking tot de voorwaarde van verhinderend bezit wijzigt:

a) blijft deze verklaring ingediend vóór 1 januari 2024 geldig tot 30 juni 2025 aangezien in de overgangsperiode tot deze datum geen voorwaarde voor verhinderend bezit geldt voor de afbraak en wederopbouw van een woning in de 32 stadsgebieden;

b) dient er een verklaring nr. 111/1 - 1 juli 2025 te worden ingediend voor de facturen waarvan de btw opeisbaar wordt voor de periode vanaf 1 juli 2025? Zo ja, moet elke bouwheer afzonderlijk deze verklaring indienen? Geldt de opmerking onder punt 4.4. met betrekking tot de te vervullen formaliteiten ook voor de bouwheren die eerder de verklaring nr. 111/4-2024 indienden?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen van 15 oktober 2025, op de vraag nr. 444 van Mevrouw de volksvertegenwoordiger Charlotte Verkeyn van 11 september 2025 (N.):

1. De evaluatie van het criterium "enige woning" gebeurt op het tijdstip van de eerste ingebruikneming of inbezitneming van de heropgerichte woning. Dit betekent dat de feitelijke toestand vóór dat tijdstip geen rol speelt, zodat een eventueel verhinderend bezit van een andere woning nog kan worden vervreemd vóór de eerste ingebruikneming of inbezitneming.

2. a) Voor btw die opeisbaar wordt vóór 1 juli 2025 blijft de overgangsregeling gelden. Het verlaagd btw-tarief van 6 % kan worden toegepast zonder toetsing aan de sociale voorwaarden. Er is geen regularisatie vereist.

b) Voor btw die opeisbaar wordt vanaf 1 juli 2025 wordt de voorwaarde van "enige woning" afzonderlijk beoordeeld in hoofde van elke bouwheer of koper. Het verlaagd btw-tarief van 6 % kan dus worden toegepast voor de bouwheer die aan de voorwaarden voldoet, ook indien een andere bouwheer over een verhinderend bezit beschikt.

3. De versoepeling inzake de beoordeling van de voorwaarde enige woning staat volledig los van de uitsluiting van het verlaagd btw-tarief voor verwarmingsinstallaties op fossiele brandstoffen. Zij heeft geen invloed op de wettelijke bepaling dat vanaf 1 juli 2025 (leveringen) en 29 juli 2025 (werken in onroerende staat) de levering met installatie van het specifieke gedeelte van een verwarmingsinstallatie die werkt op fossiele brandstoffen verplicht onderworpen is aan het normale btw-tarief, behoudens overgangsmaatregelen.

4. a) Ja.

b) Elke bouwheer moet afzonderlijk een verklaring indienen, en dit via MyMinfin zodra dit technisch mogelijk is. De opmerking onder punt 4.4. over de te vervullen formaliteiten geldt ook voor bouwheren die eerder een verklaring nr. 111/4-2024 hebben ingediend. Voor die dossiers moet vanaf 1 juli 2025 alsnog een nieuwe verklaring worden ingediend om verder het verlaagd tarief te kunnen toepassen.